Perth
Kalbarri Uluru
Pinnacles
Cape Naturalista

Australië

Chile vlag

home

De avonturen

Christchurch - Sydney, 29 december 2005
Iets over vieren kwam de SuperShuttle bus voorrijden om ons naar het vliegveld te brengen. Tot onze verbazing zat het busje op dit achterlijke tijdstip propvol, kennelijk vertrekken er meer vliegtuigen vanochtend vroeg. Het inchecken verliep redelijk rap en zo konden we even later ons meegebrachte broodje gaan oppeuzelen, want daar hadden we vanochtend nog geen tijd voor gehad. Bianca en Gert namen allebei een lekkere koffie om het ontbijt door te spoelen, maar Mark had meer behoefte aan een grote beker cola want het bier van de vorige dag had z’n tere keeltje onaangenaam droog gemaakt. De laatste NZ-dollars werden opgemaakt en keurig op tijd konden we het vliegtuig in en stegen we op. De vlucht werd uitgevoerd door JetStar, een budget-onderdeel van Qantas. Geen koffie of ontbijtje inbegrepen, dus we hadden alle rust om nog even te proberen bij te slapen. Sydney loopt twee uur achter op Nieuw Zeeland en zo landden we even voor achten al op Sydney Airport. Klaar voor een nieuwe dag, klaar voor een nieuw land en klaar voor een nieuw avontuur. Wel moesten we eerst nog door de paspoortcontrole en de douane, waarbij vooral de eerste een pittige chaos was: dit hadden we niet verwacht van zo’n moderne luchthaven. De volgende controle viel reuze mee. Moesten we in Nieuw Zeeland nog onze schoenen en tent laten behandelen tegen ongewenste ziektes, hier mochten we zo doorlopen nadat de ‘lady in charge’ had gevraagd welke etenswaren we bij ons hadden en ze hoorde dat we uit Nieuw Zeeland kwamen. Beide landen hanteren een streng toegangsbeleid om ongewenste ziektes te weren, maar kennelijk is er geen angst voor uitwisselbaarheid tussen de landen onderling. Gelukkig maar, want we voelen er nooit veel voor om onze rugzakken ter plaatse uit en weer in te laten pakken. Omdat het nog vroeg was en we waarschiijnlijk toch onze kamers in het hostel nog niet in kunnen, hebben we eerst nog wat gegeten en gedronken voordat we naar de taxi-standplaats liepen. Er blijken geen shuttlebussen te gaan naar de wijk waar ons hostel is gelegen (mmmm…..) maar een taxi is een goed alternatief en ook zeker geen dure oplossing wanneer je de kosten met z’n drieën kunt delen. De brave man had wel wat moeite om ons hostel te vnden, maar zo rond 10.00 uur stonden we op de stoep bij Billabong Gardens, ons onderkomen voor de komende vier dagen. Gert kreeg een nette luxe kamer toegewezen met tv en privé-sanitaire voorzieningen in het hoofdgebouw terwijl Mark en Bianca een nostalgische kamer in het bijgebouw kregen toebedeeld met gedeelde faciliteiten. Tja, onderscheid moet er zijn. Het hostel is in deze periode zo voor de jaarwisseling tjokvol en we waren dan ook blij dat we tijdig (al in juni) kamers gereserveerd hebben.Ook hier weer in het hoofdgebouw een groot aantal lanterfanters die hun vakantie hangend doorbrengen met hun Nintendo achter de tv, maar gelukkig is het in ons bijgebouw een stuk normaler: een gezellig klein binnenplaatsje met tafels en stoelen onder de schaduw van bomen. Goed toeven dus, want de temperatuur is vandaag aangenaam tropisch. We zijn ‘s middags meteen maar de bus ingesprongen richting Circular Quay om een deel van de stad te ontdekken. We zagen vrijwel meteen de Sydney Harbour Bridge en de kenmerkende contouren van het Opera House. Wauw, dat we hier dan nu echt staan. Fantastisch. Het Opera House stak prachtig af tegen de strakblauwe hemel, echt een postcard-effect. We zijn lekker op een terrasje gaan zitten tegenover het Opera House en hebben heerlijk genoten van het prachtige uitzicht en het drukke leven er omheen. Daarna zijn we naar het Opera House zelf toegelopen en hebben daar onder het genot van een biertje het andere pronkstuk van Sydney bewonderd, de Harbour Bridge. Op een gegeven moment waren we het geslenter langs de Circular Quay en The Rocks wel een beetje zat dus zijn we weer met de bus naar het hostel terug gegaan. We waren alledrie toch wel een beetje gaar geworden van het vroege opstaan, het reizen en het slenteren, dus we hebben even een korte siësta gehouden om bij te komen. Om een uur om zeven hebben we nog even een bakkie gedaan en wat gekaart om wakker te blijven, maar om 21.00 uur (23.00 uur NZ-tijd) kwam toch echt de man met de hamer…

Sydney, 30 december 2005
Vanochtend hebben we het lekker rustig aan gedaan. Pas om 09.30 uur ontbijten en pas tegen 11.00 uur op pad gegaan. We hebben weer de bus gepakt en zijn ter hoogte van Darling Harbour weer uitgestapt om daar wat rond te wandelen en vervolgens zijn we in de rij gaan staan om het Sydney Aquarium in te komen. Inderdaad een flinke rij, want ondanks het mooie weer hebben meer mensen besloten vandaag naar het aquarium te gaan, met een rij voor de kassa van een half uurtje tot gevolg. Ze hebben echt hun best gedan bij de bouw van dit complex. Het is echt supermooi en ook interactief, je mag zelfs zeesterren aanraken. Er zijn ook een paar glazen tunnels waar je zeehonden, haaien, manta's en diverse andere vissen van alle kanten kunt bewonderen, heel indrukwekkend allemaal. Zo rond een uurtje of drie liepen we weer uit het aquarium vandaan, terug de snikhitte in. Pfff wat was het heet. We hadden inmiddels trek en dorst gekregen dus zijn we maar op zoek gegaan naar een terrasje. Daarna zijn we verder door Darling Harbour gelopen en zijn we in het Harbourside gebouw weer op een terrasje beland. Mark wilde nog graag naar een Aboriginal-show met muziek, maar toen we daar aankwamen bleek het nog een duur te duren voor de volgende show. We hadden eigenlijk niet zoveel zin om daar op te wachten, dus zijn we weer teruggelopen naar de bus die ons weer afzette in Kingstreet, Newtown. We hadden overigens een gratis ritje (altijd extra lekker): het rolletje papier in de computer van de chauffeur was op en er was meteen een of ander storing dus mochten we zo dorlopen. ' s Avonds zijn we uit eten gegaan bij de beste Thai van Sydney: Thai Pothong, gevestigd aan Kingstreet (vlakbij dus) en al diverse keren in de afgelopen jaren uitgeroepen tot beste Thai-restaurant van Sydney. Het is een heel groot restaurant en wij kondden met moeite tafel nr. 87 (!) bemachtigen. Het eten was voortreffelijk en de bediening super, een perfecte avond. Toen we het restaurant om 22.00 uur verlieten stond er een rij hongerige mensen te wachten tot buiten op straat aan toe. Echt niet normaal meer.

Sydney, 31 december 2005
We heben de ochtend doorgebracht op de binnenplaats van ons hostel, in de bloedhitte, ondertussen ons ontbijt nuttigend, kletsend met een paar Zweedse dames (moeder en dochter) en uitzoekend waar we nou in godsnaam naar toe moeten vanavond om oudjaar te vieren en het vurwerk te aanschouwen: wat is een goede plek, waar heb je voldoende kans om nog een beetje op een normale tijd binnen te komen; er zijn namelijk allemaal afgelsoten plekken waar ze maar een beperkt aantal mensen binnen laten. We hadden al rondgevraagd wat we het beste konden doen en hoe laat we het beste daar heen konden gaan. We kregen antwoorden die varieerden van 'yesterday' tot 17.00 en 19.00 uur om nog een leuk plekje te bemachtigen... daar werden we dus niet veel wijzer van. We hadden bedacht dat ' The Bridge' waarschijnlijk de drukste plek zou zijn en het lastig zou zijn om daar in de buurt te komen omdat iedereen al vroeg een plekje verovert: wij besloten dan ook om naar Darling Harbour te gaan en wel vroeg. Toen wij daar rond 16.00 uur aankwamen was het nog hartstikke rustig. We twijfelden of we toch niet alsnog naar de Harbour Bridge zouden lopen, maar zagen daar toch maar vanaf door alle waarschuwingen vooraf. Pas om een uur om 19.00 werd het drukker en drukker en hebben we een plekje kunnen bemachtigen aan het water, precies voor het ponton waar vanaf het vuurwerk werd afgeschoten. Er is vanavond overal twee keer vuurwerk: Eén keer om 21.00 uur voor families met kinderen en natuurlijk om 00.00 uur. De show die we om 21.00 uur kregen was fantastisch en dat beloofde wat voor 00.00 uur. Het vuurwerk duurde ongeveer een kwartier en ging op de maat van muziek. Toen dat spektakel afgelopen was verdwenen alle families met kinderen en werd het zowaar rustig. We hadden dus niet al om 16.00 uur in Darling Harbour hoeven te zijn. Maar goed, het maakt verder niet uit, want we hebben het toch wel naar ons zin gehad. Het heeft namelijk toch wel een speciaal sfeertje om te zien hoe de stad zich opmaakt voor de jaarwisseling. De restaurants zijn heel leuk aangekleed voor besloten feestjes en je ziet steeds meer opgedirkte mensen langslopen, maar wij hebben nog niet echt het 31-december-gevoel. Het is een beetje onwerkelijk dat w30-Sep-2006> moment was het dan zover, het aftellen begon. Terwijl wij nog 20 seconden op de klok hadden staan, ging echter bij de Harbour Bridge het vuurwerk al af. Beetje stom, maar bij ons werd er uiteindelijk ook spectaculair geopend met vuurwerk. Wij waren de enige drie personen die elkaar direct gelukkig nieuwjaar wensten. De rest (voornamelijk Aziaten) bleef bijna ademloos naar het vuurwerk zitten kijken en af en toe gingen er wat oeh's, aah's en ooh's door de menigte met af en toe wat geklap tussendoor. Het vuurwerk was inderdaad schitterend en in de verte konden we nog twee vuurwerkshows bekijken (waaronder dus die boven de Harbour Bridge), die bijna synchroon afgingen. Totaal werden er in Sydney vijf vuurwerkshows tegelijkertijd gehouden maar in tegenstelling tot in Nederland zie je verder niemand vuurwerk afsteken. Bij ons in Darling Harbour ging een en ander weer vergezeld van muziek, wat heel apart is om mee te maken. Nadat het vuurwerk was afgelopen gingen alle Aussies en Aziaties elkaar pas gelukkig nieuwjaar wensen en daarna stroomde Darling Harbour rap leeg. Het was allemaal heel mak en tam, heel anders dan wij in Nederland gewend zijn. Wel heel apart om dit op deze manier aan de ander kant van de wereld mee te maken mee te maken en ook heel leuk om al tijdens 'onze' jaarwisseling sms-jes vanuit Nederland te ontvangen met de beste wensen !!

Sydney, 1 januari 2006
Terwijl wij aan het ontbijt zitten en inmiddels al leven in 2006 is Nederland bezig de champagneglazen klaar te zetten en de klok te checken voor het aftellen naar 00.00 uur. We horen bijna onze familie en vrienden aftellen: 10, 9, 8, … voor de vorm tellen wij ook mee en als de klok bij ons 10.00 uur slaat, wensen wij elkaar nogmaals een gelukkig nieuwjaar. Daarna gaan we een rondje bellen naar familie en vrienden en horen we het Nederlandse vuurwerk op de achtergrond. Ook versturen we nog wat sms-jes en ontvangen we allemaal gelukwensen. We krijgen tenslotte ook nog een telefoontje uit Nederland (bedankt Rob) en terwijl Nederland nog doorfeest tot in de vroege uurtjes, gaan wij hier weer over tot de orde van de dag. Het is hier al weer 30°C en het is nog geeneens middag. Pfff wat warm. We zijn toch maar de stad in gegaan. De airco in de bus bracht enigszins verkoeling, maar toen moesten we toch echt de hitte in. We gingen op weg naar de Harbour Bridge. Deze brug, ook wel ‘ the old coat hanger’ genoemd werd voor het eerst in gebruik genomen in 1932 en heeft zo’n AS$ 20 miljoen gekost. Het heeft toch wel wat om hier overheen te lopen. We zijn echter niet helemaal tot de andere oever gelopen, want daarvoor was het gewoonweg veel te heet geworden. Het moet inmiddels wel over de 40°C zijn, want ons drinkwater was bijna aan het borrelen en als je door je neus inademde voelde je het gewoon een beetje branden. Gauw maar hier weg dus en proberen de schaduw op te zoeken. Op de terugweg smolten we bijna van de brug af en toen we eenmaal bij het Opera House waren en door wilden lopen naar de botanische tuin, moesten we ons gevecht tegen de hitte opgeven. Gert zijn slippers begonnen enigszins te smelten waardoor het lopen op die dingen bijzonder onaangenaam werd. We zijn dan ook maar rechtsomkeert naar de bus gegaan (Gert op blote voeten), terug naar het hostel. Daana hebben we een bakkie gedaan waarna Mark en Bianca een internetcafé zijn ingedoken (met airco, jippiiieee!) en Gert zich heeft teruggetrokken op zijn kamer. Om 19.00 uur hadden we weer afgesproken om te gaan eten. Het was nog geen meter afgekoeld helaas, maar we gingen toch maar de straat op, op zoek naar een leuk restaurantje. Aan Kingstreet, vlakbij ons hostel, zitten er genoeg en we streken uiteindelijk neer bij Urban Bites, een erg leuk restaurantje met een ober die ons vrijwel meteen vertelde dat hij eigenlijk maar een kutbaan had en dat ie waarschijnlijk vandaag (na één dag) zijn baan op zou zeggen. Lekker gesprek was dat. Bianca verdacht hem er eigenlijk van dat ie een soort toneelstukje opvoerde voor zijn baas zo op z’n eerste dag, zo van ‘kijk mij nou eens goed met de klanten omgaan’. Had ie alleen ff een ander onderwerp moeten kiezen. Het deed verder niets af aan het eten; dat was superlekker. Terug in het hostel, hebben we op de binnenplaats nog wat gekaart, totdat het gigantisch begon te waaien. Het zou morgen gaan regenen, dus dit was waarschijnlijk al de vooraankondiging. Op een gegeven moment vlogen de kaarten over de tafel, dus zijn we binnen maar verder gegaan. Een paar uur daarna (we lagen al lang te slapen) begon het inderdaad flink te hozen. Hopelijk koelt het nu ook af…

Sydney - Katoomba (Blue Mountains), 2 januari 2006
Voor het eerst sinds vijf maanden hebben wij ons verplaatst met de trein. Best wel weer een leuke afwisseling. In twee uurtjes tuften we naar Katoomba in de Blue Mountains. Daarna was het nog een klein stukje lopen naar het hostel, The Flying Fox. We hebben dit keer geen kamer kunnen reserveren, maar de eigenaar had nog wel twee tentsites beschikbaar, zei hij over de telefoon. Dit bleek in de achtertuin te zijn, waar veel te veel tenten op een veel te klein stukje grond werden gepropt, maar veel ander keus hadden we ook niet. Tenten opztten dus maar. Beetje harde ondergrond, maar uiteindelijk zaten bijna alle haringen in de grond en stonden beide tenten best aaridg. Daarna zijn we op zoek gegaan naar het informatiecentrum om te informeren naar leuke wandelingen. Dit infocentrum bleek niet in het centrum te vinden, maar bij Echo Point, op een klein half uurtje lopen vanaf het centrum. Gelijk een lekkere wandeling dus. Echo Point is één van de meest gefotografeerde punten in de Blue Mountains vanwege het mooie zicht op The Three Sisters, een rotsformatie bestaande uit - jawel - drie stukken. Vandaag hadden alleen de meeste bezoekers pech, want er hing een dikke laag mist, ook door de straten van Katoomba vlogen af en toe flarden mist. Dit geeft wel een heel speciale sfeer. Gelukkig zijn wij van plan hier een paar dagen te blijven, dus de kans is groot dat wij alsnog de drie zussies gaan zien, maar voor de dagjesmensen uit Sydney zit er nix anders op dan een knappe ansichtkaart te kopen en weer in de bus te stappen. Op de terugweg van het infocentrum hebben we nog even inkopen gedaan voor het avondeten, waarna we tot aan de het avondeten heerlijk hebben gerelaxed in de tuin van het hostel. Inmiddels verdween de mist en brak het zonnetje door. Toen wij uiteindelijk aan het koken sloegen leek het wel alsof ineens iedereen wilde koken. Echt onbegrijpelijk dat men niet even kan wachten, het leek wel een mierennest in de (kleine) keuken. Met wat kunst en vliegwerk haden wij uiteindelijk ons maaltje klaar dat we lekker buiten opgegeten hebben. Inmiddels was het zonnetje weer weg en de mist teruggekomen. Dit bracht aangename verkoeling na de tropische temperaturen van de afgelopen dagen. Prima temperatuur ook om in je tentje te liggen; niet te koud en niet te warm.

Katoomba, 3 januari 2006
Om 08.00 uur dreven we onze tenten uit. De zon kwam rond die tijd over de bomen heen en stond precies op onze tentjes te schijnen. Dit gaf ons meteen de gelegenheid om maar een beetje bijtijds te gaan wandelen. Als eerste liepen we weer naar Echo Point, waar nu de mist geheel verdwenen was en we ook de prachtige Jamison Valley konden zien liggen. Ook The Three Sisters stonden er mooi bij. Het is toch wel grappig om eerst op deze plek te staan met een brok mist, echt op twee meter afstand geen hand voor ogen zien en dan de tweede keer zie je prachtige natuur. Het was alsof je gewoon even de gordijnen open moest doen ofzo. Daarna zijn we naar de Katoomba Falls gelopen. Op de route ernaar toe waren diverse uitkijkpunten gemaakt die allemaal een ander prachtig uitzicht gaven over de vallei. De Falls zelf bleken niet heel spectaculair na de langere afwezigheid van regen, maar ze waren wel prachtig gelegen. Het pad bracht ons bij een punt waar je nog allerlei andere wandelingen kon starten. Wij kozen ervoor om er nog een kleine wandeling aan vast te plakken. Via enorm veel traptreden kwamen we terecht bij een uitkijkpunt dat ze Juliets Balcony hebben genoemd. Het gaf wederom een spectaculair uitzicht op de vallei en de onderkant van de Katoomba Falls. Daarna moesten we omhoog! Pfff. De terugweg had gelukkig wat minder traptreden en het was ook wat minder steil; we waren blij dat we het rondje niet andersom gestart waren. We zijn uit gaan puffen in een leuk restaurantje en hebben daar ook even lekker geluncht, voordat we weer terug zijn gaan lopen naar het hostel. Het was bloedheet en we hebben in totaal ruim drie uur getippeld, dus dat vonden we voor nu wel even genoeg voor vandaag. Het is niet verstandig om in de hitte al te actief te doen, toch J ? Na het avondeten, toen het ook een beetje afgekoeld was, zijn Mark en Bianca nog een keer teruggelopen naar Echo Point om de vallei en The Three Sisters bij zonsondergang te zien. We waren niet de enige die dat dachten, maar gelukkig konden we nog een goeie plek uitzoeken om foto’s te maken en te genieten. Toen de zon onder was zijn we weer richting hostel gelopen. Het was toch wel ff lekker om na het eten een stevige wandeling te maken en Bianca raakte ook gelijk van d’r volle-maag-gevoel af…

Katoomba, 4 januari 2006
Dreven we gisteren nog de tent uit van de hitte, vanochtend dreven we bijna echt de tent uit door de regen. Gisteravond is het begonnen en het is ook niet meer opgehouden, lekker dan. De planning was om vandaag een lange wandeling te gaan maken over de bodem van de vallei, maar dat viel dus letterlijk en figuurlijk in het water. Om in de vallei te komen moet je de Giant Stairway af, een trap van zo’n 900 treden waar je een half uur over doet om beneden te komen. Geen pretje dus als het nat en glibberig is en dus moesten we iets anders zoeken voor vandaag. Nou is Katoomba helemaal toegespitst op de vallei met al haar wandelpaden en outdoor-activiteiten en voor de rest is er eigenlijk geen ruk te doen. Dan maar onze website bijwerken in het internetcafé dachten we, maar ook dat viel tegen want er is bijna geen computer te vinden hier. Van pure narigheid zijn we maar ergens in een tentje neergestreken voor een bakje koffie, het gebak was zo akelig hoog geprijsd dat we dit maar aan ons voorbij hebben laten gaan. Voor de koffie-verandering dacht Bianca een lekkere machiato te bestellen, met de gedachte dat dit vast iets met mocca zou zijn… dat viel vies tegen. De machiato is een dubbele expersso met een schuimkraagje, nix dus voor Bianca die liever een latté (koffie verkeerd) heeft, of een variant daarvan. Koffie is hier heel populair en overal kan je lekkere cappuccino’s krijgen, of de soft-top variant, de flat white. Het verschil tussen deze proef je amper, maar de overstap naar de machiato was dus duidelijk iets te hoog gegrepen. Hierna zijn we nogmaals op zoek gegaan naar internet en hadden we iets meer geluk, we konden in ieder geval even onze mail checken en een stukje van het reisverslag inkloppen. Gert was intussen Katoomba wat verder gaan bekijken en toen hij om half twaalf terugkwam zijn we naar de supermarkt gelopen om onze lunch in te slaan. Ook na de lunch was het weer nog steeds niet opgeklaard en bleef Gert in het hostel wat lezen terwijl Mark en Bianca wat boekenwinkels gingen afstruinen op zoek naar nieuw leesvoer. We vonden wat we zochten (Joe Simpson’s Touching the void, op aanraden van Marieke) en streken daarna weer neer in een tentje om een bakkie te doen, ditmaal wel met gebak (Bianca). Omdat het koken gisteren wat rommelig verliep in het hostel, hebben we voor vanavond besloten uit eten te gaan. Er zijn talloze restaurantjes in Katoomba en we liepen naar binnen bij een Thais tentje, waar we heerlijk gegeten hebben. We komen zo al helemaal in de mood voor ons bezoek aan Thailand over een paar maanden… Bij terugkomst in het hostel was een houtvuurtje gestookt in de chill-out hut buiten, waar we ons wat hebben opgewarmd. Door de aanhoudende regen is het ook flink afgekoeld en voor de zekerheid heeft Bianca maar een exrta slaapzak gehuurd. De beste slaapzakken waren echter al vergeven, maar ter compensatie kreeg Bianca er twee voor de prijs van één. Zo kroop Biana even later ons tentje in, ingepakt in drie slaapzakken. Als ze het nu nog koud krijgt…

