Tuol Sleng
Nature Angkor Wat
Buddhas
Killing fields

Cambodja

Chile vlag

home

De avonturen

Bangkok - Phnom Penh - Siem Reap, 26 maart 2006
Half vijf ging de wekker vanochtend; het begin van een lange reisdag. Toen we om vijf uur naar buiten stapten, regelde de nachtwaker een taxi voor ons: de bestuurder van een moto-taxi die snel z'n herkenbare hesje uittrok, een autootje tevoorschijn toverde en ons zo, rustig naar het vliegveld bracht. Er stond een aardige rij bij de incheckbalie van Air Asia, maar toen we eenmaal aan de beurt waren ging het vrij snel en konden we na de gebruikelijke procedures zo doorlopen naar gate nr. 71. Het vliegtuig vertrok een kwartiertje te laat, maar evengoed landden we om 08.15 uur al in Phnom Penh, voor ons gevoel midden in de stad. Omdat wij al een visum hebben konden we direct doorlopen naar de paspoortcontrole en voor we het goed en wel wisten hadden we onze bagage al, genoeg US Dollars gepind en zaten we in een taxi richting het centrum. Tot zover ging alles supervlot, maar daarna stokte het wat: wij wilden direct doorreizen naar Siem Reap, maar de volgende bus gaat pas om 12.00 uur: drie uur wachten dus! Om deze tijd te overbruggen zijn we eerst maar een uurtje een hotelbar ingedoken om wat te drinken en daarna zijn we nog bij de markt op een 'terrasje' aangeschoven om wat van het straatbeeld in ons op te nemen. Wat een chaos en ook lijkt de stad beduidend smeriger dan Bangkok, een goed idee dus om direct door te reizen, al zullen we hier volgende week nog wel voor een paar dagen terugkeren. Voordat we de bus ingingen kwamen we zowaar nog in een shopping mall terecht, met op de begane grond een luxe supermarkt. Hier hebben we wat eten en snoep ingeslagen voor de vijf uur lange reis naar Siem Reap. De bus vertrok om 12.15 uur, nadat we nog even hadden kunnen genieten van pure ambacht: twee jongens kwamen op een bakfiets aanrijden met in hun laadbak een groot brok ijs. Één van hen begon als een gek de grote bonk klein te zagen in hapklare brokken van een paar kilo, terwijl de ander deze brokken snel naar de restaurantjes in de straat toebracht. Tja, hoe langer je wacht, hoe minder handel je hebt. De eerste Aziaten die we snel zien werken... Al vrij snel na ons vertrek kwamen we in het 'echte' Cambodja terecht. Oké, er ligt wel een smalle strook asfalt van Phnom Penh naar Siem Reap, maar de rijstvelden en paalwoningen grenzen bijna tot aan het asfalt en alle koeien lopen gewoon los. Regelmatig moest de chauffeur dan ook vol in de remmen of als een ervaren coureur slalommen tussen de koeien door om aanrijding te voorkomen. De airco kon het duidelijk niet bolwerken waardoor de temperatuur in de bus tot onaangename hoogte steeg en tijdens de twee korte stops waren alleen ongekoelde dranken verkrijgbaar... het beste was dan ook om rustig te blijven zitten en de boel de boel te laten. Tegen half zes stopte de bus op een taxi-park net buiten de stad, waar we werkelijk overspoeld werden door touts: dit waren de taferelen die we in Zuid Amerika verwacht hadden (maar daar gelukkig uitbleven). Wat een gekkenhuis, men liet ons amper de bus uitstappen en toen bleek dat onze pick-up er nog niet was werden we vervolgens tien minuten belaagd door Jan en Alleman die ons een guesthouse wilde aansmeren of anders minimaal het transport er naar toe. Bijzonder lastig om rustig te blijven op zulke momenten (met vertikt het gewoon om je met rust te laten) en we waren dan ook wat blij toen op een gegeven moment een tuktuk-driver aan kwam zetten met een stuk papier met onze naam erop: onze pick-up! Snel reden we naar het Naga Guesthouse, één van de goedkoopste verblijfplaatsen in Siem Reap (en daarom helemaal niets volgens de teleurgestelde touts; smerig, Koreaanse eigenaren, nix deugt...). Onze eisen zijn gelukkig niet zo hoog dus twee zachte bedden, stromend water en een raam is voor ons al voldoende. Oja, wel moesten we iemand vragen die 15 cm grote spin uit de douche weg te halen die met z'n grote harige poten klaar leek te zitten om ons onverhoeds te bespringen. 's Avonds liep er ook nog een grote kakkerlak in de douche rond, maar die verdween snel in het reservoir van de wc dus daar hadden we ook even geen last meer van. In ons guesthouse hebben we wat eenvoudigs gegeten en daarna vielen onze ogen al snel dicht. Morgen eerst nog even bijkomen en oriënteren voordat we ons gaan storten op dé trekpleister van Cambodja: de tempels van Angkor!