Katoomba - Sydney - Brisbane, 5 januari 2006
Nix geen verandering van het weer ten opzichte van gisteren. Bij het opstaan regende het nog steeds en dus zullen we ook vandaag niet de beoogde wandeling gaan maken. Aan het begin van de middag vertrekt de trein terug naar Sydney, dus het is nu echt over. Wel jammer, maar we hebben in ieder geval één mooie dag gehad hier en de highlights kunnen zien. De tenten werden afgebroken en verdwenen dus zeiknat en smerig in de zakken, met in het achterhoofd dat deze onder de brandende zon van Ayers Rock wel snel zullen drogen. De rest van de ochtend hebben we doorgebracht met lezen en zoals gepland zaten we om 13.25 uur in de trein terug naar Sydney. De twee uur durende trip verliep soepel en bij aankomst op Sydney Centraal zijn we direct een taxi ingesprongen om ons naar het vliegveld te laten brengen voor de vlucht naar Brisbane. Bij de tassencontrole was er even wat consternatie: ons pannensetje in Bianca’s tas werd door de vrouwelijke röntgener aangezien als een gevaarlijk visdraadwapen met dodelijke toepassing en de tas moest open worden gemaakt. Kenneljik vonden ook haar mannelijke collega’s dit een leuke blunder, want ze moesten en zouden dit even onder haar neus wrijven. Later bleek trouwens dat ze beter iets scherper hadden kunnen opletten, want per abuis had Mark z’n zakmes in z’n handbagage meegenomen het vliegtuig in en zaten er bij Bianca drie besteksetjes in de handbagage… Hierna werd Bianca ook nog eens uitgepikt voor een extra security-check, waarbij men o.a. keek of ze niet recent in aanraking was geweest met ingrediënten voor explosieven. De vlucht verliep verder zonder problemen en om 18.30 uur stonden we al op het vliegveld van Brisbane, waar de ons toegezegde pick-up in geen velden of wegen te bekennen was. Na even gewacht en rondgekeken te hebben, hebben we maar contact opgenomen met het hostel, waar men ons vertelde dat er vandaag helemaal geen pick-up zou zijn! Dan maar met de shuttlebus naar het hostel en toen we daar aankwamen kregen we van een ietwat norse oude man met humor (rare combi, misschien last van de warmte) onze kamers toegewezen. Echt trek in eten hadden we niet en dus hebben we maar in de keuken een bakkie gedronken en wat chips en fris uit de automaat gerukt. Bianca zat echter met haar hoofd nog steeds bij het Joe Simpson boek, dus die ging iets later naar de kamer om in het boek te duiken. Ook toen Mark in bed kwam was ze nog niet uitgelezen. Pas om 23.15 legde ze voldaan het boek neer. Uit! Wat een fantastisch boek.

Brisbane, 6 januari 2006
We hebben maar een dag in Brisbane en die wilden we goed benutten. Na een akelig warme nacht (gelukkig hadden we een ventilator op de kamer) en een simpel ontbijtje zijn we op pad gegaan naar het Lone Pine Sanctuary. Deze sanctuary is beroemd om de grote aantallen koala’s die hier zijn en verder zijn er nog tal van bewoners van het Australische dierenrijk in levende lijve te bewonderen, dus dat lijkt ons een mooie manier om met hen kennis te maken. Om er te komen konden we de bus pakken die uit het centrum vertrekt, hetgeen op zo’n twintig minuten lopen vanaf het hostel ligt. De temperatuur is vandaag lekker aangenaam, gelukkig nog niet zo heel heet. De bus vertrok vanwaar wij dachten dat ie zou vertrekken en zo reden we in een klein half uurtje naar het Lone Pine Sanctuary toe wat op 19 kilometer buiten de stad ligt. Er zijn ongeveer 130 koala’s in dit sanctuary, in alle leeftijdsklasses en sommige zitten los in de bomen, sommige in open kooien vanwaar ze beter de toeristen kunnen bekijken. Erg grappige beestjes met een hoog aaibaarheidsgehalte, maar dat moest nog even op zich laten wachten. Eerst zijn we naar een veld gelopen waar kangoeroes en wallabies vrij rond lopen, met betreding op eigen risico. Van een paar andere toeristen kregen we een zakje voer aangereikt en dus gingen we vol goede moed op zoek naar een kangoeroe die we konden voeren. Al gauw was een ‘slachtoffer’ gevonden, maar hoe Bianca het beest ook aanspoorde, hij vertikte het om uit haar hand te eten en deed zich liever te goed aan het verse gras. Arrogant klotebeest, wat denkt ie wel? Iets verderop hadden we wel geluk en vraten de kangoeroes rustig uit onze handen, ondertussen wel alles goed in de gaten houdend. De meeste waren vrij klein van stuk, maar er liepen ook wel een paar grotere exemplaren tussen waar we maar een beetje vandaan bleven om te voorkomen dat we een trap zouden krijgen, je weet immers maar nooit, het blijven wilde dieren. Verderop in het park kon je op de foto met een koala tegen betaling van AS$ 15. Normaal gesproken houden we niet zo van dergelijke geldkloppraktijken maar men verzekerde ons dat het geld ten goede komt aan het onderzoek en het in stand houden van de koala-populatie, dus we lieten ons graag overhalen. Bianca en Mark kregen allebei zo’n knuffeldier in de armen gedrukt; Gert geloofde het wel en bleef op een veilige afstand. Van de parkmedewerkers kregen we te horen dat men hier de koala’s niet uitzet ofzo en dat men ook geen koala’s opvangt en terugplaatst in de natuur; eigenlijk is het park dus meer een soort dierentuin in een plaats van een opvangcentrum. Mmmm zijn we er nu toch ingetuind? Af en toe vangt men wel dieren op die in de omgeving gevonden worden, maar dan betreft het vaak gewonde vogels. Hoe dan ook, het was erg leuk om zo’n bijzonder beestje vast te houden en er wat meer over te weten te komen. Eigenlijk zijn het wat suffe beestjes, met hersens zo klein als een walnoot, 19 uur slaap/luieren per dag en de rest van het tijd aan het eten. Grotere hersens hebben ze trouwens ook niet nodig, want boven in de bomen waar ze leven hebben ze toch geen natuurlijke vijanden dus ze leven een vrij simpel en zorgeloos bestaan. Al met al duurde het bezoekje toch al gauw weer een paar uur en pas tegen een uur of drie pakten we de bus terug naar het centrum. Daar zijn we naar Southbanks gelopen, een leuk recreatiegebied an de rand van de Brisbane-river. De zon scheen weer volop en we waren blij dat we af en toe effe in de schaduw konden lopen. Op de Southbanks hebben ze ook een paar kunstmatige meertjes aangelegd, maar die puilden vandaag uit van de bezoekers dus konden onze zwemkleren droog blijven en zijn we op een terrasje wat gaan drinken. Toen we hier genoeg van hadden zijn we naar het centrum terug gelopen om wat boodschappen te doen en te zoeken naar een geheugenkaartje voor de camera van Gert, het laatste helaas zonder succes. Hoewel de Sony-camera pas vijf jaar oud is, zijn er nu al geen geheugenkaartjes meer voor te krijgen en het vervangende type werkt niet op deze camera, een slechte zaak is dat. Enigszins vermoeid kwamen we aan bij ons hostel, waar we het zweet van ons afgespoeld hebben voordat we richting Chinatown gingen om een hapje te eten. Onderweg zagen we het in de verte al heftig bliksemen, dus met een beetje pech zouden we ook hier weer regen op ons dak krijgen, maar vooralsnog was het droog. Chinatown is niet echt in een leuke buurt gelegen met overal zwervers en dronkelappen op straat en is zelfs zo klein dat we er in eerste instantie voorbij waren gelopen, maar tenslotte kwamen we terecht bij talloze restaurantjes. We kozen ervoor om bij een fusion-restaurant te gaan eten, een mix van Vietnamees en Chinees. Tijdens het (heerlijke) eten begon het buiten inderdaad heftig te regenen. Zo heftig zelfs, dat her en der stromen water over het trottoir liepen en diverse panden last van waterlekkage hadden. Wij sprongen snel een taxi in die ons terug naar het hostel bracht, maar evengoed kwamen we nog zeiknat binnen van het kleine stukje lopen van de taxi naar de deur van het hostel…

Brisbane - Yulara, 7 januari 2006
De hele nacht is het blijven regenen, maar toen we vanochtend om 06.35 uur werden opgehaald door de shuttlebus, was het eindelijk droog en begon het zonnetje voorzichtig weer tevoorschijn te komen. Op het vliegveld aangekomen schrokken we toen we een giga-rij zagen staan wachten… het inchecken voor onze vlucht zou over een half uur sluiten en dat zouden we op deze wijze nooit gaan halen. Bij navraag bleek het te gaan om de rij voor het self-service inchecken van de e-tickets, dus aangezien Mark en Bianca papieren tickets hadden konden zij zo doorlopen en direct naar de incheckbalie gaan, waar de medewerker zo aardig was om ook Gert met z’n e-ticket in te checken zonder in de rij te hoeven gaan staan. Hoera, we waren gered. Achteraf had het waarschijnlijk geen ruk uitgemaakt, want het vliegtuig vertrok met een half uur vertraging omdat er kennelijk meer mensen in de rij stonden die met ons vliegtuig mee wilden. We hebben ook nog een goeie daad verricht: voordat we het vliegtuig ingingen hebben we nl. al onze overgebleven munten (dat waren er heel wat en weegde inmiddels loodzwaar) van de vorige landen gedoneerd aan Unicef! Aan boord kregen we een heerlijk ontbijt voorgeschoteld, met onder andere een soort muesli/cornflake mengsel waar zelfs bruinebroodman Mark enthousiast over werd: dit gaan we vaker eten! Om 11.30 uur lokale tijd kwamen we aan op het vliegveld van Alice Springs, waar het gruwelijk heet was. We bevinden ons dan ook in het midden van Australie, waar slechts 30 cm regen per jaar valt, dus we kunnen ons borst nat maken voor een warm verblijf. Na effe wat gedronken te hebben vertrok ons vliegtuig al weer richting Ayers Rock, waar we een half uurtje later om 13.00 uur aankwamen. Een gratis shuttlebus bracht ons vervolgens naar het resort, waar wij een plekje op de campground uitzochten om onze natte tenten op te zetten. Nu voor te laten drogen en om later vandaag ook in te slapen (al tijdens het opzetten waren ze helemaal opgedroogd). De campsite is vrij verlaten hetgeen ons enigszins verbaast, volgens de reisboeken moet het hier in het hoogseizoen uitpuilen en andere goedkope verblijfplaatsen zijn er niet, alleen maar wat resorthotels. De voorzieningen op de campsite zijn gelukkig wel goed, zo is er een grote open shelter met keuken, aparte sanitaire voorzieningen en een receptie met kleine kampwinkel. Hier komen we de dagen wel door. Op het resort zelf is ook nog een soort van winkelcentrumpje, waar we heen gingen om informatie in te winnen omtrent het bezoek aan de trekpleisters van dit park en om bij de ‘grotere’ supermarkt inkopen te doen. Diverse touroperators bieden tourtjes aan, maar de prijzen zijn flink. Je kan ook alleen vervoer kopen, maar aangezien dat bijna even duur is dan een georganiseerde trip, kiezen we voor morgenochtend een tourtje uit bij AAT Kings en wel naar The Olgas, oftewel Kata Tjuta in Abo-taal. Afhankelijk van het weer morgen (het is vandaag wat bewolkt) zullen we andere tourtjes gaan plannen, want het heeft weinig nut om bij dikke bewolking te proberen een ondergaande zon te fotograferen. Na boodschappen ingeslagen te hebben zijn we terug gaan lopen naar de camprgound, wat zo’n vijftien minuten lopen is. Dat lijkt niet veel, maar de zon was net even door de wolken gekomen en dan voel je ‘m toch wel erg hard branden direct. Flink bezweet kwamen we dan ook terug en zijn we eerst maar gaan uitdampen om bij te komen. Zelfs hier in the middle of nowhere hebben ze een internetverbinding en dat kwam goed uit, want nu konden we ook onze terugtocht naar Alice Springs voor overmorgen regelen. Even dachten we aan vliegen, maar dit keer won de bus het, die aantrekkelijker geprijsd was. Bovendien, de busreis doet er vijfenhalf uur over om in Alice Springs te komen en we hopen dat dat ons een mooie gelegenheid geeft om wat meer van de Red Centre te zien. Boeken dus. Voor het avondeten waren we aangewezen op onze instant-noodles maaltijden, die we al in Brisbane gekocht hebben. Beetje heet water er over, even laten indampen en opslurpen maar. Lekker makkelijk en best nog wel aardig te eten. Na het eten zijn we het zweet van ons af gaan spoelen en hebben we in de shelter nog effe een bakkie gedaan. Mark is ook nog even naar een uitkijkpunt gelopen om te kijken of de ondergaande zon een mooi schouwspel zou opleveren, maar helaas… de dikke bewolking was de spelbreker en dus was hij snel weer terug. Het is redelijk vroeg donker hier en als dan het licht van de shelter het enige licht is, is dat natuurlijk ook vragen om aandacht van allerlei dieren. De sprinkhanen, bromvliegen en andere krengen vlogen om je oren en op een gegeven moment zagen we ook een kleine slang van zo’n 30 cm door de keuken kruipen… voetjes van de vloer maar…

Yulara, 8 januari 2006
Het is vannacht licht gaan regenen, maar toen we om 05.00 uur vanochtend opstonden was het gelukkig al weer droog en zag het er onbewolkt uit, voorzover we dat konden zien in het donker. We hebben met de tent open geslapen, want het was gisteravond bloedheet en we liepen helemaal leeg van het zweet. Wel hebben we heerlijk geslapen, de ondergrond van zacht gras en dat is beduidend beter dan de rotsbodem in Katoomba afgelopen week. Vlak vooor onze tent lag ook iemand gewoon in de open lucht te slapen, maar we vragen ons af hoe dat tijdens de regen bevallen is. Om 05.30 uur werden we opgepikt door de bus en reden we eerst langs Uluru (Ayers Rock) om mensen op te pikken die nog vroeger opgestaan waren om de zonsopkomst te bekijken. Dit gaf ons mooi de gelegenheid om het ontwaken van de natuur mee te maken en voor het eerst het indrukwekkende gevaarte dat Uluru heet op ons te laten inwerken. Later zullen we hier nog wel terugkomen, maar de eerste indrukken zijn binnen. Hierna reden we naar Kata Tjuta, waar we de ‘Valley of the Winds’-wandeling gingen maken. Kata Tjuta is een verzameling rotsen (36 stuks) op zo’n 52 kilometer van Yulara en is naast Uluru de andere trekpleister van de regio. Voor de Aboriginals is het een sacred area, waardoor er voor de toeristen maar twee wandelpaden beschikbaar zijn. Iedereen uit onze groep liep mee tot het eerste uitkijkpunt, waarna men de keuze kreeg om al dan niet door te lopen naar het tweede uitkijkpunt, wat een stuk pittigere wandeling zou zijn. Zo snel laten wij ons natuurlijk niet afschrikken en dus stonden we vooraan om op pad te gaan. Inderdaad was dit pad zwaarder, met aan het eind een flinke steile klim, maar het was het dubbel en dwars waard. Even op adem komen en dan maar genieten van al het moois om je heen. Een prachtige blauwe lucht, indrukwekkende roodgekleurde rotsen en vrij veel groen, schitterend maar bloedheet. Schaduw opzoeken dus en wel zo veel mogelijk. De schaduw helpt echter niet tegen een andere nare plaag, de vliegen die hier in grote getale aanwezig zijn. We waren hier gelukkig al enigszins op voorbereid en Bianca had zelfs een vliegennetje aangeschaft en was hier dan ook zeer blij mee. Geen zoemende vliegende schepsels meer in de neus, oren en ogen, wat een uitvinding! Na het korte verblijf keerden we al weer om om naar de bus terug te lopen, wat op zich vlotjes ging op het laatste stuk na, vlakbij het eerste uitkijkpunt, waar de klimconditie weer even op proef werd gesteld. Hierna bleef het vlak en reden we in de bus terug naar een plaats iets verderop waar we een morning tea (jus d’orange en fruitcake) kregen uitgedeeld en nog wat laatste plaatjes konden worden geschoten. Het enige nadeel van deze trip is dat we te dicht bij de rotsen staan om een mooie overzichtsfoto te maken, hier moeten we dus nog wat op zien te vinden. De terugrit naar het resort duurde bijna een uur, zodat we tegen elven weer terug waren bij onze tenten. Even hebben we daar een bakkie gedaan, maar toen zijn we naar het zwembad gelopen om af te gaan koelen. Wat een luxe en wat een heerlijkheid. Het zwembad is groot genoeg om lekker in te ontspannen en er zijn op dit uur van de dag weinig andere gasten, ideaal dus. Wel goed uitkijken, want het zwembad ligt open onder de koperen ploert, dus verbranden is een kwestie van een paar tellen te lang in de zon. De rest van de middag hebben we zo luierend doorgebracht, afwisselend wat lezen, duikje nemen, drinken, etc. Tussendoor zijn we gaan nadenken over wat we hier nog meer willen gaan zien en doen. Het tourtje van vanochtend was wel aardig, maar gaf niet zo heel veel extra’s dan wanneer we het op eigen houtje hadden gedaan. Nu kan je hier ook auto’s huren en bij navraag bleek de prijs hiervan reuze aantrekkelijk. Om 03.30 uur liepen Mark en Bianca naar het winkelcentrum, waar ze bij Avis de sleutels van een prachtig nieuwe Toyota Corolla kregen overhandigd. Ferrari-rood, dus dat gaat helemaal goed komen. De auto kost nog geen AS$ 70 per dag, terwijl een georganiseerde tour AS$ 40 p.p kost, dat is snel terugverdiend! Bij de supermarkt sloegen we nog even wat kleine boodschappen in, waarna we er bij de kassa achter kwamn niet genoeg geld bij ons te hebben… gelukkig is de creditcard hier goed ingeburgerd en konden we de vereiste AS$ 19 zo ophoesten. Terug op de campground zijn we nog even de pool ingedoken en hebben we voor het avondeten hetzelfde ritueel herhaald als gisteren. Om iets voor zevenen reden we naar Uluru om de ondergaande zon te gaan bekijken en even leek het een race tegen de klok, omdat de lucht al mooi begon te kleuren boven de rots, maar we kwamen keurig op tijd aan bij het uitkijkpunt. Men heeft speciale uitkijkpunten ingericht om de ondergaande en opkomende zon te bekijken en het is op de parkeerplaats dan ook een aardige drukte met een hoop herrie van klikkende fotocamera’s. Om de paar minuten schieten we een plaatje omdat Uluru telkens van kleur verandert onder invloed van de zon en het mag gezegd worden, het is inderdaad een heel bijzonder gezicht. Vanuit de richting van onze campsite komen donkere wolken opzetten, hetgeen voor een nog bijzonderder schouwspel zorgde. Even is het de vraag of de zon onder zal zijn voordat de storm losbarst, maar we hebben geluk. Als de zon verdwenen is komen de eerste druppels en rijden we terug naar de campground. In de shelter spelen we nog wat potjes shithead en zijn we tegen tienen onze ietwat afgekoelde maar nog steeds benauwde tentjes ingekropen.

Yulara - Alice Springs, 9 januari 2006
Om kwart over vijf vanochtend stonden Mark en Bianca al weer op om nu naar de zonsopgang van Uluru te gaan kijken en een wandeling te gaan maken om Uluru heen. Gert geloofde het allemaal wel (heeft tenslotte vakantie) en bleef lekker nog wat langer slapen. Voor het aanschouwen van de zonsopkomst bij Uluru reden we naar een andere parkeerplaats dan gisteravond, waar al vele andere auto’s te wachten stonden. We waren net op tijd, maar het schouwspel was iets minder mooi dan gisteravond. Nou moet ook gezegd worden dat het uitkijkpunt niet echt perfect gekozen is: je staat zo dicht bij de rots dat het geheel niet op een normale foto past zonder gebruik te moeten maken van groothoeklenzen en je hebt ook geen uitzicht op het mooiste stuk van Uluru. Tel daarbij op dat er telkens mensen voor je lens voorbij lopen, dus ook uit fotografisch oogpunt viel het wat tegen. Evengoed toch wel weer bijzonder om dit mee te maken en na wat plaatjes geschoten te hebben reden we naar de voet van de rots aan de andere kant om met de wandeling te beginnen. In de reisboeken staat dat de wandeling tussen de drie en vier uur zou duren, maar van anderen hebben we al gehoord dat het rondje Uluru in twee uuur te doen is. Dat zou mooi uitkomen, want we moeten onze campsite om 10.00 uur afgebroken hebben, dus dat past precies. Om 06.30 uur begonnen we klokswijs het rondje te lopen. We lopen het eerste stuk in de schaduw wat wel fijn is, al is de zon op dit vroege tijdstip nog niet zo akelig fel. Her en der staan bezienswaardigheden uit de Aboriginal-cultuur aangegeven en op andere plekken staan borden die het maken van foto’s of betreden van het terrein verbieden in verband met de heilige betekenis van deze rots voor de Abo’s. Begrijpelijk maar wel jammer, want het zijn juist vaak de meest spectaculaire plaatsen die ‘verboden’ zijn. Je kan trouwens ook de rots beklimmen als je dat zou willen (erg steil), maar in iedere folder word gevraagd hiervan af te zien uit respect voor de Abo’s, maar desondanks komen er busladingen vol aan die de rots op stormen. Wij vinden dit een beetje vreemd, sluit dan gewoon de boel af en verbiedt de beklimming, op deze wijze is het een erg grijze statement. Aan de andere kant van de rots kwamen we wel in de volle zon te lopen, maar gelukkig hadden we genoeg water bij ons en er waaide ook een lekker windje, dus we konden de hoofden redelijk koel houden. Allebei hadden we nu ons sexy vliegennetje op en dat was hier wel nodig ook. Onderweg zijn we een paar keer gestopt om plaatjes te schieten maar evengoed waren we inderdaad binnen de twee uur terug bij onze auto. Snel de airco aan en op weg. We wilden nog even een stuk naar Kata Tjuta rijden om een mooie overzichtsfoto te maken, maar het vinden van een geschikte plek viel tegen. Het is verboden om de auto te parkeren langs de kant van de weg er heen en de voorgeschreven uitkijkplek bood niet het gewenste plaatje. Dan toch maar effe stoppen langs de kant, snel wat plaatjes schieten, omdraaien en weer terugrijden naar de campground. Gert was inmiddels ook opgestaan en na ontbeten te hebben zijn we de tenten gaan afbreken en de boel gaan inpakken. We hebben nog een paar uur voordat de bus vertrekt naar Alice Springs, dus de rest van de ochtend hebben we doorgebracht in en om het zwembad. Mark bracht de auto terug naar het verhuurbedrijf en pikte direct de lunch (chips en ijsthee) op, waarna hij met de gratis pendelbus terugkwam: te warm om te lopen. Keurig om twee uur kwam de bus, waarin slechts nog een handjevol andere reizigers zaten. De buschauffeur deelde ons mede dat hij één keer zou stoppen onderweg bij een roadhouse en dat we nu dus de ogen dicht konden doen; hij zou ons wel wakker maken over een paar uur. Nou wilden wij nog wel graag wat van het landschap zien, maar het vroege opstaan eiste ook wel zijn tol en al gauw vielen de ogen dicht. Na een tijdje gingen ze weer open en zagen we dat het landschap nix was veranderd. Nog steeds rood zand, nog steeds her en der wat groene struiken en nog steeds geen andere weggebruikers. Wel kregen we op een gegeven moment een soort tafelberg te zien, wat achteraf Mount Conner bleek te zijn. Verder was de rit niet veel bijzonders en toen we om half vijf bij het roadhouse in Erldunda aankwamen was het nog steeds hetzelfde. We waren verbaasd hier een aanplakbiljet te zien waarin de overheid aangaf dat het bij dit roadhouse (en eigenlijk ook verder in dit gebied) verboden was om alcohol aan leden van een bepaalde Aboriginal-stam te serveren, kennelijk loopt het nog wel eens uit de hand. Wij konden gelukkig wel een lekker koel biertje / colaatje drinken en na een half uur gingen we weer op pad voor de laatste twee uur naar Alice Springs. De chauffeur bracht ons keurig tot aan de voordeur van het door ons gereserveerde hostel, Annie’s Place, waar we om half acht aankwamen. De kamers zijn netjes, eigenlijk luxe met airco, tv, eigen douche/wc en frisse handdoeken en het heeft nog een pluspunt: een eigen bar annex restaurant. Hostelbezoekers kunnen hier voor slechts AS$ 5 p.p een maaltijd bestellen, wat we dan ook gedaan hebben na ons opgefrist te hebben. Helaas had net een grote groep eten besteld dus we moesten een tijdje wachten, maar onder het genot van een drankje en lekkere muziek was het best uit te houden. Een erg leuk hostel, jammer dat we hier alleen maar zijn om een nachtje door te brengen. Het is ook gelijk onze laatste avond samen, want Gert vliegt morgen door naar Adelaide, terwijl wij naar de westkust zullen vliegen voor het vervolg van de reis. De tijd samen is voorbij gevlogen en terugkijkend hebben we toch ook wel weer heel veel dingen gezien en gedaan. Gelukkig is Gert ook enthousiast geraakt over beide landen, dus het zal ons niets verbazen als hij hier nog eens terugkeert. Na gegeten te hebben en nog een drankje te hebben gedaan zijn we gaan slapen. Morgen om 08.00 uur zullen we naar het vliegveld afreizen… een beetje uitslapen dus…

Alice Springs - Perth, 10 januari 2006
Ons hostel bood ook een gratis ontbijt aan, dus om half acht gingen we naar de keuken om dit te nuttigen. Dit viel echter tegen en was beperkt tot brood, en jam en een bakkie, maar voor nu was dit wel voldoende; met een beetje geluk zouden we in het vliegtuig wel weer wat te knabbelen krijgen. De taxi stond keurig om acht uur voor de deur en binnen no-time stonden we al op het vliegveld, waar de incheckbalies nog gesloten waren. Even later gingen ze open en konden we inchecken en kregen we op verzoek een plaats voorin het vliegtuig toegewezen, zodat Mark z’n lange stelten kwijt kon zonder Bianca voor d’r voeten te zitten en bovendien kregen we drie stoelen voor ons tweeën toegewezen, nu moesten we wel de ruimte hebben! Bij de tassencontrole werden nu wel keurig de besteksetjes uit Bianca’s tas gevist en konden we kiezen: of de tas met besteksetjes inchecken of de besteksetjes achterlaten. We kozen voor het eerste, zodat we in Perth niet met onze handen en voeten hoeven te eten. Gezamenlijk dronken we nog wat bakjes koffie en thee waarna het om 9.25 uur tijd werd om afscheid te nemen van Gert. Gert heeft nog een weekje Adelaide / Sydney voor de boeg zodat hij nog lekker kan bijkomen van alle belevenissen. Goed, handje schudden, zoenen en een paar schouderkloppen en we gingen naar ons toestel. De vlucht verliep soepel, op een wat ruwe landing na en om een uur of elf (anderhalf uur tijdverschil doorbroken) landden we in Perth. Toen we stonden te wachten todat onze bagage eraan kwam, kwam er een douanier langs met een hondje (Beagel) welke alle tassen afsnuffelde op zoek naar fruit of andere waar die verboden is in te voeren. Hij bleef iets te lang plakken bij Mark zijn tas dus moest die opengemaakt worden. Er had de dag ervoor een appel ingezeten en dat rook de Beagel. Knap hoor! Nadat we onze grote rugzakken van de band af hadden gehaald werden ook die nog eens besnuffeld maar hier rook de Beagel verder niets, dus mochten we weg. Bij de bagageband kregen we nog een leuke andere verrassing, een Engels stel dat we acht weken geleden in Auckland in het hostel ontmoet hadden, had notabene in hetzelfde vliegtuig als ons gezeten. Zij blijven nog een paar dagen in Perth voordat ze terugreizen en hebben net als ons Nieuw Zeland doorkruist, Sydney en Uluru bezocht en hebben nu dus nog een weekje Perth te gaan. Wat een toeval om elkaar hier dan weer tegen te komen. We zaten ook weer bij elkaar in het shuttlebusje naar de stad, maar zij hadden een ander hostel dan ons uitgekozen en dus zullen we elkaar nu waarschijnlijk niet meer tegenkomen. Wij hadden een kamer gereserveerd in het Grand Central Backpackers Hostel, wat in de reisboeken (we hebben er twee) wat wisselvallige beoordelingen krijgt. We willen graag wat centraal in Perth zitten omdat we nog wat zaken te regelen hebben, dus hebben we besloten het een kans te geven, maar al snel kregen we het gevoel de verkeerde keus te hebben gemaakt. Een akelig klein kamertje aan de straatkant, een half gordijn, bed zelf opmaken, smerige douche/wc, klein rommelig keukentje, mmmmmm. Maar, inderdaad, centraal gelegen en dus gingen we een rondje door het centrum maken. We hebben wat informatie ingewonnen bij het West Australia Visior Centre, wat rondgekeken voor kleding (nix kunnen vinden) en wat ge-internet voordat we terug gingen naar het hostel om ons avondeten te bereiden. Met de warmte van vandaag hebben we niet veel trek om een warme maaltijd te bereiden en we beperken ons dan ook tot een lekkere salade met bacon en peren uit blik toe. De douche slaan we vandaag over in verband met de30-Sep-2006Waar we al bang voor waren wordt werkelijkheid: de doorgaande verkeersader onder ons raam geeft veel herrie hetgeen verster30-Sep-2006rbij schijnt te komen. Moeilijk komen we in slaap…

Perth, 11 januari 2006
The nightmare continues... niet alleen ging het trein- en autoverkeer gisteravond door tot diep in de nacht, om half vijf 's morgens kwam het forensenverkeer op gang met als resultaat iedere vijf minuten een trein langs ons raam! Geen oog dicht gedaan dus en allebei om half zeven klaar wakker. Over één ding waren we het eens: we gaan snel op zoek naar een ander slaapplaats. Zo kwam het dat we voor achten al buiten liepen met de LP in onze hand, op zoek naar een ander hostel in de nabijgelegen wijk Northbridge. Bij het eerste hostel hadden we de pech dat er geen kamer vrij was, maar toen we iets verder liepen hadden we geluk. Bij The Witches' Hat zat een vriendelijke dame buiten die ons meteen wat kamers liet zien. Het hostel zag er leuk uit en schoner dan hetgeen we vannacht in verbleven waren, maar we vonden de kamers wat duur in verhouding tot de ruimte. De vrouw liet ons een goedkopere kamer (zonder TV) zien, die wij ook wel goed genoeg vonden en die we konden krijgen voor de prijs van een single-room. Dat vonden wij natuurlijk wel goed en toen we dat haar vertelden kregen we alsnog de kamer met TV toegewezen. Wie zei er dat je niet kon onderhandelen in Australie? Snel terug naar ons 'ouwe' hostel om onze spullen in te pakken en toen dat gedaan was belden we 'de heks' op die ons kwam oppikken met een busje. Voor half tien zaten we al helemaal gesetteld in ons nieuwe verblijf en konden we eindelijk ons ontbijt nuttigen. 's Middags hebben we een postpakket naar huis verstuurd met daarin onder andere de foto cd's van Nieuw Zeeland en een hoop foldermateriaal en hebben we de slippers van Mark naar de schoenmaker gebracht. Na vijf maanden intensief gebruik was het klitteband bijna verdwenen en dus was ingrijpen nodig. Gelukkig barst het hier in Northbridge van de winkeltjes dus we hoeven niet twintig minuten naar de stad te lopen om onze zaakjes te regelen. Het lijkt hier wel een mini-Chinatown met al die Aziatische winkels en restaurantjes, erg leuk en uitnodigend om eens een hapje te gaan eten. 's Middags zijn we naar een supermarkt gelopen die volgens zeggen dichtbij moest liggen, straatje uit, één keer afslaan en we zouden er zijn... nou de beschrijving klopte wel maar het waren wel straatjes van enkele kilometers lang, een flinke ruk terug dus met de zware boodschappentassen. Terug gingen we maar gelijk aan het avondeten beginnen en terwijl we dit buiten op zaten te peuzelen kwamen er ook wat Engels jongens binnendruppelen die hier in de buurt een baantje gevonden hebben en het hostel als vaste basis gebruiken. Op zich nix mis mee, waren het niet dat het toch Engelsen blijven met hun  luidruchtige voorkomen (voornl. door de drank). Iets later kregen ze ook al mot onderling omdat de één het bier van de ander zou hebben opgedronken en het feest was compleet. Op een gegeven moment liepen de gemoederen zo hoog op dat wij maar in de voortuin ons toetje zijn gaan eten, wij hadden geen zin om te zien hoe ze elkaar voor rotte vis uit liepen te maken en misschien wel tot matten zouden overgaan, we zijn hier wel voor ons plezier! Na wat gelezen te hebben zijn we vroeg onder de wol gekropen om wat slaap in te halen van de afgelopen nacht.

Perth, 12 januari 2006
Vannacht kwamen de Engelsen terug van kroeghangen met een hoop kabaal. Bianca sliep hier gewoon doorheen, maar Mark werd er wakker van. Gelukkig irriteerde andere buren zich er nog meer aan als Mark en vroegen beleefd of het wat zachter kon. Wonder boven wonder werd het toen gelukkig weer rustig totdat om een uurtje of vijf iemand gewekt moest worden die duidelijk zijn roes van gister uit lag te slapen, want hij reageerde totaal niet op het geklop op de deur, wat steeds harder ging. Uiteindelijk werd er ook nog eens achterelkaar flink met de deuren gesmeten dus waren we allebei wakker. Mark is er toen maar uit gegaan om een stuk van het verslag in te kloppen, maar Bianca had nog behoefte om zich nog een paar keer om te draaien. Na het ontbijt zijn we de stad ingelopen op zoek naar een internetcafé met Frontpage. Na een paar pogingen vonden we een heel shabby tentje, maar ze hadden wel de spullen. We waren allebei bezig met dingen up te loaden etc. toen Mark tussen neus en lippen aan Bianca vroeg wat voor datum het eigenlijk was vandaag…. Uhhmmm… O shit.. zei Bianca… jouw verjaardag! Shame, shame, shame… Later in de stad hebben we een bakkie gedaan met een taartje ter ere van Mark zijn verjaardag en heeft Bianca met de dame achter de balie geregeld dat er een kaarsje in het taartje gestoken werd. Heeft ze het toch nog een beetje goedgemaakt. Weer terug in het hostel raakten we aan de praat met twee Nederlanders: Ronald en Gerard. Zij gaan in zo’n vijf weken van Perth naar Melbourn met de auto. Een hele tippel, maar ze hebben er allebei reuze zin in. Uiteindelijk bleek Ronald de buurman die vannacht heeft gevraagd of het wat zachter kon. Bedankt Ronald… hoefden wij er niet uit! De tijd verstreek snel en voordat we het wisten was het etenstijd. We hadden ons alle vier opgegeven voor een vijf-dollar-maal wat door het hostel werd verzorgd. Lekker goedkoop en het leek ons wel gezellig om met zijn alle te gaan eten. We waren er helemaal klaar voor, maar toen de groep naar buiten kwam met het eten was de sfeer tien graden onder nul en hadden ze allemaal lange gezichten. Het eten werd op de borden gesmeten en op tafel geklapt. Oké dan… dit was voor ons het sein om weg te gaan, dus zijn we met zijn viertjes naar een Vietnamees tentje om de hoek gelopen en hebben we daar heerlijk gepeuzeld. Daarna nog ff wat gekletst in de tuin, maar daar moet het om 22.30 uur stil zijn dus werden we min of meer naar bed gebonjourd.

Perth, 13 januari 2006
Mark was vanochtend al weer vroeg op en zat dus ook al weer vroeg achter de computer het reisverslag in te kloppen... ideaal als een hostel zulke goede voorzieningen heeft, nu kan je tenminste je gang gaan als je daar zin in hebt, zonder 'verplicht' naar een internetcafe te moeten lopen. Toen Bianca even later aanschoof heeft zei de fotopagina van Nieuw Zeeland afgerond en ook de fotopagina van Australie op het www gezet... pffffff weer iets afgerond, een lekker gevoel. Bij de lunch maakten we kennis met Arjan uit Lelystad, die z'n vakantie er bijna op had zitten. We raakten lekker aan het ouwehoeren en spraken meteen af om 's avonds met elkaar naar de kroeg te gaan, dat is lang geleden!! Intussen had Renée (de heks) voor ons wat in de rondte gebeld voor huurauto's en had ze een knappe deal kunnen sluiten met Europcar. Daar zijn we in de middag even heen gelopen om de reservering op te halen, samen met Maarten (nog een Nederlandse jongen, het lijkt wel een invasie in het hostel) die een dag later zal vertrekken en eerst de zuidkant zal gaan bezoeken. Vervolgens hebben we wat rondgeslenterd in de stad voordat we de site definitief live gingen plaatsen. Bianca zag toevallig een internetcafe met Chinese tekens en dat duidt meestal op illegale Windows-kopieën en dus een grote kans op de aanwezigheid van Frontpage. Inderdaad, we hadden gelijk en nu ook nog eens met knappe computers, dus dat zou een stuk rapper gaan. Bianca ging de boel afronden terwijl Mark alvast het avondeten ging inslaan en bij het Visitors Centre een maandkaart ging kopen voor de Nationale Parken. Normaal gesproken betaal je AS$ 9 per parkbezoek, maar voor AS$ 22,50 krijg je een maand lang onbeperkt toegang en aangezien wij meerdere parken willen gaan bezoeken lijkt dit voor ons de beste oplossing. Hierna ging Mark alvast op een terras een bakkie doen en even later schoof Bianca ook aan. Hè hè de klus zat er op, ff weer een paar dagen rust terwijl de thuisblijvers door onze verhalen kunnen worstelen en de foto's kunnen bekijken. Het was inmiddels al weer etenstijd geworden dus toen we terug kwamen in het hostel zijn we direct aan de pasta gegaan. Inmiddels waren alle Nederlanders in de tuin neergestreken en werd het een gezellige boel, enigzins tot ergernis van anderen die ons rare taaltje niet konden volgen. Mogen wij ook eens??? Later die avond gingen we zoals afgesproken met z'n allen naar de kroeg, maar dat viel nog niet mee. Een paar van onze groep (waaronder wij) liepen op onze slippers en dan word je niet toegelaten in de pubs, lekker is dat. Uiteindelijk kwamen we terecht in een Ierse pub waar we plechtig moesten beloven de volgende keer met normale schoenen aan te komen (tuuuuuuuuuuurlijk) waarna we eindelijk aan de Kilkenny konden. Er speelde een bandje die langzamerhand over ging tot het spelen van allerlei covers dus dat was erg leuk. Jong tot oud zit hier in de kroeg en dat gaf wel een gemoedelijk sfeertje, erg leuk om weer eens een keertje uit te zijn!! Niet al te laat gingen we weer terug, aangezien wij en een paar anderen morgen 'vroeg' op moeten voor vertrek. In het hostel was het verdacht stil, waar we graag gebruik van maakten om snel in slaap te komen. Morgen gaat het Australie avontuur pas echt beginnen...

Perth - Jurien, 14 januari 2006
Vandaag gaan we Perth verlaten en gaan we afscheid nemen van de groep Nederlanders. We waren al vroeg op en terwijl wij aan het ontbijt zaten, kwam Renée, aanzetten met “Dutch Chees”. Dit had ze bij een Italiaanse delicatessewinkel gekocht. Wij lazen het etiket en er stond iets op als Karlberg ofzo en wij zeiden tegen haar dat het geen Nederlandse kaas was, maar Duitse kaas. Nu heeft Renée iets tegen Duitsers dus dit zeiden we ook een beetje express. Nou, ze moest meteen niets meer van die kaas weten en probeerde het aan iedereen te slijten want wij zeiden natuurlijk ook dat we geen Duitse kaas wilden. Uiteindelijk werd de Duitse kaas die ze bij een Italiaan had gekocht afgewezen door Engelsen, Fransen, Nederlanders, Koreanen en Australiërs om er vervolgens achter te komen dat het Noorse kaas was. Wat een gedoe om kaas!!! De kaas is uiteindelijk in de ijskast verdwenen en zal er vanzelf wel een keer uitlopen… We waren om 09.00 uur eigenlijk wel klaar met alles en we besloten dan ook maar het autoverhuurbedrijf te bellen om te vragen of we de auto niet eerder op konden halen. Nou dat kon. We wilden alleen nog even afscheid nemen van Gerard en Ronald. Zij gaan vandaag ook verder en waren nog bij het autoverhuurbedrijf. Toen ze terugkwamen hadden ze alles ingeladen en zijn meteen doorgereden naar de supermarkt om in te slaan. We hebben elkaar daardoor net ff gemist. Maar we besloten toch ff op ze te wachten. Toen ze terugkwamen boden ze ons een lift aan naar het verhuurbedrijf. Dit vonden wij natuurlijk helemaal prima en zo werden ook onze spullen in hun auto gepropt, waarna we afscheid hebben genomen van Arjan en Maarten en richting verhuurbedrijf zijn gereden. Bij het verhuurbedrijf hebben we ook Gerard en Ronald een goede reis gewenst en stapten we het kantoortje van Europcar binnen. Daar bleek men niet gerekend te hebben op onze “vroege” komst (het was inmiddels 10.30 uur), ondanks dat we hierover gebeld hadden. Het zou nog zo’n drie kwartier duren voordat de auto klaar was. Na al het papierwerk geregeld te hebben zijn we maar een stukje gaan lopen en hebben we ergens een bakkie gedaan en heeft Mark een snorkelsetje inclusief flippers op de kop getikt (Mag ik het aan onder de douche??? haha, net als vroeger als ie een kado voor zijn verjaardag had gekregen, altijd meteen aan of mee naar bed nemen). Om 11.30 uur stonden we weer voor de deur en was de auto klaar. We hebben een witte Hyundai Accent. Leuk autootje met alle gemakken voorzien (airco!). Een kwartiertje later reden we al op de snelweg op zoek naar een grote supermarkt om lekker veel in te slaan. Deze hebben we gevonden en na inkopen gedaan te hebben zijn we dan echt op weg gegaan. Het is ff wennen om hier in Australië te rijden… het is nl. heel saai. Allemaal duinlandschap met lage begroeing en heeeeeeel weids. Na drie uur rijden waren we het aardig zat. Gelukkig waren we na drie uur ook op de plaats van bestemming dus dat kwam mooi uit. We streken neer in het Jurien Bay Caravan Park. Al gauw werd ons duidelijk dat dit een familiepark is; erg veel gezinnen met kleine kinderen. Mmmmmm… Om een uurtje of vijf begon iedereen aan het eten te beginnen. Een drukte van belang bij de bbq’s. Toen iedereen aan het eten was konden wij op ons gemakkie gebruik maken van alle faciliteiten. Wij hebben weer een lekker roerbakprutje met rijst in elkaar geflanst met als toetje peertjes met vla (lekker Hollands). Na het eten zijn we een lekkere wandeling langs het strand gaan maken en hebben we naar de zonsondergang gekeken. Daarna zijn we bij de tent ff een bakkie gaan doen en toen het donker werd hebben we gezellig een kaarsje aangestoken en nog wat gekletst en uitgezocht wat we morgen gaan doen. Ondertussen zette op een andere plek van de camping één of andere volkszanger één of ander liedje in speciaal voor de kinderen. Om half negen was dit nog aan de gang en vroegen we ons af of die kinderen niet een keer naar bed moesten. Gelukkig hield hij om 21.00 uur op en werd het stil op de camping.