Siem Reap, 27 maart 2006
Voor het eerst werden we wakker in Cambodja, een land wat druk doende is zich te herstellen na het jarenlange bloedige bewind van Pol Pot. Maar liefst één op de 275 mensen in dit land is gehandicapt door de gevolgen van landmijnen, een onvoorstelbaar hoog aantal en het is nog triester als je beseft dat nog steeds maandelijks zo'n 35 mensen op een landmijn stappen... Armoe troef dus, waar we voor het eerst kennis mee maakten tijdens een rondje wandelen door het centrum van Siem Reap. Dat centrum is trouwens leuk op de toeristen ingesteld, met een heuse Bar Street en veel gezellige eettentjes. Bij Buddha Lounge namen we plaats op het terras, waarna we al snel van alles aangeboden kregen door steeds jonger ogende handelaartjes: brillen, boeken, armbandjes, transport, het kon niet op. Uit principe kopen wij niets van kinderen, maar het valt niet altijd mee om die lieve smoeltjes te moeten teleurstellen; waarschijnlijk hebben zij ook niet voor zo'n leven gekozen maar worden ze door hun ouders gedwongen wat geld te verdienen. Wij vragen ons dan wel altijd af waar de ouders zelf uithangen... Ook strompelen er veel mensen op krukken rond, de meesten bedelend voor een beter bestaan, daar er geen regeling bestaat voor sociale zekerheid in Cambodja. Bij een nabijgelegen bakery hebben we allebei een Caesar-salade gegeten met knoflookbrood; heerlijk om dit weer eens te eten. Het verbaast ons wat er hier allemaal te verkirjgen is, je word overdonderd door stokbroden, het enige goede wat de Fransen hier hebben achtergelaten na hun koloniale bezetting. De prijzen rondom Bar Street zijn ook wel wat toeristisch, al kan je in vele plaatsen elders op de wereld waarschijnlijk niet voor US$ 4 zo'n maaltijdsalade bemachtigen. In ons guesthouse zijn de prijzen wat scherper, al het eten kost US$ 1 of 2: zeer ruime kaart, maar nix in huis en dat kan je van die duurdere tenten niet zeggen. We hebben het hier inderdaad trouwens over Amerikaanse Dollars, op de een of andere manier prefereert men deze valuta boven de eigen Riel. Zo is de rare situatie ontstaan dat de Euro hier minder waard is dan de US Dollar, terwijl dat toch echt andersom is elders op de wereld! Het zal wel, ook de ATM's spugen US Dollars en het is voor ons ook wel weer makkelijk voor straks in Laos, anders blijven we weer met zo'n pak waardeloos papier zitten. Morgenochtend zijn we van plan de zonsopkomst te gaan bekijken bij Angkor Wat, dus dat wordt een vroegertje: 04.30 uur op...