Jurien, 15 januari 2006
Om 06.30 uur kwam de camping al weer tot leven... krijgen we nou nooit rust? Ongelofelijk dat die kinderen tot 's avonds laat druk lopen doen en dan 's morgens vroeg al weer zo actief zijn, het moest verboden worden!! Om iets over zevenen zaten we al aan ons ontbijtje en dronken we rustig ons bakkie koffie. Een hoop mensen zijn al aan het inpakken, kennelijk zit voor een hoop mensen de vakantie erop of men is hier gewoon voor het weekend heen gekomen. Hoe dan ook, het ruimt lekker op! Tegen half tien zijn we bij de receptie een nachtje bij gaan boeken en hebben we wat informatie ingewonnen over te bezoeken parken. Drovers Cave, wat ons wel leuk leek was volgens de eigenaar alleen leuk als je én een goede zaklamp én een goede 4WD had, dus daar gingen onze plannen. Dan maar direct naar het Nambung National Park, waar de beroemde Pinnacles zijn. In een klein half uurtje reden we hier naar toe en toen we net het park inreden zagen we iets bewegen op de weg, een soort hagedis stak de straat over. Nog net konden we onze wielen langs hem sturen en in het voorbijgaan leek het wel of het beest z'n staart mistte. Vast eraf gereden door een eerdere auto grapten we, maar even later zagen we in een foldertje van het park dat het hier om de Bobtail Skink ging, inderdaad een soort hagedis maar dan zonder staart. Weer wat geleerd. Even later kwamen we aan bij de parkingang waar we voor de beslissing kwamen te staan om of lopend de Pinnacles te gaan ontdekken, of het rondje over het zandpad in de auto af te gaan leggen. Ons huurcontract zegt dat we niet op onverharde wegen mogen rijden maar volgens de parkranger is het geen probleem, het heeft al een tijdje niet meer geregend dus de paden zijn goed droog. Toch maar doen dus, op hoop van zegen zoals Kniertje zei. De Pinnacles zijn drooggevallen pilaren van limestone, varierend in grootte van één tot vier meter over een grote oppervlakte. De rondrit was ongeveer drieënhalve kilometer en toen we het eerste rondje gehaald hadden zijn we nog maar een rondje gereden (leven het noodlot tarten !!) en hebben we nog wat meer foto's gemaakt. Erg mooi maar na een uurtje heb je het wel gezien. Op de terugweg kwamen we langs een paar bezienswaardigheden volgens de reisgids, dus die waren we van plan allemaal te gaan bezoeken. Als eerste maakten we een stop bij Hangover Bay (mooie naam) waar een prachting wit strand nagenoeg leeg op ons lag te wachten. De parkranger had ons echter wijsgemaakt dat je voor een echt mooi strand naar Kangaroo Bay moest gaan, dus we lieten onze picknickspullen in de auto en gingen even later op weg naar dit deze plaats. Dat viel effe tegen!!! Het witte strand had plaats gemaakt voor een dikke laag zeeflora en het stonk er verschrikkelijk naar zwavel, wat een domper. Snel weg dus, op naar het volgende strandje. Dit vonden we in het plaatsje Cervantes, bij Thirsty Point. Thirsty waren we inderdaad geworden en dus gingen we met ons gasbrandertje het strand op om een bakkie te maken. Op het strand zat een aalscholver die de weg kwijt leek te zijn en bij nadere inspectie door Bianca bleek hij last te hebben van z'n pootje. Hij hupte wel nog behendig, maar zag er verder wat moedeloos uit, heel sneu. Even later zagen we 'm wel een stukje het water invliegen dus kennelijk kan hij nog wel voor z'n eigen kostje zorgen. Inmiddels had Mark de koffie / thee klaar en ploften we lekker in het witte zand. Mark pakte de camera om dit tafereeltje op de gevoelige plaat vast te leggen en hij was nog maar net klaar toen Bianca een licht gilletje slaakte. Ssssssssssla..sla..sla..slang !!! Een mooi exemplaar van ruim een meter kroop achter haar langs en ging vervolgens de duinen ontdekken waar Mark net de foto had gemaakt. We hadden natuurlijk geen idee wat voor soort dit was en welk kwaad hij kon uitrichten, dus we bleven het beest nauwlettend volgen. Even leek het er op alsof hij een holletje inkroop, maar even later kwam hij weer lekker voorbij gekropen, zo de struik zee-anemonen in achter Bianca. Oefffff. Welkom in Australie. Na op adem te zijn gekomen zijn we weer doorgereden naar de volgende bezienswaardigheid: Lake Thetis en haar stromatolieten. Over een onverharde weg reden we hier naar toe en toen we er aankwamen was de plek totaal verlaten en hadden wij geen idee waar we naar kijken moesten. Het meertje was leuk, enigszins champagnekleurig net als de meren in Rotorua, maar verder nix schokkends te zien, wat zijn nou toch stromatolieten?? Toen we terugliepen kwamen we erachter: er stond een groot bord bij de ingang waar wij zo voorbij gereden waren. Stromatolieten zijn een soort levend organisme (pilaarvormige ééncelligen) die door het tij (dus er moet ergens een connectie met de zee zijn !!) een soort grote paddestoelen aan de kant van het water vormen; wij hadden met onze lompe voetjes bovenop deze 1200 jaar oude levensvorm gestaan, maar goed dat er niemand in de buurt was!! Terug naar de camping zijn we nog eenmaal gestopt bij een uitkijkpunt (Molah Hill) waar je een mooi 360 graden view krijgt op de omgeving, maar wat verder niet zo heel bijzonder was. In Jurien zijn we wat boodschappen gaan doen (de supermarkt is het enige wat open is op zondag) en hebben we de rest van de middag wat geluierd onder de schaduw van een grote boom. Het zonnetje schijnt lekker dus in ons tentje is het geen harden, hopelijk koelt het vanavond nog wat af. Het avondeten bestond uit een salade met diepvrieshamburgers wat de maagjes weer genoeg vulde om 's avonds nog een zak weekendchips te kunnen verorberen. Rond negen uur was het pikkedonker en waren we het lezen zat en kropen we dus onze slaapzakken in. Veel campinggangers zijn vertrokken dus het is nu beduidend rustiger en ook de bushzanger houdt z'n mond vanavond...

Jurien - Geraldton, 16 januari 2006
Om negen uur vanochtend zijn we op pad gegaan voor de honderdzestig kilometer lange tocht naar Geraldton, ook aan de kust gelegen. Het weer is aardig, warm maar ietsje bewolkt en de route langs de kust is mooier en minder eentonig dan het stuk wat we eerder gereden hebben. De rit lijkt dan ook vlotter te verlopen en wanneer we tegen elven in Dongara komen, zetten we de auto even aan de kant om een cappuccino te gaan drinken onder een enorme vijgeboom. Het cafeetje wordt aanbevolen in de LP en de prijzen zijn daar dan ook naar: AS$ 14 voor twee cappuccino en twee koeken, stelletje dieven. Vanaf hier is het nog vijfenzestig kilometer naar Geraldton dus we zouden daar mooi voor lunchtijd aankomen… dachten we... Toen we wegreden onder de vijgeboom vandaan stond op de hoek van de straat een politiemeneer die al het verkeer tegenhield. Wat was het geval? Veertig kilometer verderop was een rivier buiten haar oevers getreden met een overstroomde snelweg tot gevolg. Er heeft hier in de buurt kortgeleden een cycloon huisgehouden en aangezien er maar een paar rivieren zijn die het land kunnen ontwateren gaat er wel eens iets mis, zoals nu dus. Tuurlijk konden we nog in Geraldton komen, alleen moesten we een stukkie omrijden: tweehonderddertig kilometer!! Alsof je een bakkie gaat doen bij Jerry en Iske in Mechelen… Nou ja, we hadden verder weinig keus dus besloten we maar het blokkie om te rijden, dwars door de ‘wheatbelt’ van Australië: uitgestrekte wegen, graanakkers aan beide zijden en geen kangoeroe op de weg. Evengoed konden we wel lekker doorrijden dus de kilometers vlogen voorbij en zo kwamen we tegen half twee aan in Geraldton, waar we direct naar het door ons beoogde hostel, Batavia Backpackers, reden. Helaas was het kantoor gesloten tot drie uur, dus waren we nog niet zeker van een slaapplaats. Buiten de deur hebben we ons broodje gegeten en daarna zijn we een rondje door het dorp (22.000 inwoners) gaan maken. Veel is het niet, maar ze hebben er van alles dus dat gaat wel goed komen. Terug bij het hostel was er gelukkig nog ruimte vrij en zo betrokken we een eenvoudige kamer met hoge muren in een mooi oud pand wat vroeger als hospitaal en gevangenis dienst had gedaan. Na onze rommel uitgepakt te hebben zijn we ons op de veranda gaan installeren met een boek en een bakkie. Veel trek om te eten hadden we niet, dus alleen Mark nam een schaaltje noodles en verder geloofden we het wel. ‘s Avonds hebben we kennis gemaakt met Peter, een spraakwaterval c.q. praatjesmaker uit de Wieringermeer met wie we gezellig reisverhalen hebben uitgewisseld en een biertje hebben gedronken.

Geraldton, 17 januari 2006
Na ontbeten te hebben op de veranda, zijn we om tien uur naar het museum gelopen voor opnieuw een cultureel dagje. Ook hier in Geraldton is een Western Australia museum, waar er nog een stuk of vier van zijn aan deze kust. Het museum hier is voornamelijk ingericht op een stukje Hollandse tragiek, het overbekende VOC-schip Batavia is hier voor de kust namelijk op de klippen gelopen. Voordat wij uit Nederland vertrokken hadden wij eigenlijk nog nooit het verhaal over de Batavia gehoord en we waren dan ook zeer geinteresseerd in de geschiedenis van dit stukje vaderlandse trots. In een vijftig minuten durende film kregen wij de bloedige geschiedenis uitgelegd, waarna we in de Shipwreck’s Gallery van het museum allerlei opgedoken overblijfselen van de Batavia konden bekijken, waaronder een enorme stenen poort die bedoeld was als toegangspoort in de haven van toenmalig Batavia (Java). Ook van andere Nederlandse schepen die hier op de(zelfde) klippen zijn gelopen zijn er vele stukken in het museum, zoals kanonnen, bekers en munten. Erg leuk om dit stukje Nederland hier aan te treffen en we zijn ook zeker van plan ons wat meer te verdiepen in de geschiedenis van de Batavia, de Zuijdtdorp en de Zeewijk. Na drie uur stonden we weer buiten en zijn we gaan lunchen in het hostel. ‘s Middags wilden we nog iets actiefs gaan doen en besloten we een wandeling te gaan maken naar de vuurtoren. Hoewel de tocht wat tegenviel qua route (dwars door de graanhavens en industrieterreinen van Geraldton) was het bewegen wel even lekker na het relatieve luieren van de laatste tijd en we waren er al met al toch een ruime twee uur mee zoet. Terug in het dorp hebben we twee klapstoeltjes gekocht om ons kamperen wat aangenamer te maken en zijn we in een internetcafé even gaan kijken of onze MP3-speler nog in orde is. Gisteren gaf het beeldschermpje aan dat er geen database aanwezig was en vreesden we dat het hele bestand van foto’s en muziek gewist was. Afgelopen week liet namelijk de schoudertas van Bianca een paar keer een alarm afgaan in winkels, waarna we de tas hebben laten demagnetiseren door een verkoopster… met de mp3-speler nog in de tas. Gelukkig bleek alles er nog op te staan en even later was alles weer oke, gelukkig maar! Bij de supermarkt hebben we ons avondeten ingeslagen (pastasalde met gebakken aardappels) wat we vervolgens op de veranda hebben opgegeten. Nog waren we niet klaar voor vandaag, want op een heuvel achter ons hostel staat een groot monument ter nagedachtenis van de oppvarenden van de HMAS Sydney. Dit oorlogsschip is in 1941 vergaan na een confrontatie met een Duitse kruiser, maar er is nooit een spoor teruggevonden van dit schip en haar 645 opvarenden. Men heeft het monument hier gebouwd omdat Geraldton de laatste haven is waaruit de HMAS Sydney vertrokken is en het bestaat uit een boegstuk, een standbeeld, een koepel opgebouwd uit 645 stalen zeemeeuwen en een muur met de namen erop van alle opvarenden. Erg indrukwekkend. Nu hadden we eindelijk alles gedaan wat we hier wilden doen en gingen we terug naar het hostel. Daar hebben we nog wat gelezen op de veranda en zijn we wederom op tijd naar bed gegaan.

Geraldton - Kalbarri, 18 januari 2006
Voordat we vanochtend op weg zijn gegaan naar Kalbarri hebben we eerst een deel van ons reisverslag ingeklopt. We lopen nog steeds een paar dagen achter en we hebben geen zin om straks op Bali alleen maar bezig te zijn met onze website, dus benutten we af en toe een verloren uurtje om de achterstand wat in te halen. Tegen half twaalf vertrokken we met onze volgeladen Hyundai richting Kalbarri, honderzestig kilometer meer noordelijk gelegen. We kozen ervoor om de scenic route te nemen en dus namen we bij Northampton de afslag richting de kust. Vanaf hier was het nog maar een kleine zestig kilometer, maar er zijn diverse bezienswaardigheden onderweg dus we zullen lekker onze tijd ervoor nemen. Het eerste wat we zagen was een bizar roze meer, het deed bijna pijn aan de ogen. Deze felle kleur wordt veroorzaakt door een vitaminerijke algensoort in het meer. Helaas konden we geen foto maken, de parkeerplaats waar wij konden stoppen lag nog een stukje van het water vandaag en we durfden niet door de bush (slangen!) te jungle-en om bij het water te komen. We kopen wel ergens een ansichtkaart… Even later reden we al het Kalbarri National Park binnen, wat bestaat uit een ‘coastal’ deel en een ‘inland’ deel. Diverse lookouts boden zicht op het coastal deel, wat inhield prachtige uitzichten op torenhoge rode kliffen, met daar beneden helder blauw water en dat alles onder een fel zonnetje… we zijn d’r weer. We namen rustig onze tijd om alle lookouts te kunnen bekijken en wilden eigenlijk ook lekker onze lunch ergens gaan nuttigen, maar daarvoor waaide het helaas te hard. Aangekomen in Kalbarri zijn we eerst een rondje gaan rijden om te kijken waar alles zat en hoe de diverse campings gelegen waren en tenslotte kozen we de Murchinson Camping uit vanwege z’n centrale ligging. We mochten gaan staan waar we wilden en kozen dan ook een mooie schaduwrijke plek uit. Nog voordat we echter de tent hadden uitgepakt kwam de buurvrouw al aanlopen met een hamer… die zouden we nodig gaan hebben volgens haar. Eerst namen we haar niet serieus, maar toen Bianca een proefharing nog geen centimeter in de grond kreeg, namen we graag de hamer aan en vervolgens kwam haar zoon ons ook nog een grote schroevendraaier brengen om gaten mee te slaan. De campingeigenaar heeft namelijk diverse campsites voorzien van een laag beton/gravel, waardoor je het normaal kunnen plaatsen van een tent wel kan vergeten. Anderhalf uur is Mark bezig geweest om een paar gaten in de grond te slaan en toen zaten nog pas de helft van de haringen in de grond. Het inslaan van de schroevedraaier ging nog wel, maar het eruit halen was een stuk zwaarder. Wat een kloteklus. Het waait hard hier aan de kust dus we hopen maar dat de tent twee dagen overeind blijft; als we er eenmaal inliggen zal die niet zo gauw meer wegwaaien… Aan het eind van de middag zijn we een stukje gaan wandelen en hebben we ergens een ijsje gegeten, waarna we op het strand wat hebben zitten mijmeren over ons verblijf in Australië. Tot nu toe hebben we nog niet echt het Australië-gevoel te pakken en we weten ook niet echt wat we van te voren verwacht hadden. De westkust is ‘gewoon’ gewoon en heeft wel mooie stranden en het is wel lekker weer, maar dat is voor ons nog geen Australië. Hopelijk komt dat gevoel morgen wanneer we een pittige natuurwandeling willen gaan maken. ‘s Avonds zijn we ter ere van Mark’s verjaardag (oké, beetje verlaat) buiten de deur gaan eten bij het Black Rock café. Daar hebben we allebei iets met vis besteld wat heerlijk smaakte. Met een volle buik keerden we terug naar de campsite waar we iets later in ons akelig harde bedje kropen…

Kalbarri, 19 januari 2006
Vandaag wilden we het ‘inland’ deel van het Kalbarri National Park gaan ontdekken. Echt veel mogelijkheden hiertoe heb je niet omdat er maar weinig toegangswegen en wandelpaden zijn, maar we hadden onze zinnen gezet op ‘The Loop’, een hike van zo’n acht kilometer. Om hier te komen moest een zandweg gevolgd worden van maar liefst zevenentwintig kilometer lang… eigenlijk dus verboden terrein voor onze vierwieler. We hadden al lopen nadenken om misschien een 4WD te huren voor een dagje of met een tourtje mee te gaan, maar toen onze buurman op de camping vertelde dat het zandpad goed begaanbaar was, besloten we het er maar op te gokken. Bij de ingang van het park werden we wel gewaarschuwd dat het een bumpy road kon zijn, maar het was al een paar dagen droog en het rijden viel best te doen. Af en toe een hobbel, af en toe een flinke hobbel, maar we konden aardig doorrijden en begonnen zo om negen uur aan onze wandeling. Het startpunt van de wandeling lag bovenop de kliffen en als eerste liepen we naar Nature’s Window, een uitgesleten gat in een rots en dé place to have seen. Na wat foto’s te hebben geschoten klauterden we door over de kliftoppen, af en toe een beetje dalend, af en toe een beetje klimmend maar over het algemeen vrij vlak. Wel moest je goed uitkijken waar je je voeten neerzette, want de bodembedekking bestond vooral uit keien, zand en lage struikage. Genoeg dus om over te struikelen en genoeg plekken voor enge diertjes om ons onverhoeds te bespringen. In het Koala Sanctuary hadden we ook al wat slangen gezien (achter glas) die verdacht goed opgingen in hun omgeving, dus we waren erg voorzichtig dat we niet op zo’n beest zouden stappen. Verder stonden er ook overal waarschuwingsborden om niet te dicht bij de rand van de kliffen te komen, deze schijnen regelmatig af te brokkelen en we zagen er inderdaad een paar goede voorbeelden van. Beneden ons stroomt de Murchison River, vernoemd naar onze camping (of was het nou andersom?) die vandaag met een flinke vaart bruine smurrie afvoert. Deze smurrie is ook het gevolg van de cycloon die in het noorden en binnenland heeft huisgehouden, net als de overstroomde rivier die onze rit naar Geraldton wat langer maakte. Verderop bleek dat ook vandaag de rivier roet in het eten gooide. De Murchison was zo ver buiten haar oevers getreden dat wij onze Loop niet af konden maken maar halverwege moesten omkeren. Nog net zagen we het volgende routebordje boven het water uitsteken, maar er was geen doorkomen aan. Eerst probeerden we nog iets te stijgen en zo verder te gaan, maar het was onbegonnen werk. Even de batterij opladen en dan maar rechtsomkeert, de kliffen weer op en dezelfde weg terug. Op zich niet eens zo heel vervelend want nu zagen we toch weer andere prachtige dingen die we op de heenweg gemist hadden, zoals onze eerste kangoeroes in het wild. Tenminste, als het kangoeroes waren want er hoppen ook heel wat andere beesten rond. Wie zal het zeggen? In ieder geval was het een erg leuk gezicht om te zien hoe moeder en kind van een veilige afstand naar ons gingen zitten kijken. Zodra we iets te dicht bij kwamen sprongen ze er weer vandoor, maar in ieder geval was onze dag geslaagd. Dit was het Australië dat we verwacht hadden aan te treffen en dat we tot op heden gemist hadden. Dit geeft hoop voor de rest van ons verblijf hier. De laatste meters naar de auto waren flink zwaar, het was inmiddels tegen half twaalf geworden en de zon scheen flink op onze bolletjes. Na wat water te hebben gedronken in de shelter besloten we ook nog naar de twaalf kilometer verderop gelegen Z-Bend toe te rijden, wat het mooiste uitzicht in het Kalbarri NP zou moeten geven. Inderdaad was het wel erg mooi, maar we waren zo moe en zo zat van de hitte dat we er niet al te veel van genoten hebben, snel terug naar de verkoeling van de airco in de auto en terug naar onze camping. Aangekomen in Kalbarri dachten we even dat we gek waren geworden. Gisteren was al het water voor de kust en de monding van de rivier prachtig helder blauw en vandaag was het één bruine zee. Hadden wij het nou gisteren verkeerd gezien? Gelukkig bleek er nix (nieuws) mis te zijn met ons, de bruine vlek was inderdaad vandaag ontstaan door de gigantische stroom afvalwater uit de Murchison River, het leek wel ‘the meeting of the waters’ bij Manaus waar wij een paar jaar geleden het begin van de Amazone hebben bekeken. Een heel apart gezicht maar wel gelijk stukken minder aantrekkelijk om een duikje te nemen. Na stevig geluncht te hebben zijn we de rest van de middag bij de tent gaan zitten en hebben we wat zitten lezen en wat zitten vechten tegen de slaap. ‘s Avonds hebben we een eenvoudige maaltijd gegeten bestaande uit pastasalade en noodles en zijn we na het eten nog een stukje gaan lopen om de zonsondergang te gaan bekijken. Het werd echter snel koeler waardoor we maar rap terug liepen richting het centrum en daar nog even een cappuccino op een terrasje hebben gedronken om weer wat op te warmen. Het is ook nooit goed, dan te heet, dan te koel, haha verwende wij. Later op de avond hebben we bij de tent nog even gebeld met beide pa’s en ma’s en de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Morgen willen we doorrijden naar Monkey Mia en vanuit daar bepalen we of we verder gaan naar het noorden of niet. We willen graag hogerop naar het Ningaloo Reef maar er zit nog steeds een cycloon in de buurt die langzamerhand ook die kant op gaat. Het zou een tegenvaller zijn, maar mocht het er op lijken dat we elkaar gaan ontmoeten in het noorden dan maken we rechtsomkeert en gaan we het zuidwesten van Australië bezoeken…

Kalbarri - Monkey Mia, 20 januari 2006
In eerste instantie wilden we vanochtend vroeg vertrekken naar Monkey Mia, maar toevallig hadden we in een snackbar een computer ontdekt met de juiste software erop om onze site bij te werken. Een mooie gelegenheid dus voor ons om dit te doen en ook gelijk de foto's te organiseren. Pas rond 11.00 uur gingen we dus op weg naar Monkey Mia, zo'n 160 kilometer noordelijker gelegen dan Kalbarri. Nog voordat we het Kalbarri NP uitreden zijn we twee keer gestopt bij zo'n uitzichtpunt, beide plaatsen boden weer andere, mooie uitzichten op de Murchison River en haar omgeving. Zodra we echter de 'grote' weg op reden, sloeg de eentonigheid toe. Eén lange weg richting het noorden, zonder afslagen, vrijwel geen verandering van omgeving en voor het eerst ook heel veel dode kangoeroes langs de kant van de weg. Hier hadden we al veel over gehoord, maar tot op heden hadden wij nog geen kadavers gezien. Nu maar hopen dat het ons bespaard blijft om zo'n beest in levende lijve op de bumper te krijgen! Na enige tijd kwamen we bij het Overlander Roadhouse aan -zeg maar een veredelde benzinepomp- waar we linksaf sloegen de peninsula op richting Monkey Mia. Vlak daarna zijn we gestopt bij de Hamelin Pool, waar net als in Cervantes ook stromatolieten zijn. De vorige keer was ons bezoek wat tegengevallen (we zagen die dingen domweg gewoon niet) maar nu kon het niet missen: overal waar we keken zagen we een raar soort stenen paddestoelen oprijzen, een heel apart gezicht maar verder kunnen we er weinig mee. Bij deze Pool was ook nog een site waar men vroeger blokken zaagde uit samengeklonterde schelpen om huizen te bouwen. Inmiddels gebruikt men deze blokken alleen nog om historische gebouwen mee te onderhouden, maar het is wel een heel apart gezicht om te zien dat de bodemmassa hier alleen maar uit schelpen bestaat; soms wel tot tien meter diep!! Het witte van de schelpen doet alleen ook pijn aan je ogen, dus na even gekeken te hebben vonden we het wel welletjes en gingen we weer onze auto opzoeken. Onze volgende stop was in Denham, een klein plaatsje op zo'n 25 kilometer van Monkey Mia, waar we wat boodschappen hebben ingeslagen en de tank weer volgegooid hebben. Inmiddels is het hier flink hard gaan waaien, waarschijnlijk veroorzaakt door de cycloon die ergens boven ons rondhangt. Dat wordt dus geen overnachting in een tentje (ach, wat jammer nou) en bij aankomst bij het Monkey Mia Resort waren we dan ook heel benieuwd waar we dan wel konden overnachten. Nou, dat viel ff reuze mee. Het Monkey Mia Resort, gelegen aan het beroemde gelijknamige strand, heeft sinds 2004 een prachtig lowbudget gebouw neer gezet direct aan het strand. Naast de rijkere mensen kunnen nu dus ook backpackers op deze mooie plaats overnachten, kwam dat effe goed uit!. We kregen een knappe tweepersoonkamer toegewezen met shared ensuite, oftewel een gedeelde badkamer met de buren. Nou zijn er geen buren te ontdekken, dus we hebben het rijk alleen en... uitzicht op zee! Deze kamer kost wel ietsje meer dan normaal (A$ 69 per nacht) maar dat compenseren we wel weer een keer met een nachtje kamperen. Nu gaan we er eerst maar lekker van genieten!! In de ruime keuken hebben we 's avonds ons maaltje bereid en gegeten, helaas waait het te hard om buiten te dineren zonder kans dat de pasta tegen de ramen vliegt...

Monkey Mia, 21 januari 2006
De wind is niet gaan liggen vannacht... jesses wat een boel woei. Zelfs de dolfijnen zijn van slag, want terwijl ze normaal gesproken iedere dag om 08.00 uur het strand van Monkey Mia opzoeken, komen ze vandaag pas tegen half tien aankakken. Om de een of andere reden (eten!) komen zo'n drie keer per dag een groepje van zes à zeven dolfijnen naar het strand van Monkey Mia om interactief bezig te zijn met toeristen. Gelukkig valt het toeristisch doen reuze mee: een paar parkrangers zorgen ervoor dat niemand te dicht in de buurt van de dolfijnen kan komen en verder geven zij een keurige uitleg over het hoe en waarom van deze dolfijnen. Na afloop worden er een paar visjes uitgereikt aan de dolfijnen maar that's it. Het zijn wilde dieren en die moeten gewoon voor hun eigen kostje zorgen, heel goed gezien door de instanties hier. Ook zijn er twee pelikanen op het strand aanwezig, die lijdzaam toezien hoe de dolfijnen lekkere hapjes krijgen terwijl zij ook rammelen van de honger. Verderop zijn wat mensen aan het vissen vanaf het strand en even later besluiten de pelikanen daar maar te gaan zitten wachten op betere tijden. Na het dolfijnenspektakel hebben we bij een kantoortje een zeiltochtje voor vanmiddag geboekt. Er schijnt hier in de buurt een grote kolonie Dugongs te zijn (zeekoeien in plat Nederlands) en het lijkt ons wel een leuke manier om op deze wijze de dieren te kunnen ontmoeten. Eerst maar effe snel eten, want de catamaran vertrekt al om 13.00 uur. Met ons kropen nog zo'n twintig man/vrouw aan boord en al snel werden de zeilen gehesen en blies de stevige wind ons van de kust af, Shark Bay in. De wind jakkerde dus aardig -zo'n 20-30 knopen- met flinke golven tot gevolg en daarmee dus ook flink wat opspattend water. Dan werd de ene kant van de catamaran bedolven onder een hoos van water, dan weer de andere kant... en daar durven ze dan nog geld voor te vragen ook :-) ! Op een gegeven moment werden we gewaarschuwd voor een hoge golf en dat was maar net op tijd. Mark stuiterde bijna van z'n bankje af, Bianca lag gelukkig al in het net tussen de drijvers en kon zich nog net vastgrijpen maar een andere dame hobbelde hard van haar zitplaats vooraan op de grond: AUW. Het duurde even voordat ze in de gaten had wat er gebeurd was, maar daarna gingen we vrolijk weer verder. Goed, we zagen Dugongs, die druk bezig waren met het eten van zeegras maar dan toch regelmatig even boven water kwamen om gedag te zeggen. Er leven er hier zo'n 12.000, ongelooflijk he? Naast de Dugongs zagen we ook nog talloze dolfijnen die aan alle kanten rondom ons opdoken, het leek wel of ze een spelletje met ons speelden, kijken of we de domme mensen een verrekte nek kunnen bezorgen. Ook zagen we nog stingrays, maar omdat het water flink golfde waren deze wat moeilijker te onderscheiden. Na zo'n twee uur gingen we ons klaar maken voor de reis terug en begon de kapitein de catamaran in de wind te manoevreren om ons een leuke tocht terug te bezorgen... dat ging iets anders dan hij waarschijnlijk gehoopt had. De wind was zo stevig dat het oog uit het voorste zeil zich losscheurde met een grote scheur in het zeil tot gevolg: inhalen !!! Dan maar op de motor terug en zo kwamen we om 15.30 uur terug bij de pier. Wat een leuke belevenis! Onder het zout zijn we op onze veranda van het late middagzonnetje gaan genieten. Gelukkig zitten we hier wat uit de wind dus we kunnen 'normaal' zitten zonder alles vast te hoeven houden. 's Avonds zijn we na het eten even een kort stukje gaan wandelen naar de rangerpost, waar actuele weerinformatie hangt. We zien dat cycloon Daryl steeds dichterbij komt, vandaar de toenemende wind. We twijfelen sterk of we het zullen wagen om nog verder naar het noorden te rijden, waar bij het Ningaloo Reef eigenlijk ons einddoel voor deze trip ligt. Dat gebied kan de komende 48 uur in de cycloon komen te liggen en dat lijkt ons niet zo prettig om mee te maken. We besluiten om de berichten morgenochtend af te wachten voordat we onze definiteve plannen maken: of op naar het noorden, of rechtsomkeert naar het zuiden...

Monkey Mia - Dongara, 22 januari 2006
En bedankt Daryl!!! We zijn vanochtend omgekeerd omdat cycloon Daryl toch echt onze kant opkomt. We wilden zoals gezegd dus eigenlijk door naar Exmouth om te duiken op het Ningaloo Reef, maar ten eerste is het lastig daar te komen vanwege de cycloon en ten tweede is de hele onderwaterwereld van slag en heb je dus niet veel zicht en waarschijnlijk zijn er ook weinig vissen en dolfijnen etc. te spotten. Omkeren dus maar. We hebben besloten in twee dagen terug te rijden naar Perth (Fremantle); dit is ong. 900 km. Even buiten Monkey Mia zijn we kort gestopt bij shell beach, dit is een strand wat bestaat uit allemaal kleine schelpen tot ongeveer 10 mtr. diep. Het viel alleen een beetje tegen. We hadden gedacht echt een hand schelpen op te kunnen pakken of een schelpenkuil te kunnen graven. Niet dus. Het bovenste laagje zijn kapotte schelpjes en daaronder zit één blok massief schelp samengeperst als een stuk beton, net als bij Hamelin Pool. Nix an dus! Hierna zijn we op weg gegaan naar Geraldton, onze eerste en enige stop. We wilden daar boodschappen doen en pinnen, maar bij aankomst was de supermarkt gesloten (het was zondag). Altijd is overal de supermarkt open en nu... (hoe snel kun je verwend raken). Nou ja, doorrijden dan maar. De weg was saai en we merkten dat de wind toenam. We hadden geen zin om na zo'n saaie vermoeiende rit en ook nog eens met veel wind ons tentje op te zetten dus zochten we in de Lonely Planet een leuk hostel uit. Dit werd Dongara Backpackers en eenmaal in Dongara reden we er meteen op af. We hebben nog nooit zo'n snelle checkin gehad: hier kunnen jullie slapen (gaafffff een oud treinstel uit 1886, vermoedelijk van de oude Oriënt Express), hier is de douche, hier is de keuken, en daar is de plee. Het kost A$ 45,-. Geen lulpraatje, gewoon spijkers met koppen. Heerlijk, doen dus!!! We hadden het hele (vier kamers) treinstel voor onszelf. We zijn eerst neergeploft op onze eigen veranda op de kop van het treinstel om te genieten van een bakkie bij het late middagzonnetje. Daarna is Mark in het stadje het avondeten bij elkaar gaan sprokkelen: fish & chips en een lekkere witte wijn want vis moet zwemmen hè?!

Dongara - Fremantle, 23 januari 2006
We waren net op weg toen Mark erachter kwam dat hij zijn mobiel was vergeten.... Shit! Snel terugscheuren. Gelukkig lag hij er nog. Ook vandaag hebben we weer flink doorgekacheld. Slechts één stop in het plaatsje Badgingarra om ff een bakkie te doen en toen gauw weer door. In de omgeving van Perth werd het erg druk qua verkeer wat weer ff wennen was. Normaal heb je de weg bijna helemaal voor jezelf. Bianca was vandaag de navigator en tot haar eigen stomme verbazing bracht ze ons in één keer op de juiste plek: Fremantle Village Caravanpark. We vonden dit bij nader inzien een beetje te ver van het centrum afliggen dus besloten we een kijkje te nemen in het centrum zelf bij de hostels die in de Lonely Planet stonden. Wederom bracht Bianca ons in één keer op de plaats van bestemming en vonden we een parkeerplaatsje precies voor het hostel. Helaas had dit hostel geen plek. Een ander hostel om de hoek had wel plek, maar we kunnen niet parkeren bij het hostel. Je moest dan je auto van 9 tot 5 ergens op een afgelegen gratis plek parkeren, maar hem daar 's nachts wel weer weghalen en voor de deur (ongeveer) parkeren... Gedoe zeg. We wilden een paar dagen in Fremantle blijven dus we vonden het geen optie. Ook een ander hostel bracht geen goede mogelijkheid om te parkeren en meer backpackersopties hadden we niet, dus zijn we weer terug naar de camping gereden. Daar kregen we een warm welkom; echt onwijs vriendelijk (hier hadden we dus gewoon meteen heen moeten gaan) en kregen we een mooie plek toegewezen in de schaduw. Helemaal perfect. 's Avonds hebben we op de BBQ (die vind je overal in Australië en kun je gratis gebruiken) lekker sateetjes klaargemaakt en een salade gegeten. Daarna hebben we bij de tent zitten lezen voordat we naar bed gingen. Terwijl wij in ons tentje lagen begon het flink te waaien. De hele tent ging heen en weer en we vreesden het ergste. Er schoot zelfs een haring los die Mark er midden in de nacht nog in heeft staan rammen.

Fremantle, 24 januari 2006
De wind is tegen de ochtend weer gaan liggen en toen we uit ons tentje keken was het voor de verandering weer eens bewolkt en een beetje druilerig weer. Het lijken de zomers in Nederland wel! Zoveel maakt het voor vandaag niet uit, want we willen als eerste naar museum voor het vervolg van onze Batavia-geschiedenis en je kan beter met klote weer in een museum rondlopen dan met het volle zonnetje, toch? Rond half tien gingen we lopend naar de halte van de CAT-bus. Deze gratis bussen rijden in de drukke gebieden in Perth en haar omgeving en zijn een mooie gelegenheid om voor niets van spot naar spot te reizen. Er zijn verschillende kleuren in omloop en iedere kleur rijdt z'n eigen route, om de tien minuten komt er een bus. Misschien iets voor Amsterdam? Om 10.00 uur werden we afgedropt voor het Shipwreck's Museum, welke voornamelijk is ingericht op de tragische geschiedenis van diverse VOC-schepen die voor de westkust op de klippen zijn gelopen. Reeds in Geraldton hadden we hier het een en ander van meegekregen en hier in Fremantle konden we nog meer dingen zien en te weten komen. Het grootste spektakelstuk is wel het tentoontgestelde sterndeel van de Batavia. Dit deel is opgedoken, behandeld en tegen een stalen frame weer in elkaar gemonteerd, zeer indrukwekkend en mystiek om dit te aanschouwen. De belichting in het museum was heel mooi, wat het mystieke gevoel rondom de Batavia nog meer vergrootte. In de hoek lag een geraamte van één van de vermoorde passagiers welke men opgegraven had, duidelijk waren de markeringen te zien van de klappen die deze persoon gekregen had. Na het bezoek aan deze Batavia-vleugel gingen we de rest van het museum ontdekken, waar we allerlei opgedoken artikelen zagen uit de Zeewijck, de Vergulde Draeck en de Zuytdorp, allemaal hier op de klippen gelopen. Heel veel zaken, waaronder een kist met stenen pijpen waren keurig in tact gebleven, ongelooflijk. Aan de muur hingen oude landkaarten, waaronder een hele mooie kaart uit 1641 van Holland, met daarop dorpen als Katwijck op Zee en Saenredam: een kopie van deze kaart willen we graag proberen te bemachtigen als we terug zijn. Al met al een hele interessante ochtend weer, we worden al echte museumfans. We nemen ons voor ons meer te gaan verdiepen in de vaderlandse geschiedenis. Vroeger op school hebben we waarschijnlijk niet voldoende opgelet en zo komt het dat we nu meer weten over de landen die we bezoeken dan over ons eigen kikkerlandje. Dat kan natuurlijk niet!! Op de cappuccino-strip zijn we vervolgens een lekker bakkie met een soort tompouce gaan eten en daarna zijn we op zoek gegaan naar nieuwe shorts. We gaan er vanuit dat het toch wel een keertje mooi weer zal worden -is het niet hier dan wel op Bali- en dan moeten we natuurlijk wel knap voor de dag komen! Zowaar slaagden we allebei: Mark heeft eindelijk z'n Billabong surfbroek en Bianca is nu de trotse bezitster van heuse camouflage-shorts: we zijn d'r helemaal klaar voor. Het slenteren waren we even later wel zat en dus sprongen we op de CAT-bus terug naar onze campsite, waar we bij de tent maar weer aan de koffie/thee gingen. Even later begon het zachtjes te regenen en harder en harder, grrrrr. Gelukkig staan de barbeques hier overdekt, dus 's avonds kunnen we in stijl dineren. Op Aussie-wijze de barbeque gebruiken betekent gewoon alles erop flikkeren wat je maar kan, dus wij kieperen er een zak diepvriesgroenten en een pak visstiks op... en lekker dat het smaakt. Helaas hebben we nog geen manier gevonden om rijst te koken op de grilplaat, maar dat komt nog wel. Het blijft de hele tijd regenen en als we even later in de keuken wat zitten te drinken wordt het zo afgeladen druk dat we maar besluiten in de tent wat te gaan lezen. De stormlijnen hebben we vastgezet met een geleende hamer dus de nacht zullen we wel doorkomen...

Fremantle - Albany, 25 januari 2006
Vanochtend hebben we als eerste boodschappen ingeslagen voor de komende paar dagen. Morgen is het Australia Day -waarbij de oprichting van Australia wordt gevierd- en zullen de meeste winkels dicht zijn. Omdat het ook nog eens vlak voor het weekend valt zal het ons nix verbazen als een hoop winkels dicht blijven tot maandag, dus we zullen maar voor de zekerheid genoeg eten inslaan. Met een volgeladen achterbank en kofferbak vertrokken we rond 11.00 uur vanuit Fremantle. Het duurde even voordat we Fremantle / Perth uitwaren, maar daarna zaten we al snel op de highway richting Albany. Albany ligt aan de zuidkust op zo'n 400 kilometer van Perth, dus we zullen daar aan het eind van de middag aankomen. Zodra we op de highway zaten veranderde het landschap snel: zagen we in het noorden voornamelijk lage begroeing en rode zandvlaktes, hier zijn het heuvels en hoge bomen. Het rijdt stukken prettiger wanneer het landschap c.q. de weg een beetje varieren, alleen het inhalen blijft hier wat lastig. De wegen zijn voornamelijk eenbaans, smal, ononverzichtelijk en met een zachte grindberm aan beide kanten dus inhalen kan alleen als je heel zeker van je zaak bent. Gelukkig ging het ons ook vandaag weer goed af. Voordat we het wisten zaten we al een heel eind op weg en pas bij Kojonup hebben we de auto naar een recreatieplek gestuurd om een happie te eten. Niet zo maar een happpie, want Bianca toverde een paar van haar famous kaasbroodjes op tafel. Dit is een soort tosti, maar dan anders ;-). In ieder geval erg lekker en volgens een oud recept van Pa van de Stadt. Ondertussen moesten we wel blijven opletten, want voor het eerst in dit land hadden we kennis gemaakt met de bull-ant, een uit de kluiten gewassen mier van twee centimeter die niet wacht maar aanvalt... Z'n steek blijft soms wel een week flink pijn doen, dus we waren er erg op gebrand vrij te blijven van zijn aanvalsdrift. Gelukkig vertrok de mier even later, dus kregen we weer rust. De reis verliep verder voorspoedig en iets over drieën kwamen we aan in Albany met haar 22.000 inwoners. Aan de hand van de LP reden we naar het hostel van onze keuze, maar bij navraag binnen bleek het hostel niet meer te bestaan. Gelukkig voor ons was er nog een YHA-hostel om de hoek waar gelukkig wel plaats was. We zitten nu dus in het Albany Bayview Hostel en hebben ook een kamer met bayview, komt dat effe mooi uit? De kamer is lekker ruim en licht ingericht en we voelen ons er dan ook direct thuis, heerlijk na twee dagen kamperen! Buiten is het nog steeds pokkeweer, het lijkt wel of de cycloon ons achtervolgt. Hadden we nu onze lange broeken nog maar niet weggegooid! 's Middags hebben we een bakkie gedaan met een megazak M&M's waardoor we 's avonds niet zo veel trek meer hadden (vreemd he?) We moesten ons er echt toezetten om tegen achten toch nog wat te gaan eten, we hadden niet voor nix vanochtend eten ingeslagen...

Albany, 26 januari 2006
Heeeeerlijk geslapen! Op de een of andere manier ligt zo'n matras toch beter dan zo'n 8 mm kampeermatje... Na rustig ontbeten te hebben zijn we op ons gemak plannen gaan maken voor de middag. Er zijn hier in de omgeving voldoende wandelingen te maken en we zochten er eentje uit op de peninsula, zodat we ook nog wat andere dingen daar kunnen bezoeken. Eerst hebben we nog lekker gezond geluncht (bacon & eggs) waarna we in een half uurtje naar de peninsula toe reden. Onze auto parkeerden we bij Whalers Cove, waarna we op pad gingen naar Point Possesion. Hoewel de wandeling als pittig was aangeduid viel dit reuze mee. De ondergrond was wel lastig (zand, keien) maar daar zijn we inmiddels wel aan gewend en we merkten dan ook al vrij snel dat we eerder dan de voorgeschreven tijd terug zouden zijn. Het wandelpad over de smalle peninsula voerde over twee strandjes, waarbij de heenweg de minst aantrekkelijke was. Om op Point Possession te komen moest er een steile rots beklommen worden wat ons gelukkig goed afging en toen stonde we eindelijk bij het monument wat was opgericht ter ere van het bezoek van Captain Vancouver in 1797. Hier claimde hij de regio in naam der koning (George de zoveelste) en daarmee was de zijn trip voltooid. Het was even zoeken naar het pad terug, maar nadat we dat gevonden hadden liepen we rap richting het strand aan de ander zijde van peninsula. In tegenstelling tot het eerdere strand was dit strand wel onbeschrijfelijk mooi. Superwit zand, helderblauw water en... niemand aanwezig. Hoogste tijd dus voor een afternoon-dip en even later plonsden we dan ook in het water. Nou ja, plonzen... het water van de southern ocean is best fris zo dicht bij Antartica dus we gingen maar langzaam door. Eenmaal door hebben we ons heerlijk vermaakt in het water en vervolgens lieten we ons opdrogen op het strand, super. Zo voelt het nou om een privéstrand te hebben. Om 16.00 uur waren we weer bij de auto en zijn we doorgereden naar een andere parkeerplaats, vanwaar korte wandelingen voeren naar The Gap en The Natural Bridge. Bij het eerstgenoemde punt kijk je van bovenaf in een nauwe kloof, waar de zee hard in buldert en splasht. Hoewel het vandaag kalm weer is voelen we evengoed af en toe het opspattende water in ons gezicht; in heftig weer schijnen er al regelmatig mensen van het uitkijkplatform afgeblazen te zijn. De Natural Bridge is een uitgesleten stuk rots, zoals we die al vaker gezien hebben en wordt helaas dan ook al een beetje gewoon. De mooiste natural bridge die wij gezien hebben stond in Aruba en we hebben sindsdien niet een meer spectaculairdere bridge gezien. Bij terugkomst in het hostel bleek dat we toch een beetje voor nix eten hadden ingeslagen: Peter en Kathy, de beheerders van het hostel, hadden speciaal voor Australia Day een barbeque georganiseerd waarbij iedereen welkom was. Het eten was niet geweldig (salade, worst met uien en beboterd brood) maar het was een gezellig samenzijn met gratis wijn en bier. Bijna iedereen kwam wel even langs en het werd een gezellige avond waarbij de beheerders erg hun best deden om iedereen in het feestje te betrekken. Later op de avond kwam ook nog Craig aan, een Amerikaan die op z'n Harley Davidson de wereld rondreist. Hij volgt zo'n beetje hetzelfde reisschema als ons en het was dan ook leuk om met (hij praat en heeft het postuur van Rosanne Barr) hem ervaringen uit te wisselen.Als afsluiting werd er een foto gemaakt van het hele gezelschap onder de Australische vlag waarmee het feest ten einde was...