Siem Reap, 28 maart 2006
Fris liepen we om vijf uur de deur uit, waar onze tuktuk-driver al stond te wachten. Zijn naam is Lucky en hij was ook degene die ons eergisteren van de bus had opgehaald. Lucky spreekt een beetje Engels, dus dat is wel zo fijn. In het pikkedonker reed hij ons naar de ingang van Angkor Wat, waar het al aardig druk was met toeristen die net als wij de zonsopgang wilden zien. We hadden geen idee waar we in het donker heenliepen, maar ergens hoorden we een gids roepen dat dé plek voor de zonsopgang het uitzicht op de ‘five towers’ was, dus daar zochten we een knap plekje uit, aan de rand van een watertje. Vervolgens begon een periode van lang wachten en af en toe een plaatje schieten om de zonsopkomst vast te leggen. Heel bijzonder om zo uit de duisternis langzaamaan Angkor Wat te zien verschijnen, heel indrukwekkend. Angkor Wat is het grootste religieuze bouwwerk ter wereld en we zijn daar rond half zeven naar binnen gelopen om dat met eigen ogen te kunnen zien. Angkor Wat is door de eeuwen heen altijd ‘bewoond’ gebleven en daarom in goede staat van onderhoud in vergelijking tot omringende tempels. Talloze torentjes, steile trappen, smalle gangetjes, wat een mega-doo28-Aug-2006 voor acht uur ‘s morgens lopen we al met een natte rug rond. Er zijn ook zeer veel reliefs te zien op de buitenmuur, d28-Aug-200628-Aug-2006dezelfde beeltenisssen terugkeren: Shiva, Vishna, Naga; we worden zachtjesaan al echte kenners. Om even bij te komen hebben we buiten ons ontbijt (pak tuc-jes en fles water) gegeten en daarna bracht Lucky ons naar de ingang van Angkor Thom, een grote verzameling van tempels iets ten noorden van Angkor Wat gelegen. De zuidingang is redelij28-Aug-2006n we weer in de tuktuk en reden we naar de Bayon tempel toe. Bayon is bekend vanwege de 54 Gothische torens met daarop 216 glimlachend reusachtige gezichten. Waar je ook staat of loopt, altijd heb je het gevoel dat iemand je aankijkt. Naast Bayon ligt Baphuon, maar deze tempel staat grotendeels in de steigers. Jaren geleden heeft men deze tempel steen voor steen afgebroken voor restauratie, maar helaas zijn tijdens het Pol Pot regime de bouwdocumenten verloren gegaan: nu is het ongetwijfeld de grootste puzzel ter wereld, een mooie klus voor de heren restaurateurs. Via Phimeanakas zijn we naar het kleine Preah Palilay gelopen, dat deels in bezit genomen is door bomen. Er zijn geen andere toeristen hier, dus op ons gemak kunnen we rondlopen en plaatjes schieten, zeer fotogeniek. Terug bij de hoofdweg zijn we via het Terrace of the Elephants naar de tuktuk teruggelopen. Pfff wat een indrukken allemaal en we zijn er nog lang niet. Door de oostingang verlieten we het Angkor Thom complex en bracht Lucky z’n voertuig tot stilstand bij achtereenvolgens de tempels van Thommanon, Ta Keo (erg hoog, zeer steile trap naar boven) en Ta Prohm, waar we eerst maar eens iets gedronken hebben. Ta Prohm wordt beschreven als één van de topbezienswaardigheden, omdat hier de jungle een deel van de tempel heeft ‘teruggepakt’. Voor ons bleek het inderdaad het hoogtepunt van de dag te zijn: enorme bomen groeien op verschillende plaatsen door de gebouwen heen en hebben ook diverse gebouwen doen instorten. De tempel lijkt dan ook eerder op een ruïne met al die grote brokken steen overal en boomwortels die de muren bedekken. Prachtig om te zien hoe enerzijds de vroegere bewoners laten zien tot welke bouwvormen ze in staat waren en aan de andere kant hoe machtig de natuur is om terug te nemen wat ze wil. In deze ruïne zijn ook scenes voor de film Tombraider opgenomen, maar helaas (voor Mark dan) is Angelina Jolie vandaag nergens te bekennen. Langs de weg naar de uitgang speelt een bandje dat geheel bestaat