Albany - Porongurup NP - Stirling Range NP, 27 januari 2006
Nadat we zijn uitgecheckt in het hostel zijn we eerst even de stad ingelopen om op zoek te gaan naar een internetcafé en een outdoorzaak om een nieuw gastankje te kopen. Het gasttankje lukte, maar er was geen internetcafé te bekennen dus belandden we, dicht bij het hostel, in The Lavender Cottage, een theehuis en bestelde daar een cappuccino (?!). Daarna zijn we richting het Porongurup NP gereden. We wilden een wandeling maken naar Castle Rock en Balancing Rock. Op de parkeerplaats stonden nog twee andere auto's, dus gelukkig niet zo druk. We waren nog maar net begonnen toen we dachten dat we in een verkeerd land zaten, want we hoorden apen oehoe-en... We keken elkaar stomverbaasd aan. Wat kan dat nou zijn? Toen we iets hoger op kwamen ontdekten we wat het was... het waren gewoon Kookaburra's een soort kraai-achtig beest, maar lijkt qua uiterlijk ook wel op een ijsvogel. Niet normaal wat een herrie die krengen maakten. Het leek echt gewoon op apengebrul. De klim (ong 570 mtr) omhoog was erg mooi maar vermoeiend. Als eerste kwamen we aan bij Balancing Rock. Een heel raar gezicht om een gigantische ronde rots te zien balanceren op een andere rots. Als je er heel dicht bij gaat staan bekruipt je toch wel een beetje het gevoel van: als hij er maar niet afrolt! Gelukkig ligt de rots er al jaaaaaaaaren dus we hoefden ons gelukkig geen zorgen te maken... maar toch, het is een heel raar gevoel. Even achter Balancing Rock ligt Castle Rock. Om daar te komen moet je echt even klimmen en klauteren en zelfs onder een paar rotsen door kruipen. Vervolgens moest je via een ladder naar boven om op het hoogste punt te komen. Eenmaal boven werden we beloond met werkelijk prachtige uitzichten over Albany het Prongurup NP én de Stirling Range (bergen). Heel erg mooi! Toen we weer beneden bij de parkeerplaats waren hebben we een picknicktafel in beslag genomen en zijn we een lekker maaltje gaan koken. Terwijl Mark de kip en de paprika sneedt, ging Bianca aan de slag met ons "gasfornuis" en de rijst. Op de één of andere manier hadden we het perfect getimed, want toen de kip klaar was voor de pan was Bianca ook precies klaar met het "fornuis" en was de olie heet. Zo stonden we in de middle of nowhere een heerlijk prutje in elkaar te flansen met rijst, kip, paprika en tot slot een pot heerlijke sause (soort chicken tonight). Dit was voor ons toch wel het ultime "outdoor-gevoel". Na het eten zijn we naar het verderop gelegen Stirling Range National Park gereden en hebben we ons kamp op een campsite in de bush opgemaakt. Lekker basic. Alleen een toilet én natuurlijk de overbekende BBQ die je gratis kunt gebruiken. We hebben lekker in het zonnetje gerelaxed en gelezen. Er druppelden af en toe wat gasten binnen en het werd zowaar een beetje druk. De BBQ werd al gauw bezet en wij besloten ons eten dan maar lekker bij de tent klaar te maken. Het werd weer een kaasbroodje ala Bianca. Het werd inmiddels wat kouder en er kwamen donkere wolken aan. We besloten op een gegeven moment maar ons tentje in te gaan voordat we al te koud werden en daardoor niet meer konden slapen.

Stirling NP - Denmark - Albany, 28 januari 2006
De donkere wolken die we gister aan zagen komen zijn een beetje boven het kamp blijven hangen, want vannacht hebben we het een paar keer horen regenen. Weliswaar klonk het als motregen, maar toen we buiten onze tent stapten was alles zeik, zo ook onze stoeltjes die we vergeten waren om te keren. Terwijl Mark zich ging opfrissen stookte Bianca de vuren en maakte het ontbijt klaar. Onze sneldrogende handdoeken waren goedgenoeg voor de stoeldekjes om het water tegen te houden, dus konden we lekker zitten. Toen we klaar waren met het ontbijt en van ons tweede bakkie genoten begon het wat te spetteren en besloten we als de sodemieter onze tent in te pakken want die was net een beetje droog. Razendsnel waren we helemaal georganiseerd en ready to go! Dus gingen we dan ook maar, op naar Bluff Knoll! Dit is een berg van +1075 meter hoog in het Stirling Range National Park. De rit naar de berg toe was fantastisch en we kregen een beetje het Nieuw Zeeland gevoel met de steile klimmen, afdalingen en talloze bochtjes. Bij aankomst op de parkeerplaats bleek dat we niet de enige waren. Er stonden best veel auto's, maar die mensen waren allang al weg, dus we zouden waarschijnlijk het pad helemaal voor onszelf hebben. Met frisse moed begonnen we aan de klim. Dit viel nog niet mee, want het pad was hier en daar heel erg slecht en je moest heel erg oppassen dat je niet je benen brak. Op een gegeven moment moesten we een pad op wat er onklimbaar uitzag. Allemaal losse stukken steen en het leek of er geen enkel houvast was. Ff een fotootje van maken.... Na de camera aangezet te hebben bleef het scherm zwart. Dit hadden we al eerder gehad, maar na een tijdje deed hij het gewoon weer. Dit keer bleef hij zwart, wat we ook probeerden. Shit, shit, shit! Natuurlijk is onze camera onderhevig geweest aan barre omstandigheden en is hij zo intensief gebruikt dat het lijkt alsof de camera al zo'n 7 jaar oud is, maar waarom stopt hij er nu op dit moment mee? Oké even laten rusten en doorlopen. Misschien doet hij het straks weer net als de vorige keer. Toen we bijna boven waren kwamen we mensen tegen die alweer naar beneden gingen. Zij vertelden ons dat het niet ver was. Na elke bocht dachten we dat die piek die we toen voor ons zagen wel het eind punt zou zijn, maar dit gebeurde zo'n drie keer totdat we werkelijk op hét punt arriveerden. WAUW!!! Wat een uitzicht en wat een geweldig gevoel om een klim gemaakt te hebben naar +1075 meter! Qua tijd hebben we het ook nog niet eens zo slecht gedaan: 1 uur en 20 min. Er staat voor de klim en afdaling zo'n drie tot vier uur en wij hoopten dat we het in zo'n twee tot drie uur konden doen. Dit bleek dus haalbaar. Maar goed. Daar sta je dan op de top van Bluff Knoll en een stukkende camera!!! Er waren twee mensen heel sterk aan het balen op dat moment. Toch hebben we genoten van het uitzicht en hebben we al dat moois ingeprent. Dan maar geen foto. Voordat we weggingen hebben we (hopenlijk) een nieuwe traditie in het werk gesteld (voor wat betreft Bluff Knoll dan) door een stapeltje stenen neer te leggen op een goed zichtbare plaats. Het is de bedoeling dat iedereen die de top haalt er een steen oplegt zodat de berg steeds groter wordt. Dit zie je op heel veel plekken en wie weet als we ooit nog eens terugkomen dat er dan een hele grote berg ligt.... Inmiddels kwam er een dikke wolk aan die zich om de top van Bluff Knoll vouwde en begon het licht te regenen en stak er wind op. Voor ons het teken om een rap naar beneden te lopen omdat we geen regenjas of i.d. bij ons hadden. Als we eenmaal zo'n 100 meter gezakt waren en weer aan de voorkant Bluff Knoll zaten zou het verder wel meevallen. De wind bleef echter, maar de regen stopte gelukkig. Het afdalen was nog een hele klus, misschien nog wel heftiger als de klim. Eenmaal bij de auto hadden we allebei zwabberbenen van de continue krachtinspanning. Soms kon je gewoon niet langszaam lopen. Je moest gewoon met een gangetje lopen omdat het zo steil was. Bij de auto lekker onze sandalen aangedaan. Bluff Knoll was nog steeds in de mist en we beseften dat we weer eens enorm mazzel hadden gehad. Toen we gingen lopen lag Bluff Knoll in de mist, maar eenmaal boven was hij wolkenvrij en konden we mijlenver kijken. Daarna kwam er weer een dikke wolk en die is daar waarschijnlijk de hele dag gebleven. De regen zette toch door en we konden nog net op tijd de auto inspringen voordat het echt met bakken uit de hemel viel. Wij zetten onze tocht voort naar The Lilly. Dit is een Nederlandse windmolen midden in het Australische landschap zo'n 12 km boven Bluff Knoll. We hebben daar heerlijk een bakkie gedaan mét... een heerlijk "Oud Hollandsch" stukje appeltaart. Jammmiieeee. Pleun en Hennie Hitsert hebben het goed voor elkaar hier in Australië; alleen hebben wij zelf nooit een stenen windmolen gezien (wij kennen alleen de houten molens van de Zaanse Schans) en vinden we eigenlijk dat ze de molen gewoon De Lelie hadden moeten noemen..... Maar het is wel grappig om dit stukje Holland hier in Australië te zien én ze kunnen een geweldige appeltaart bakken! Na dit Hollandse uitstapje zijn we in zo'n anderhalf uur naar Denmark gereden. Bij aankomst in het door ons uitgezochte hostel bleek dat er niemand aanwezig was dus zijn we even een stukje gaan lopen. Het centrum bleek geheel uitgestorven. Het was zaterdagmiddag drie uur, maar alle winkels, restaurants en cafeetjes waren dicht. Alleen de supermarkt en een artgallery was open. Het leek wel een spookstad. We vonden dit maar niets en er was ook geen camerazaak te vinden om onze camera te laten maken dan wel een nieuwe te kopen (we willen eigenlijk niet wachten tot Perth hiervoor) dus belden we snel met het hostel in Albany of ze nog plek voor ons hadden. Dit hadden ze gelukkig en met een uurtje stonden we weer bij Pete en Kathy op de stoep. We zijn meteen de stad ingelopen op zoek naar een camera/fotozaak welke nog open was. Niet één was er open, maar gelukkig zijn er wel een aantal waaruit we kunnen kiezen. Het is vandaag zaterdag, dus we moeten helaas wachten tot overmorgen voordat we echt actie kunnen ondernemen. In de auto onderweg naar Albany hadden we al besloten om pizza te gaan eten. Je kunt nl. voor A$ 9,- een grote pizza laten bezorgen bij het hostel, maar toen wij in de supermarkt stonden besloten we een pizza te kopen en zelf in de oven te gooien (ons ben zunig). Onder het genot van een biertje en een roseetje hebben we onze pizza naar binnen gewerkt, onderwijl kletsend met een leuk Zwitsers stel. Daarna hebben we ons teruggetrokken en zijn we wat gaan lezen voordat we naar bed gingen.

Albany, 29 januari 2006
Omdat het vandaag zondag is besloten wij het eens lekker rustig aan te doen. Eerst hebben we lekker uitgeslapen en op ons gemak ontbeten. De rest van de dag hebben we doorgebracht met lezen, verslag inkloppen, luieren, lezen, eten etc. Mark heeft nog wel een rondje door het dorp gelopen, maar was al gauw weer terug. Op zondag is er echt helemaal niets te beleven... dan maar weer lekker lezen en nix doen. Enige hoogtepuntje van deze dag was dat Mark overheerlijke pannenkoeken heeft gebakken!!! Zucht...

Albany - Walpole, 30 januari 2006
Weer tijd voor actie! Bijtijds opstaan, ontbijten en uitchecken. Voordat we weggingen nog even de onderkant van de auto afspuiten. Dit hebben we gedaan om zoveel mogelijk te verbloemen dat we over unsealed roads zijn gereden (ssssttt, niets zeggen...). We hopen dat ze er op deze manier niet achterkomen. We zullen zien. Daarna zijn we de stad ingegaan op zoek naar iemand die onze camera kan maken of om een nieuwe te kopen. Er zijn voldoende mogelijkheden in het centrum, dus we hopen wel verder te komen dan door te reizen met een stukkende camera. De eerste shop die we gezien hadden ging net open (stipt om 9.00 uur) en omdat Aussies niet tegen stress kunnen besloten we even een rondje te lopen om de meneer van de winkel de gelegenheid te geven zich te organiseren. Zo kwamen we terecht in de K-Mart. Wellicht dat we hier een goedkope camera konden scoren. Dit lukte niet, maar wel een goedkope bikini voor Bianca (nu nog mooi weer). De meneer in de fotozaak kon ons uiteindelijk niet helpen. Hij vreesde met grote vrezen dat onze camera overleden is. Dit dachten wij ook al, maar wellicht was er nog hoop. Hij verkocht geen Olympus camera's dus verwees hij ons door naar een collega van hem iets verderop in de straat. Hier vonden wij wel Olympus camera's, maar niet de onze. Hij had wel een nieuwere versie in de aanbieding welke het dichtstbij onze huidige camera zou komen. Wij wilden toch eerst nog even verder rondkijken, maar na nog drie winkels afgeslenterd te zijn, hebben we toch maar de knoop doorgehakt en een nieuwe camera gekocht. Wij zijn nu de blije bezitters van een Olympus SP500UZ. Dat zegt de meesten niet zoveel, maar wij zijn er errug blij mee. Hij verschilt niet zoveel met onze oude camera qua gebruik, alleen heeft hij net ff wat meer snufjes, is net ff wat handiger en heeft het dubbele aantal pixels. Wat nog mooier is is dat we hem hebben gekocht voor de helft van de prijs waarvoor we onze oude camera hebben gekocht. Meer waar voor je geld dus (we blijven immers toch Nederlands niet waar). Nou, helemaal blij gingen we opweg naar Walpol, onze volgende bestemming, en op zo'n 100 km vanaf Albany. Om Denmark niet helemaal af te schrijven na onze teleurstelling van een paar dagen geleden zijn we daar nog even gestopt voor een bakkie met iets lekkers. Nou, dat viel dus tegen... Niet echt een lekker bakkie en de muffin die we erbij hadden was ook niet echt om van in je kussen te bijten. We zijn dus echt klaar met Denmark!  Toen we aankwamen in Walpol zijn we eerst naar het informatiecentrum gegaan om info in te winnen over wandelingen in de omgeving. We werden heel netjes en enthousiast geholpen, maar al gauw bleek dat er, anders dan de Bibbulumtrack (dit is een wandeling van zo'n 1000 km, welke je uiteraard in stukjes kunt doen), geen leuke wandelingen zijn. Daarna zijn we nog even naar de CALM gereden (is een soort Staats Bosbeheer), maar ook deze kwam niet echt met betere alternatieven. Inmiddels hebben we wel allerlei foldertjes en andere info meegekregen, dus dit gaan we op ons gemak bestuderen en dan verzinnen we zelf wel een leuke wandeling. Nu eerst op zoek naar een slaapplek. We probeerden het bij Backpackers Lodge en daar hadden we meteen prijs. We hadden ruime keus qua kamers, want er is helemaal niemand. We hebben het hele hostel voor onszelf. Wat een feest. Er staat een mooie pooltafel en omdat het alweer een tijdje geleden was moest er eerst maar een potje pool gespeeld worden. Daarna hebben we een tijdje zitten beppen met de nightmanager die hier eigenlijk 24 uur per dag een beetje de boel runt, van plee's schoonmaken tot het trimmen van de bomen in de tuin. You name it, hij doet het. En dat alles voor een slaapplek. Omdat we op een geven moment wel trek kregen zijn we het dorpje ingelopen op zoek naar een supermarkt. Hier hebben we wat zaken ingeslagen en zijn bij terugkomst in het hostel lekker gaan koken. Daarna hebben wij ons op de bank laten ploffen en een flim in de video gestopt (Sabotage).

Walpole, 31 januari 2006
We zijn vanochtend naar Valley of the Giants gegaan. Dit is een stuk bos waar grote Tingle bomen staan. Deze bomen komen alleen hier voor en zijn vrij bijzonder omdat ze heel erg oud worden ondanks allerlei aanvallen van virussen, brand etc. Ze weten zich telkens weer te herstellen. Ze hebben de neiging om uit te hollen (door o.a. brand), maar gewoon door te groeien. Ze zijn aan de voet vaak heel breed en als ze eenmaal uitgehold zijn kun je er dus met gemak (en zonder gevaar) onder doorlopen. Het was maar een korte wandeling, maar wel een hele leuke. We hebben hier ook nog de Wolly gezien, dit is een soort muisje wat met uitsterven wordt bedreigd.  Tegen lunchtijd waren we weer terug in het hostel, waar we ons na de lunch hebben voorbereid op het échte werk. Omdat er dus niet echt veel wandelingen zijn besloten we toch een stuk van de Bibbulumtrack te lopen. Om wel een doel te hebben, gingen we richting de 10 km verderop gelegen Giant Tingle Tree, welke aan de voet wel 24 meter breed is. De Bibbulumtrack konden we vanaf het hostel al snel oppakken en zo startten we aan Coal Beach. Een erg leuke wandeling door eerst wat duinlandschap en cliffen en daarna de bossen in. Na twee uur lopen moesten we ongeveer wel in de buurt van de Giant Tingle Tree zijn, maar we zagen nog geen bordjes. Uiteindelijk zagen we een bordje met "naar parkeerplaats" en besloten we dat te volgen. Dit bracht is in een grote bocht naar de boom waar het dan allemaal om ging. Het was inderdaad impressive om bij zo'n giga boom te staan, maar er was niet echt heel veel meer over van de boom. Hij was helemaal uitgehold en had overal barsten zodat je erdoor heen kon kijken. Toch was het evengoed bijzonder en zijn we even op een bankje gaan zitten om wat te drinken en een energiebar te eten. Voordat de spieren echter stijf zouden worden zijn we weer gaan lopen, want tja, 10 km heen is ook weer 10 km terug! Na ong. 50 meter stonden we weer op de plek vanaf waar we "naar parkeerplaats" zijn gaan volgen.... Daar had eigenlijk ff een bordje moeten staan vonden wij, maar nee! De terugweg ging over hetzelfde pad. We wilden eerst via een gravelroad gaan en dan een stukje snelweg, maar we besloten het hele stuk over dezelfde weg terug te lopen omdat dat toch wat leuker lopen is. Om 17.30 uur waren we weer bij het beginpunt en liepen we moe maar voldaan weer terug naar het hostel. Terwijl Bianca onder de douche dook ging Mark nog ff een paar boodschapjes doen en ging daarna ook meteen koken. Na het eten sprong Mark onder de douche en heeft Bianca zich ontfermd over de afwas. Daarna hebben we ons beiden ontfermd over de website. Ze hebben hier toevallig Frontpage, dus besloten we meteen maar van de gelegenheid gebruik te maken en onze website bij te werken. Daarna vonden we het wel weer welletjes voor vandaag. Na nog een laatste kopje thee met een hollandse kano hebben we onze vermoeide voetjes op bed gelegd.