uit landmijnen-slachtoffers een deuntje Cambodjaanse muziek en doen we een kleine donatie. Waarschijnlijk zullen we hier nog vaker mee geconfronteerd gaan worden... Inmiddels is het al middag geworden en besluiten we eerst maar eens een hapje te gaan eten voordat we nog meer bezoekjes gaan afleggen. Terwijl we wachten op ons eten worden we weer voortdurend benaderd door verkoopstertjes, maar gelukkig niet hinderlijk. Allemaal hanteren ze dezelfde vragen: where you from, wanna buy? De één houdt het wat langer vol dan de ander, maar ook nu stellen we ze allemaal weer teleur door niets te kopen. Na het eten hebben we Sra Srang bezocht (een groot bassin waar ooit in het midden een eilandje met bouwwerk heeft gelegen) en het daar tegenover gelegen Banteay Kdei, waar een klein meisje (lachend?!) haar nog kleinere broertje voor 1 dollar te koop aanbiedt... hoe serieus moet je dat nemen hier? De laatste tempel (weten jullie ze allemaal nog?) die we vandaag bezocht hebben was Prasat Kravan, gebouwd uit bakstenen en daarom toch weer net effe wat anders dan de anderen. Klein maar leuk, met mooie reliefs. Om 15.00 uur zijn we klaar voor vandaag en hebben we er zo’n tien uur opzitten; dit was nog wel de ‘kleine’ tour, slik. Morgen doen we de grotere tour, maar dan zullen we waarschijnlijk wel minder locaties bezoeken. Terug in Siem Reap hebben we eerst maar eens de foto-kaartjes op de USB-stick gezet, want op zo’n dag schiet je aardig wat megabyte-jes bij elkaar en we hebben nog heel wat te gaan. Ook hebben we de foto’s maar direct gerangschikt per tempel, want we zijn bang dat we na nog zo’n dag alles niet meer uit elkaar kunnen houden. ’s Avonds zijn we gaan eten bij The Blue Pumpkin (een tip van Fred & Petra) dat op de bovenste verdieping een trendy lounge-bar heeft, compleet met witte ligbanken waar wij met onze niet-meer-zo-witte voetjes op plaatsnamen. Liggend eten is wat lastig maar we (en de bank) kwamen redelijk ongeschonden uit de strijd. Voor we vertrokken kochten we nog wat croissantjes (na 19.00 uur voor de helft van de prijs!) voor morgenochtend, waarvan Bianca er echter al snel weer eentje weggaf aan een klein verkopertje: ‘als ik raad waar jij vandaan komt, moet jij wat bij me kopen...’ Het broodje was snel verdwenen...

Siem Reap, 29 maart 2006
Op een iets meer normale tijd (08.00 uur) hadden we vanochtend afgepsroken met Lucky, die al weer braaf stond te wachten bij de ingang van ons guesthouse. Vandaag stond de ‘grand’ tour op het programma, wat inhoudt dat we wat verderop gelegen tempels gaan bezoeken. Als eerste reden we langs Angkor Wat, door de zuidingang van Angkor Thom, om dit complex vervolgens weer via de noorduitgang te verlaten om uit te komen bij Praeh Khan. Deze grote tempel doet een beetje denken aan Ta Phrom omdat deze ook deels door de jungle is ‘opgevreten’. Ook bevindt zich hier een Griekse zuilenrij, waarvan men nog niet weet hoe die hier tot stand gekomen is. We hebben hier vrij lang rondgebanjerd en veel, heel veel plaatjes geschoten. Hierna was het tijd voor een bezoekje aan Preah Neak Pean, een prachtige blauwdruk voor een casino in Las Vegas met haar grote fontein en vier omringende waterpartijen. Iedere waterpartij heeft z’n eigen fontein in de vorm van hoofden van een mens, een leeuw, een olifant en een paard. Mooi om te zien, alleen jammer dat het al vele jaren geleden is dat hier de laatste druppel water gestaan heeft. Het is vandaag trouwens wat bewolkt, wat een verademing! Op deze manier is het stukken aangemaner om rond te banjeren, gisteren waren we echt bekaf na zo’n lange, warme dag. Bij Ta Som – de volgende tempel – raakten we aan de praat met een Haarlemse rijschoolhouder die in acht maanden z’n jaarsalaris verdient