Walpole - Pemberton - Warren National Park, 1 februari 2006
Vandaag zijn we een half jaar op weg en dat gaan we vieren met... kamperen!! Het zonnetje schijnt als we vertrekken uit Walpole, dus niets staat ons kampeeravontuur in de weg. Zonder noemenswaardigheden reden we in één ruk naar Pemberton, home of the tall trees. Oeps, bijna vergeten we te vermelden dat we wel iets mee maakten: voor de eerste keer zagen we een emu (uit de kluiten gewassen struisvogel) de weg oversteken; waren we bijna onze eigen-risico kwijt op de huurauto! In Pemberton aangekomen zijn we direct doorgereden naar het Gloucester National Park, waar we een gigantische boom wilden beklimmen. In een kari-tree van ruim 60 meter hoog hebben ze bovenin een platform gemaakt, waar in vroegere tijden mensen de uitkijk hielden om tegen bosbranden te waarschuwen. De klim omhoog is pittig, langs een 'ladder' van in de boom bevestigde stalen pennen, maar het was wel een hele leuke belevenis om boven te staan en van het uitzicht (bomen, heel veel bomen) te genieten. Er is een heel netwerk van dergelijke uitkijkbomen in Australié, maar slechts drie zijn er open voor publiek. Tegenwoordig gebruikt men deze uitkijkposten niet meer, maar is men overgestapt op het gemak dat vliegtuig heet. Terug met beide benen op de grond zijn we in Pemberton wat boodschappen in gaan slaan waarna we zijn doorgereden naar Warren National Park, een klein park wat vlak buiten Pemberton begint. In onze campinggids hadden we een campsite gezien die ons wel wat leek, alleen om er te komen moesten we weer over een gravelroad... toch maar weer doen, we spuiten de onderkant van de auto later wel weer af. Het was niet alleen een gravelroad maar ook nog eens zeer smal, slingerig en met wat verrradelijke heuveltjes in het parcours, maar gelukkig kwamen we zonder brokken op de campsite aan. Daar hebben we ons gemeld bij de campsite-hosts (een VUT-tend echtpaar dat als vrijwilligerswerk een paar maanden per jaar op een campsite bivakkeert als gastheer/vrouw) die ons wees op de leukste plekjes. Er is verder nog niemand op deze site, dus het is lekker rustig en we kunnen het beste plekje uitzoeken. Dus: niet te ver van de wc en de shelter, een knappe groene omgeving en een vlakke ondergrond voor de tent. De gastheer leende ons nog een hamer om de haringen de grond in te krijgen, maar dit was eigenlijk niet nodig. Al gauw stond ons nog natte tentje te drogen in de zon en zijn ook wij van het zonnetje gaan genieten. 's Middags zijn we nog even naar de Warren River gelopen die achter onze campsite stroomt, maar het water was iets te fris om een duik te nemen. Jammer, want er zijn hier geen douches dus we zullen ons maar af en toe moeten opfrissen in de shelter met regenwater. Bianca begon wat vroeger te kokkerellen op het gaspitje en toverde even later een rijst/tonijn-schoteltje op tafel. Voor het doen van de afwas hebben we inmiddels ook al een creatieve oplossing gevonden: onze shampoo blijkt multifunctioneel! Wel goed naspoelen met regenwater om geen schuimende bak thee te drinken, maar het werkt best. Van de campsite-beheerder kregen we 's avonds een arm vol jarrah-hout om een kampvuurtje mee te stoken, want het was inmiddels al flink afgekoeld. In veel parken mag dit niet, maar hier heeft men betonnen ringen in de grond geplaatst waar je dus wel gewoon lekker fikkie mag stoken. Nou, dat is wel makkelijker gezegd dan gedaan, want om vanuit niets een knapperend vuurtje te krijgen valt nog niet mee. Uiteindelijk hebben we vanaf de grond heel wat takjes en bladeren gesprokkeld om een beginnend vuurtje te krijgen en zowaar vatte even later ook een groot stuk hout vlam. Het bleef de rest van de avond hard werken (dus we kregen het sowieso al warm) maar we hadden wel een best vuurtje die we zelfs moesten doven toen we naar onze slaapzakken kropen om 22.00 uur.

Warren National Park, 2 februari 2006
Het is vannacht akelig en onverwachts koud geweest. Volgens de campsite-beheerder zo'n zes graden, brrrrrr... en de thuisblijvers maar klagen over Nederland. Zien jullie wel dat het hier ook afzien is :-) ? Gelukkig kwam zachtjesaan de zon weer door en konden we ons van onze truien en lange broeken ontdoen en op een gegeven moment zaten we zo lekker te nixen dat we besloten er nog maar een nachtje aan vast te plakken. Het is hier zo super rustig en mooi dat we graag nog een dagje langer willen blijven, we hebben toch tijd genoeg om terug te komen in Perth. Wel wilden we even het weer aankijken, want als het zou gaan betrekken dan zouden we misschien alsnog onze tent afbreken en een hostel in de buurt gaan opzoeken. Tegen kou kunnen we ons wel kleden, dus dat gaat wel goed komen. Veel eten hebben we niet meer, maar in ons noodrantsoen zitten nog wat crackers, een blik soep en twee pakjes noodles, dus daarmee moeten we het wel een dagje uit kunnen houden. De hele dag hebben we eigenlijk geen bal uitgevoerd, behalve dan het continu verschuiven van de stoelen van een zonnig plekje naar de schaduw, weer terug en weer terug en weer terug, ook best vermoeiend! Er zijn nauwelijks andere bezoekers hier, ook vandaag is er maar één auto gekomen met drie andere kampeerders. Af en toe komen de campsite-beheerders langs voor een praatje, ze hebben een kleindochter die in Nederland gestudeerd heeft dus ze zijn best wel geϊnteresseerd en voelen iets van verbondenheid. Erg aardige mensen! Aan het eind van de middag kwam bewolking opzetten maar omdat het droog bleef hadden we daar geen moeite mee. Sterker nog, een bewolkte hemel betekent vaak een minder koude nacht dus we waren er maar wat blij mee. Om 17.00 uur hebben we een soepie genuttigd om de eerste kou tegen te gaan en toen die warmte na anderhalf begon uit te werken zijn we maar weer een fikkie gaan stoken. We dachten het slimmer aan te pakken als gisteren, maar evengoed moest er weer veel klein spul aan te pas komen voordat de grote brokken begonnen te branden. Maar toen die eenmaal branden bleven ze gaan ook. Jarrah-hout verkoold kennelijk niet zo snel en toen we later op de avond naar bed wilden was ons vuurtje nog lang niet klaar met branden. Toch maar doven, want je weet maar nooit. Vannacht hadden we ook allebei even zo'n beklemmend gevoel: het is bosbrandseizoen in Australië, wij zitten middenin een bos met maar één uitgang over een kilometerslange gravelroad én we hebben een huurauto bij ons waarmee we eigenlijk helemaaaaaal niet hier mogen zijn. Hoe zat het ook alweer met het noodlot tarten? Vandaag hebben we al een klein deukje ontdekt op de zijkant van de auto, waarschijnlijk veroorzaakt door een opspattend steentje ofzoiets. Misschien komen we hier nog wel mee weg, maar hoe verklaar je een uitgebrande auto midden in het bos, of een huurauto met een omgevallen boom door het dak? Dit moet dan toch maar de laatste keer zijn dat we met de auto 'stoute' dingen doen. Beter voorbereid (sokken aan, kleren aan) kruipen we in onze slaapzakken en voor het gemak hebben we ook maar van slaapzak gewisseld: die van Mark is net twee graadjes warmer dan die van Bianca en aangezien Bianca het het meeste koud heeft gehad... juist. Door alle voorbereidingen en inspanningen hadden het zowaar warm toen we uiteindelijk lagen...

Warren National Park - Augusta, 3 februari 2006
Inderdaad hebben we vannacht geen last gehad van de kou, heerlijk. We zijn nu officiëel het stadium van mooiweerkampeerders ontgroeid en kijken nu al uit naar ons bivak in Nepal later tijdens onze reis... Met het zonnetje werden we wakker en dus stonden we vrij vroeg buiten de tent om op ons gemak een ontbijtje te gaan eten. We willen vandaag doorreizen naar Augusta, dat slechts op zo'n anderhalf uur rijden vanaf hier ligt, dus we hebben alle tijd. Evengoed kwamen we snel uit de startblokken en voor we het goed en wel in de gaten hadden waren we al op weg. Uiteraard wel eerst even gedag gezegd tegen de campsite-hosts, die nog een paar maanden op deze plek zulllen blijven, zonder stromend water, zonder electriciteit, petje af! Aangekomen in Augusta zijn we eerst informatie gaan inwinnen bij het visitors-centre. Hier in Augusta eindigt de Cape-to-Cape track, een wandeltocht van 140 kilometer dus misschien kunnen we daar nog een klein stukje van meepikken en verder zitten we hier middenin hét wijngenied van Western Australia, Margaret River. Misschien kunnen we nog ergens een wijncursus doen, lijkt ons erg leuk. In plaats van onderdak te zoeken in het YHA-hostel, zijn wij terechtgekomen in het Leeuwin House, een budget accommodatie wat bij een tegenover gelegen hotel hoort. Het mooie hiervan is dat we wederom de enige zijn, dus een compleet huis (woonkamer, eetkamer, keuken, wasserette, sanitair) voor ons zelf hebben, wat een luxe. Voordat we echter ons gingen installeren zijn we een bakkie met puddingbroodje gaan eten in een leuke bakkerij met uitzicht op de Southern Ocean. Toen we uiteindelijk in het hostel gingen, zijn we ons als eerste maar gaan douchen. Twee dagen kamperen is hartstikke leuk, maar na twee dagen zonder knappe wasgelegenheid wordt je toch wel wat smerig op bekende en minder plaatsen. Ook zullen we nog een wasje moeten doen maar dat doen we morgen wel, vandaag gaan we weer verder met nixen, daar zijn we goed in geworden hier in Australië. De supermarkt zit naast ons hostel dus daar hebben we nog wat nieuwe voorraden ingeslagen, maar verder hebben we echt nix gedaan. Helaas blijken we even later toch niet de enige gasten te zijn; een paar Chinese dames betrekken ook een kamer. Wat ons wel verbaast is dat we op een gegeven moment vijf dames tellen, maar dat ze op een tweepersoonskamer verblijven... wij hadden hun kamer eerst bekeken voordat we een andere kamer kozen en we vragen ons af hoe ze met z'n allen in zo'n kamertje kunnen verblijven... nou ja, het zal wel lekker knus zijn moeten we maar denken. Voor het avondeten hebben we ons weer eens lekker verwend, het is tenslotte weekend: fish & chips en een lekker flesje regionale wijn, West Cape Howe geheten. Heerlijk wijntje en heerlijk eten, al hadden we eigenlijk dat extra portie chips niet hoeven nemen... het toetje paste er niet meer bij en hebben we dus maar laten staan voor morgen. De rest van de avond hebben we muziek zitten luisteren met Bianca achter de mp3-draaitafel en wat gelezen. Naast de Chinese dames zijn er ook nog drie jongens aangekomen maar ze zijn allemaal in geen velden of wegen te bekennen. Zo lijkt het er toch nog een beetje op alsof we het huis voor ons alleen hebben...

Augusta, 4 februari 2006
Vannacht werden we bruut wakker gemaakt omdat die drie heren van gister dronken thuiskwamen. Gelukkig gingen ze redelijk snel hun roes uitslapen, maar je ligt toch weer ff wakker. Vervolgens werden we vannochtend vroeg al wakker gemaakt door nasi-geuren die het hostel vulden. De Chineesjes waren druk aan het koken geslagen. Zo komen we alvast in de mood voor ons bezoek aan Azië :-). Om half tien vanochtend hadden we alweer het rijk alleen. De drie jongens waren schijnbaar al heel vroeg opgestaan en vertrokken en de Chineesjes vertrokken zodra ze klaar waren met koken. Wij hebben heerlijk in het zonnetje ons ontbijtje gegeten en genoten van het mooie weer. Omdat we eigenlijk best wel een schaarste aan mooi weer hebben gehad besloten we er nu nog maar even van te genieten dus hebben we ons geïnstalleerd op de voorverranda in het zonnetje met een boek. In de loop van de ochtend hebben we nog een aantal telefoontjes gepleegd die doorslaggevend zijn voor de rest van ons verblijf in Australië, althans qua reisschema dan. Mark wilde eigenlijk in Exmouth bij het Ningaloo Reef zijn duikpapiertje halen, maar omdat Cycloon Daryl daar ronddwarrelde zijn we daar niet aan toe gekomen. Hier in de buurt heb je ook fantastische duikmogelijkheden, maar zo'n cursus duurt vier hele dagen en daar moeten we dan even ons reisschema op aanpassen. We willen ook heel graag een soort van wijncursus doen bij Margaret River, dé plek van de beste wijnen van Australië en dat duurt ook ongeveer twee dagen. Dilemma dus! Eerst bellen met de duikschool of er überhaupt wel een cursus begint en wanneer die dan begint. Nou Mark kan als hij wil maandag beginnen en moet dan van te voren een leerboek ophalen om de stof tot hem te nemen voordat de cursus begint. Oké, maar nu dan de wijncursus... Deze bleek er niet meer te zijn. Er kan wel een cursus op maat gemaakt worden, maar dat kost sowieso A$ 550,- om alle materialen etc. in te kopen en dat is voor met zijn tweetjes een beetje te duur. Geen optie dus. Wat wél een optie is is een leuke wijntour in het wereldberoemde Leeuwin Estate. Oké, duiken dus! Nog een keer bellen met de duikschool om te checken of we morgen wel langs konden komen om het boek op te halen en hoe het zit met de medische keuring. Het boek kon gewoon opgehaald worden en de medische keuring zou maandag voor de cursus geregeld kunnen worden. Mark kan er nu echt niet meer onderuit. Dit betekent dus dat we weer even naar het reisschema hebben gekeken. We moeten 13 februari a.s. al de auto inleveren (de tijd gaat hard!) en we blijven nu sowieso bijna een hele week op één plek, dus we moeten alles wat we nog willen even op een rijtje zetten en een route bepalen. Omdat de bezienswaardigheden qua afstanden niet zover uit elkaar liggen hebben we ruim de tijd om alles nog te zien wat we willen. 's Middags zijn we naar de vuurtoren op Cape Leeuwin gegaan. Deze vuurtoren staat precies op de hoek waar de Zuidelijke Oceaan en de Indische Oceaan samenkomen. Daarna wilden we eigenlijk een stuk van de Cape-to-Cape walk op gaan pakken om een paar uur te wandelen, maar we hadden allebei helemaal niet de drive om een flinke hike te gaan maken. In plaats daarvan zijn we naar een ongeveer 100 jaar oud waterwiel gelopen (een klein stukje verderop) wat op zich wel interessant was, maar de natuur en de uitzichten bij het waterwiel waren eigenlijk veel interessanter. We zijn uiteindelijk weer op onze verranda beland met een cappuccino en koekjes! Veel gezonder dan hiken haha. We hebben op een gegeven moment een poging gewaagd om de auto er uit te laten zien alsof hij niet "off road" is geweest, want de voorgaande moeite die gedaan is om dit te verbloemen is teniet gegaan toen we Warren NP inreden: één grote stofwolk achter de auto en een roodbruine film van stof over de auto heen... Mark spoot een fles water leeg in de velgen en er kwam een stofwolk vrij en een stroompje roodbruin water... Spoelen met een fles water bleek niet genoeg... hier moesten grovere maatregelen voor ingezet worden. We moeten maar ergens weer een tuinslang zien te vinden. Van het avondeten hebben we weer een klein feestje gemaakt en hebben we de rest van de avond lekker gelezen en muziek geluisterd.

Augusta - Dunsborough, 5 februari 2006
We waren al vroeg klaar met ontbijten en inpakken etc. zodat we al om 9.30 uur in de auto zaten richting Dunsborough. We hebben de scenic-route (Cave Road) genomen in plaats van over de snelweg. Het was een prachtige slingerweg door de bossen. Veel leuker dus. We zijn onderweg nog even gestopt om te kijken bij een kampeerplek die we op het oog hebben voor als we weer weggaan uit Dunsborough en dat zag er allemaal prima uit dus hier gaan we zeker kamperen. Om 11.00 uur stonden we voor de deur bij Cape Dive om het boek op te halen. Omdat Mark morgen eerst naar de dokter moet voor zijn medische keuring kreeg hij nu alvast een stuk videofilm te zien, zodat hij morgen niets zou missen. Dat was voor Bianca ook weer even leuk om te zien... er is niets mis mee om alles weer even op te frissen. Daarna zijn we een hostel op gaan zoeken. We hadden er één gezien dichtbij Cape Dive, de Dunsborough Inn en hier hadden ze nog plek voor ons. We hebben lekker geluncht in de tuin en daarna is Mark aan het studeren geslagen. Hij moet vandaag drie hoofdstukken (is 175 blz) lezen... pffff.... Bianca heeft zich vermaakt met een boek en is op een gegeven moment lekker gaan koken. Mark kon zich nog maar net losmaken van zijn studiemateriaal om de pasta naar binnen te werken, waarna hij weer in zijn boek is gedoken. Tot een uurtje of 23.00 heeft hij zitten blokken en keurig al zijn huiswerk gemaakt. Helaas gingen we niet een rustige nacht tegemoet zodat Mark goed kon uitrusten voor zijn spannende dag morgen want tot 02.30 uur hadden we last van dronke lorren in de tuin van het hostel. Toen we eindelijk de slaap konden vatten begon om 04.00 onze wazige buurvrouw in het Japans ruzie te maken met haar "imaginary friend". Grrrrrr. Helaas konden we ook niet ontdekken in welke kamer ze zat dus Mark is er tot twee keer toe voor Jan met de korte achternaam uitgegaan om haar het zwijgen op te leggen. Zodra hij buiten kwam hield ze haar mond, zodra hij weer terug op de kamer was begon dat kreng weer...

Dunsborough, 6 februari 2006
Mark was al vroeg op (07.30 uur). Uiteraard slecht geslapen door de afgelopen nacht. Om 8.30 uur arriveerde hij bij Cape Dive en maakte hij kennis met de groep. Direct werd begonnen met duikspullen uitzoeken, waarna de groep de film ging bekijken die Mark gister al had gezien en Mark naar de dokter ging voor zijn medische keuring. Na 40 minuten wachten werd Mark dan eindelijk geroepen door dokter Nick die "bloody hell" riep toen hij Mark zijn longinhoud testte. Mark heeft kennelijk erg grote longen. Mark kreeg het predikaat "fit for diving" dus hij kan nu echt aan de slag. Terug in de duikschool stond iedereen al klaar om te vertrekken naar het zwembad dus kon Mark zo de auto instappen op naar Busselton. In het zwembad moest iedereen verschillende oefeningen doen en Mark ging dit tot zijn eigen verbazing erg goed af, zelfs het onderwater switchen van het ademautomaat... tot dat.... hij onder water zijn masker af moest doen en moest door blijven ademen. Prompt ging hij ook door zijn neus inademen in plaats van alleen door zijn mond. Dat gaat niet zo goed onder water. Tja, mannen kunnen gewoon niet twee dingen te gelijk doen hè :-) Maar goed, toen dit een paar keer mis was gegaan zag Mark het eigenlijk niet meer zo zitten; de moed was hem in de flippers gezonken. In het zwembad is er niets aan de hand; je bent zo weer boven, maar straks op 18 meter diep moet je ook deze oefening doen en dat is echt wel even andere koek. De theorie van die middag ging weer hartstikke goed, maar Mark schreed aan het einde van een vermoeiende dag met een pestbui naar huis. Gelukkig was daar Bianca tegen wie hij een beetje aan kon lullen. Fijn daarvan is ook dat Bianca precies weet wat hij doormaakt omdat zij ook heeft moeten ploeteren in het zwembad etc. Toch heeft Mark de rest van de avond zijn pestbui behouden maar heeft zich ondanks dat toch weer in de boeken gestort. Zijn theoriedeel wil hij in ieder geval halen.

Dunsborough, 7 februari 2006
Het leek gisteravond even weer hetzelfde te worden als de avond ervoor met die dronke lorren in de achtertuin, maar gelukkig werd het om 23.30 uur stil... althans de buurvrouw kreeg het om 03.00 uur weer op d'r heupen en is Mark zijn bed uitgegaan om er wat van te zeggen. Gelukkig werd het meteen stil dus konden we weer slapen. Toen Mark 's morgens om 07.30 uur opstond zei hij meteen tegen Bianca dat hij alleen het theoriedeel zou doen en dat hij verder ervan afzag de cursus verder te volgen. Hij wil zich eerst meer comfortabel voelen met de oefeningen met het masker en het 'algemene onderwatergevoel' voordat hij verder gaat. Verstandig besluit. Zijn hoofddoel was altijd om meer te weten te komen over duiken, nou dat heeft hij met deze cursus in ieder geval bereikt dus het is zeker geen verloren zaak geweest. Mark is dus toch naar de duikschool gegaan om zijn theorie af te ronden en heeft zijn examen gehaald!!! Jippiiee. Alles leuk en wel, maar Bianca had zich eigenlijk verheugd op vier dagen lekker haar eigen gang gaan (na 6 maanden is dat wel eens lekker). Gister was ze al lekker aan het "oetelen" (om met haar eigen woorden te spreken) geweest: beetje uitslapen, beetje wandelen, lekker internetten, heerlijk in het zonnetje lezen etc. Helemaal goed dus. Doordat Mark zijn praktijkdeel verder laat schieten betekent dit dat hij al na anderhalve dag weer voor Bianca haar neus staat!!! Dat hadden we niet afgesproken... Hahaha. Nou ja, dan gaan we samen lekker een (half) dagje "oetelen". Van "oetelen" kwam vanaochtend in eerste instantie voor Bianca niet zoveel. Omdat we nu al twee nachten last hadden gehad van dronke lorren hadden we besloten dat Bianca uit zou checken bij de Dunsborough Inn en een ander hostel zou zoeken. Bianca heeft meteen verteld waarom we weggingen. Toevallig stond de manager van het complex achter de balie zodat de boodschap goed is overgekomen. Ze vond het oprecht vervelend en zou gaan praten met de groep herriemakers. Gelukkig kregen wij ons geld terug en kon Bianca op zoek naar een ander hostel. Aan de andere kant van het dorp vond ze er eentje waar ook plek was, de Dunsborough Beach Lodge. Hup installeren dan maar. Om 9.30 uur was de rust weergekeerd en kon ze eindelijk gaan ontbijten. Tegen lunchtijd ging Bianca op een terrasje zitten vlak bij de duikschool zodat ze Mark langs zou zien lopen als hij klaar was met het ochtendeel. Het duurde echter best wel een tijdje, dus besloot ze naar de duikschool te lopen. Toen Bianca daar aankwam, was Mark net klaar met afronden. Na nog een praatje gemaakt te hebben zijn we vertrokken en lekker op een terras gaan zitten met een cappuccino. Bianca is inmiddels door Mark wel heel erg enthousiast geworden qua duiken en had Mark gevraagd een boek te kopen voor Rescue Diver. Dit is voor Bianca zeg maar een vervolg op wat zij al heeft (2** NOB, is niet zo bekend als PADI). Bianca kan zich nu alvast in het theoriedeel gaan verdiepen en wie weet straks op Bali... In het hostel hebben we lekker geluncht en na de lunch zijn we naar Cape Naturaliste gereden. We hebben daar een goed uur gewandeld langs de kust en door de duinen, heerlijk. We wilden nog wel langer lopen, maar we werden echt helemaal GEK van de vliegen, dus zijn we min of meer gevlucht. Verder is deze Cape ook beroemd om haar vuurtoren, maar dit was een belachelijk klein speelgoeddingetje die we maar overgeslagen hebben. Nou ja, we hebben nu in ieder geval beide Cape's gezien.Toen we richting auto liepen sloeg het weer om en binnen de korste keren was het helemaal bewolkt en begon het flink te waaien. Dat voorspelde regen... We hebben redelijk bijtijds gegeten en daarna hebben we ons vermaakt met lezen en een paar potjes kaart. Dit keer geen dronke lorren hier... dus rustig slapen!

Dunsborough, 8 februari 2006
We hebben eigenlijk weer redelijk lui gedaan vandaag, het wordt bijna gewoonte. Dat heeft er eigenlijk ook alles mee te maken dat het hier in Australië toch minder avontuurlijk is als op de andere plekken waar we al geweest zijn. Dit land is duidelijk niet ingesteld op avontuur en zeker niet op hiken. De dorpjes zijn maar klein dus je bent ook snel uitgekeken. Nu klinkt dit allemaal een beetje negatief, maar dat is niet zo bedoeld. Het is gewoon anders (we zijn gewoon verwend)! Anyway... we zijn de dag gestart met een beetje uitslapen om er daarna achter te komen dat onze ontbijtvoorraad op is. Eerst naar de supermarkt dan maar (met je slaperige kop op de voor ons nog vroege ochtend ;-)). Na het ontbijt hebben we een poging gewaagd om ons verslag weer eens in te kloppen, dan is dat maar alvast gedaan (hoeven we straks in Perth niet tig dagen in te kloppen). De rest van de dag hebben we doorgebracht met heeeeeel veeeel kletsen. Je zou denken dat je wel eens uitgekletst raakt na zoveel maanden 24 uur per dag op elkaars lip, maar er valt nog genoeg te vertellen blijkbaar. We hebben ook nog weer de auto afgespoten, want hier is toevallig een tuinslang en volgens ons zijn alle "sporen" van ons illegale off-roadgebruik nu wel verdwenen. Lekker nog 's middags een cappuccinootje gedronken op het terras en daarna al wandelend in de supermarkt bedenken wat we wilden eten. We hadden de lunch al overgeslagen en voor het avondeten hadden we eigenlijk ook niet veel trek... we besloten lekker toastjes te eten en een flesje wijn (een Semillon Sauvignon Blanc van Forester) te halen. Deden we thuis ook wel eens. Heerlijk. Tijdens ons "eten" hebben we op de veranda van het hostel nog lekker zitten kletsen met andere reizigers, waar onder een paar Nederlanders en een jongen uit Zwitserland die belachelijk veel kon eten. Gisteravond zat deze jongen al o.a. een hele krop sla op te peuzelen (naast een megabord vlees en aardappelen) en vandaag verorberde hij 3 worsten, 2 hamburgers, een kist aardappelen, een bos uien en een kilo tomaten... je zal maar honger hebben. Op een gegeven moment werd het een beetje te koud (harde wind) dus zijn we maar naar binnen gegaan en hebben we ons teruggetrokken op de kamer om nog wat te kaarten. Toch wel een lekker dagje geweest zo, morgen rijden we een stukje terug naar het zuiden om in Margaret river in de wijn te duiken.

Dunsborough – Margaret River, 9 februari 2006
We waren een beetje laat uit bed waardoor we ons moesten haasten om op tijd de kamer af te kunnen. Na uitgecheckt te hebben zijn we eerst nog even achter internet gedoken om een stuk verslag in te kloppen en om ons even te verdiepen in Bali. We zoeken nog accommodatie en zijn niet echt op zoek naar de standaard backpacker hostels. Het moet iets rustigs zijn, waar we ongestoord kunnen relaxen. Dat valt allemaal nog niet mee, maar we hebben wel een aantal leuke opties gevonden. Nu maar afwachten of ze er in het echt ook zo leuk uitzien. Hierna zijn we naar Margaret River gereden. Margaret River is hét epicentrum van wijnmakend Western Australia en we verwachten hier meer te weten te komen over de verschillende wijnen én (misschien nog belangrijker) iets te kunnen proeven. Bij aankomst in Margaret River werden we blij verrast hoe modern en gezellig het er allemaal uitzag. We waren alleen iets minder blij verrast toen de prijzen in de hostels erg hoog bleken te liggen (niets onder de A$ 65,-). Dan maar naar de camping! De eerste camping waar we aankwamen durfde ons A$ 25,- te rekenen voor een plek waar je net aan je auto kwijt kon. Het was een soort parkeerplaats, maar dan voor tent, auto, tent, auto etc. Belachelijk gewoon. Op naar de volgende camping. Dit was eigenlijk meteen al goed, zonder dat we de campsite hadden gezien. Er stond een geweldig mens achter de balie en je merkte gewoon aan alles dat het er hier goed en georganiseerd aan toe ging. De campsite was uiteindelijk een perfecte plek en een stuk goedkoper dan de vorige camping. Na de tent opgezet te hebben hebben we eigenlijk het standaard rondje weer afgewerkt: boodschappen doen, wandelen, bakkie doen en terug naar de camping. We hebben daar vooruit zitten kijken naar Azië, wat we daar allemaal willen zien en hoe we dat ongeveer gaan aanpakken. Om in de mood te blijven hebben we lekker noodels gegeten. We kwamen ook de Zwitser, die zo veel kan eten, nog tegen op de camping. Daar hebben we nog even gezellig mee zitten babbelen voordat we lekker onder de sterrenhemel hebben zitten genieten van een bakkie mét TimTam’s (het koekje van Asutralië).

Margaret River – Conto Campground, 10 februari 2006
We waren weer een beetje laat op… wat betekende dat we weer als een razende onze spullen in moesten pakken om op tijd uit te kunnen checken. Onze eerste stop vandaag was het prestigieuze Leeuwin Estate, welke behoort in het topsegment onder de wijnboerderijen. Leeuwin Estate staat naast fantastische wijnen ook bekend om haar concerten. Minstens één keer in het jaar geven ze een concert voor een paar duizend man. Artiesten zoals Tom Jones, Julio Iglesias en Shirley Bassey hebben al op het podium gestaan. Begin 2005 heeft Sting er ook nog opgetreden. Toen wij aankwamen op het parkeerterrein waren we onder de indruk van hoe mooi het er allemaal uitzag. Wij zagen er op dat moment uit als twee zwervers: Mark zijn broek is stuk in het kruis en “was going commando”, zijn T-shirt was op de schouder ook gescheurd, maar met een paar simpele steken dichtgenaaid, dus dat zag er niet uit. Bianca had nog even snel haar BH aangetrokken en had een very bad hair day, haar broek had vlekken en we liepen allebei op sandalen! Niet echt de typische wijnboerderij ofwel “Estate” bezoekers dus. Met opgeheven hoofd, alsof wij al jaren dit soort dingen doen en erg veel verstand hebben van wijn, liepen wij naar de receptie. Degene die ons ontving liet niet blijken dat wij eruit zagen als een stel zwervers… maar je kon bijna zijn gedachten lezen ;-). Wij waren iets te vroeg voor de wijntour dus hebben we eerst even een bakkie gedaan op het geweldige terras wat uitkijkt over een groot stuk groen. We dachten dat we minstens A$ 5, voor een cappuccino moesten betalen, maar dit bleek goedkoper dan ooit! Het kostte maar A$ 3,-. Om 11.00 uur kregen we een privé-tour van Olivier (Olivjé) die ons rondleidde door de fabriek en de oude wijnkelder. Hij vertelde ons dat Leeuwin Estate totaal 1600 ha beslaat, maar dat slechts 350 ha wordt gebruikt voor de productie van wijn. Simpelweg omdat dat stuk de beste grond heeft voor de beste wijn. Eigenlijk is Leeuwin Estate maar een kleine vis in de vijver. Zij verzorgt maar 2% van de gehele wijnproductie in Australië, máár wel 20% van de premium wijnen! Dat is niet nix. Het gaat hier nadrukkelijk om de kwaliteit en niet om de kwantiteit. Zij halen bijv. uit 1ha 1 ton druiven, terwijl bij andere wijnboeren het op kan lopen tot 10 ton per ha. Na de tour van ruim een uur kregen we nog een uitgebreide tasting. We hebben zo’n 12 wijnen mogen proeven. Ze waren zeker niet allemaal lekker, maar we moeten helaas bekennen dat de duurdere wijnen wel de lekkere wijnen waren. Maar wellicht kienen ze het ook zo uit dat je juist de dure wijnen koopt.. Wat ons betreft is dat gelukt, want we hebben drie flessen wijn gekocht en dat koste ons een ribje uit ons backpackerslijfje. Om even de alcohol te laten zakken hebben we nog een cappuccinootje genomen op het terras en zijn daarna de auto ingesprongen op weg naar de Conto Campground. Dit is weer een camping ergens in het bos zonder faciliteiten (alleen een wc). Voor de 26ste en laatste keer zetten we vandaag de tent op! Om dit memorabel te maken hadden we van doen met een té zachte bodem. De haringen vlogen de grond in, maar gingen er net zo hard weer uit. We konden dus niet echt de tent lekker strak zetten… hopen maar dat het niet gaat regenen. We hadden inmiddels wel trek gekregen en wilde onze lunch klaarmaken toen we erachter kwamen dat we wéér (voor de derde keer) spullen waren vergeten uit de ijskast! Omdat we geen droog brood wilden eten zijn we 20 km teruggereden naar Margaret River. Gelukkig stond alles er nog en konden we weer 20 km terugrijden. Eindelijk konden we dan eten. We vielen bijna om van de honger. Na onze buikjes rond gegeten te hebben zijn we naar het strand gewandeld. Mark had zijn snorkelsetje onder zijn arm gestoken, want deze had hij immers nog niet gebruikt en hier konden we ook vast snorkelen. Het was een leuke wandeling, maar toen we dicht bij het strand waren bleken we bovenop een cliff te staan en moesten we nog via een hele steile helling naar beneden klauteren. Dat is op zich niet zo erg, maar je moet ook weer omhoog. Daar hadden we geen zin in. We hebben nog geprobeerd om via een andere weg bij het strand te komen, maar we konden geen makkelijk pad vinden want ons direct, zonder klimmen en klauteren naar het strand leidde. Nou ja, dan maar weer terug. Al met al hebben we toch nog een uurtje gewandeld dus het was niet voor niets. Alleen Mark zijn snorkelsetjes is nog steeds ingepakt! Bij de tent hebben we lekker in het zonnetje gezeten en hebben we een sprinkhaan gered van een bull-ant. De bull-ant die drie keer zo klein is als de sprinkhaan had de sprinkhaan goed te pakken. Wij vonden dat een beetje zielig, met name om dat bull-ants gewoon etters zijn; ze vallen aan zonder reden. Het zijn gewoon enorm chagrijnige dieren. Met gevaar voor eigen leven ;-) hebben we de bull-ant met een stok van de sprinkhaan af weten te halen. Wat wij echter niet in de gaten hadden was dat er ondertussen achter ons een achttal Magpies zich verzameld hadden. Toen wij weer rustig in ons stoeltje zaten en trots waren op onze overwinning kwamen van achter ons de Magpies aanvliegen en één ervan greep de sprinkhaan die nog bij lag te komen en werd zo dus de lachende derde. Wij waren met stomheid geslagen. Voor de verandering hadden we weer noodels, inmiddels een beetje ons standaard campingvoedsel. Hier werden we een beetje warm van, want het was inmiddels aardig koud geworden door de wind die opstak. Toen de zon onderging werd het er niet beter op. Het bleek een heldere nacht, wat garant staat voor een koude nacht. Bianca overwoog nog even om alles in te pakken en toch in een duur hostel te gaan liggen een Margaret River, maar besloot geheel gekleed haar slaapzak in te duiken…

Conto Campground – Busselton – Bunbury – Australind, 11 februari 2006
We hebben toch nog twaalf uur “geslapen”. Het bleek een goeie zet van Bianca om al haar kleding aan te houden, want ze kreeg het zelfs warm vannacht. Mark heeft het al die tijd warm gehad zodat we eigenlijk allebei wel lekker lagen en klokkie rond geslapen hebben. Nou ja, slapen… iedere keer als je je omdraait dan ben je wel wakker. Toen wij buiten onze tent stapten zagen we dat er nog twee andere tentjes bij waren gekomen. Daar hebben we helemaal niets van gemerkt. Voor de laatste keer de tent afbreken en nog even een bakkie doen in het zonnetje op onze stoeltjes, waar we ook afscheid van moeten nemen, net als onze andere campingspullen... Iets van weemoed overkomt ons… Het heeft toch wel wat dat kamperen in de wildernis, ondanks de ontberingen die we (vooral Bianca) hebben moeten doorstaan. Maar goed, lang kunnen we hier ook niet bij stil blijven staan, we moeten verder. We hebben meteen alles maar goed georganiseerd en netjes gemaakt zodat we straks in Perth niet zoveel om handen hebben als we weer voor een paar dagen een hostel in gaan. Daarna zijn we richting Busselton gereden, waar je de Busselton Jetty hebt. Deze hebben we allebei gemist omdat we niet zijn gaan duiken (het moet prachtig zijn onder de jetty) en we wilden er toch wel heen, zeker omdat hij zo beroemd en bekend is. De (houten) jetty is al 140 jaar oud en 2,5 km lang en werd vroeger gebruikt voor het bevoorraden van schepen. De reden dat de jetty zo lang is is omdat de zee tot ongeveer 2 km uit de kust niet dieper wordt dan 8 mtr! Wij zijn helemaal tot het einde gelopen wat een leuke wandeling is. Het is een drukte van belang op de jetty, met name van vissers. Het water is kristalhelder en je ziet de zonnestralen door het water snijden. Dit moet van onder water echt een fantastisch gezicht zijn… Na onze wandeling zijn we op chique gaan lunchen in “The Goose”, direct aan het strand en naast de jetty. Fantastisch eten en een geweldig uitzicht! Ons bezoek aan de jetty was eigenlijk het laatste wat we wilden doen voordat we naar Perth teruggaan. Omdat het toch nog wel even rijden is naar Perth wilden we iets hogerop, bij Bunbury overnachten voordat we de laatste 180 km naar Perth af zouden leggen. Toen we in Bunbury aankwamen kregen we eigenlijk teleurstelling na teleurstelling qua beschikbaarheid en staat van de hostels die er waren. We hebben het zelfs nog bij een bed & breakfast geprobeerd, maar ook daar kregen we nul op het rekest. Een hostel waar wel plek was viel bijna van ellende uit elkaar, dus dat vonden we ook geen optie. Bij het visitorscenter vonden we een adres in Australind (nooit van gehoord, maar dichtbij Bunbury). Ook hier hadden we geen geluk bij caravanparken en bed & breakfasts. Moeten we dan toch nog in een tentje? Uiteindelijk vonden we een caravanpark waar ze nog één cabin beschikbaar hadden. Met een beetje (veel) fantasie kun je de cabin omschrijven als een drie slaapkamer cabin met een keuken, een living, een veranda en vrij uitzicht op de Leschenault Rivier. Nou, voor A$ 50,- vonden wij dit helemaal prima! Toen we eenmaal in de cabin geïnstalleerd waren kwamen we erachter dat we wel een keuken hadden, maar niets om op te koken. Gelukkig was er wel een magnetron, dus besloten we bij de supermarkt een magnetronmaaltijd te halen. Daar zaten we even later dan op onze veranda met een mangetronmaaltijd mét een heuze Shiraz uit 2003 it de Art Series van Leeuwin Estate. Hoezo decadent haha.

Australind – Perth, 12 februari 2006
Om 9.30 uur reden we al richting Perth met Bianca als navigator, en Mark als de skipper. Nu maar hopen dat Bianca haar navigatiekwaliteiten in Perth net zo goed zijn als toen in Fremantle. Het was erg druk op de weg en dat was weer ff wennen. Je merkt dat je hele lichaam op de drukte reageert… je wordt er gewoon een beetje “iebelig” van. Om 11.30 uur zagen we de skyline van Perth voor ons opdoemen. Dit deed ons beseffen dat we nu echt aan het einde van ons Australië avontuur zijn. Ondanks dat we het Australië-gevoel niet echt te pakken hebben gehad, hebben we toch een hoop gedaan en gezien en meegemaakt. Als je dan zo aan het einde van een verblijf in een land komt dan geeft dat toch wel een gek gevoel. In de brei van snelwegen die we moesten doorkruisen troffen wij niet de door ons verwachte afslag en waren we voor ons gevoel te ver gereden. Echter Bianca heeft haar navigatiekwaliteiten toch weer laten zien, want binnen no time waren we weer bij The Witch’s Hat. Daar werden we ontvangen door de vervangend manager, een Franse dame die hier 30 dagen geleden ook al zat, maar toen de wc schoonmaakte… Nadat we al onze spullen op de kamer hadden geplant (wat een zooitje komt er uit die auto!) hebben we onze campingspullen te koop aangeboden op het prikbord van het hostel. We hopen dat er een koper zal zijn, maar we hebben er een hard hoofd in. Daarna zijn we naar de supermarkt gereden om boodschappen te doen. Daar aangekomen was de parkerplaats ernstig leeg en de deuren potdicht. Tja, het is Zondag vandaag. Nou, dan moeten we maar uit eten… da’s vervelend. Op de een of andere manier keek Mark nog eens voor een laatste keer onder de auto om te kijken hoe het stond met de rode stof die we zo verwoed eraf hadden proberen te krijgen. De onderkant bleek nog rood… %#@&?! Waarom zijn we er nou zo op gebrand dat je niet kunt zien dat we off road zijn geweest: nou, omdat het verhuurbedrijf ons in het ergste geval de vervangingswaarde van de auto in rekening kan brengen!!! Tja, dit wetende en dan ontdekken dat de auto toch nog rood is aan de onderkant.. daar worden we wel een beetje onrustig van. We hadden ook al een extra deuk in de auto aangetroffen waardoor we waarschijnlijk ons eigen risico kwijt zijn dus we vinden het eigenlijk wel genoeg zo. Maar ja, hoe zegt men het ook alweer? Boontje komt om zijn loontje? We zijn onze zonden gaan overdenken tijdens een cappuccino in de stad en hebben wat scenario’s zitten te bedenken om onder elke schadeclaim uit te komen. We hadden een paar hele goeie bedacht, maar we besloten het risico te verminderen door een wasserette op te zoeken waar ze een hogedrukspuit hebben. Na veel vieren en vijven vonden we na een uur een wasstation mét een hogedrukspuit (met sop). We hebben de onderkant goed schoon kunnen spuiten, maar nu hebben we het eigenlijk iets té schoon gemaakt… Op de terugweg naar het hostel zijn we door alle prut en bladeren gereden die we tegenkwamen onderweg en hebben we zelfs extra rondjes gereden om de auto er weer “gebruikt”, maar niet “off road” eruit te laten zien. Waar een mens allemaal niet druk mee kan zijn! Zoals gezegd “moesten” we uit eten vanavond en wij kozen voor de Vietnamees waar we de vorige keer ook gegeten hebben. We kregen weer heerlijk eten voorgeschoteld en voor het eerst hebben we ook gedaan aan “BYO”. Dit staat voor Bring Your Own en betekent dat je je eigen alcohol mee mag nemen. Wij hebben onze tweede fles Leeuwin Estate wijn meegenomen. We kregen keurig twee wijnglazen en een wijnkoeler. We hebben het ons heerlijk laten smaken en zeiden tegen elkaar dat we toch wel erg fan zijn van Aziatisch eten. Komt dat ff goed uit… want waar zullen we de komende drieénhalve maand verblijven? Precies, Azië! Helemaal prima dus.

Perth, 13 februari 2006
We hoeven nix en mogen alles vandaag én morgen. Wat een feest. Eerst hebben we lekker uitgeslapen, daarna rustig op ons gemak ontbeten en daarna zijn we de auto gaan wegbrengen (dat was het enige moetje vandaag). De auto werd kort gecontroleerd en tot onze verbazing werd er niets gezegd over de deuk. De dame achter de balie zei dat als we morgenochtend niets gehoord hadden van Europcar dat alles in orde is. Mmmmm, we zijn dus nog niet off the hook, het is nog even spannend. Omdat het verhuurbedrijf dichtbij Kings Park (hét park van Perth) zit, besloten we daarheen te lopen om lekker in het park rond te wandelen. Het was inmiddels echter al goed warm geworden zodat we bij aankomst in het park eerst moesten uitpuffen in de schaduw. Met deze hitte besloten we maar niet een rondje park te doen (het park is ruim 400 ha groot). We kozen ervoor om alleen de Botanische tuin te bezoeken. Dit was allemaal erg mooi, met een grote diversiteit aan bomen, struiken en planten (helaas stond er niet veel in bloei), krinkelpaadjes, uitkijkpunten en waterpartijen. Erg goed opgezet allemaal. Vanuit Kings Park zijn we naar het centrum gelopen om daar wat rond te dartelen en nog wat boodschappen te doen. Terug in het hostel hebben we eerst onze vochtbalans weer hersteld, want we waren inmiddels aardig leeggelopen. We hebben daarna heerlijk geluncht en de rest van de dag hebben we niet veel meer uitgevoerd. Het is een beetje te warm om erg actief te zijn. Het lijkt wel een sauna buiten. Tegen de tijd dat we wilden gaan koken voor het avondeten was het een drukte van jawelste zowel in de keuken als buiten de keuken. Wij besloten dan maar even te wachten, maar om 20.00 uur was het nog niet veel beter geworden. Dan maar weer ff simpel een noodeltje en een tim-tammetje, we gaan morgen onder de middag dan wel warm eten zodat we niet weer hetzelfde probleem hebben.

Perth, 14 februari 2006
We zijn nog steeds niet gebeld door Europcar!!!! Jipppiieee. Zijn wij ff door het oog van de naald gekropen?! Wat een opluchting. Het is weer warm vandaag, dus veel hebben we niet gedaan. We zijn weer achter de computer gedoken om onze site bij te werken. We willen dit graag afronden voordat we uit Australië vertrekken en na onze “warme” lunch hebben we nog wat andere zaken geregeld zoals post versturen etc., maar over het algemeen was het een vrij relaxte dag. We gaan ons verder voorbereiden op ons bezoek aan Bali!… morgen vertrekt ons vliegtuig!

Heeft u opmerkingen over de inhoud van deze site? Stuur uw opmerkingen per email naar In Mundus Veritas!

Laatste update: 30-Sep-2006