en dan vervolgens de overige vier maanden in zuid-oost Azië doorbrengt, uiteraard inclusief Thaise vriendin... tja. Ook bij Ta Som is de natuur aanwezig: hier heeft een grote boom de oostelijke poort volledig opgeslokt! Ook zien we hier weer dezelfde gezichten als bij Bayon, ditmaal bovenop de toegangspoorten. Hierna zijn we doorgereden naar Eastern Mebon, wat vooral leuk was omdat op alle hoeken van dit grote complex grote stenen geharnaste olifanten staan, allen nog in redelijke staat. Weer eens wat anders dan leeuwen en buddha’s. Buiten de poort hebben we ook geluncht, inclusief dezelfde verkoopstertjes met dezelfde prullaria en dezelfde praatjes. Lucky had ons gisteren al aangeboden om ons naar Banteay Srei te brengen, dat op een flink stuk rijden ligt van de overige tempels (en dus wat extra’s moest kosten :-) ). In de reisgidsen wordt deze site beschreven als ‘de kroonjuweel’ dus hier moesten we natuurlijk ook een kijkje nemen. In een klein uurtje reden we hier naartoe, waarbij we echt door het platteland reden, met de gebruikelijke overstekende koeien als toetje. Men zegt over Banteay Srei dat deze door een vrouwenhand gebouwd moet zijn, omdat er zoveel fijne carvings te zien zijn. Inderdaad tonen de versieringen veel meer details dan in de overige tempels en tezamen met de wat rode kleur van het complex is het inderdaad een prachtig geheel, goed dat we hierheen gegaan zijn. We waren nu alweer toe aan ons laatste bezoekje voor vandaag (nee, geen hoi hoi, we vonden het echt nog interessant!): Pre Rup, een immens complex van hoge torens wat dus ook weer een flinke klim met zich meebracht. Een trap is niet zo erg, maar dat ze ook die treden zo achterlijk hoog gemaakt hebben is minder fijn. Wel begrijpelijk, want men vond indertijd dat een bezoekje aan de goden een flinke inspanning moest zijn. Halverwege de terugweg zette Lucky even de tuktuk aan de kant: tijd voor een licht serieus gesprek, oftewel over geld. Morgen willen we naar het 80 km verderop gelegen complex van Beng Mealea reizen, waarvoor Lucky dan US$ 25 wil ontvangen in plaats van de gebruikelijke US $ 10 per dag. Nou is benzine hier – net als elders in de wereld - ook duurder geworden dus een hoger bedrag is wel gerechtvaardigd, maar we willen ook niet zonder slag of stoot klakkeloos geld overhandigen. Uiteindelijk hebben we de deal op US$ 20 kunnen afmaken, hij blij, wij blij. Om hem nog wat verder blij te maken moesten we verderop wel even twee souvenirshops bezoeken (kijken kijken nix kopen); hij ontvangt per bezoekje een gratis halve liter benzine! Een kleine moeite voor ons en inderdaad konden we zonder aankopen de shops weer verlaten (maar goed ook, want even later in de stad zagen we bijvoorbeeld dezelfde boeken liggen; maar dan 60% goedkoper...). In het centrumpje hebben we ‘s avonds weer een gezonde salade gegeten en toen we weer broodjes gingen kopen bestelden we er eentje extra om uit te delen. Die waren we al kwijt voordat we goed en wel op straat stonden en zo ontkwamen we er niet aan om even later toch ook maar een ‘eigen’ broodje af te staan aan een gehandicapte die we gisteren hadden overgeslagen. Het lijkt een druppel op een gloeiende plaat, want vervolgens roept iedereen dat hij of zij een broodje wil, heel lastig om nee te verkopen... Siem Reap 30 maart 2006 En opnieuw vroeg op: 06.30 uur. Wie zei er nu nog dat reizen gelijk staat aan vakantie vieren? Om 07.00 uur vertrokken we richting Beng Mealea, dit moet dé tempel zijn voor het ultieme Indiana Jones gevoel. Het is wel effe een stukkie rijden, nl. zo'n 80 kilometer vanaf Siem Reap en daar doe je met de tuktuk toch al gauw zo'n twee uur over. Het voordeel hiervan is dat veel toeristen deze tempel buiten hun programma houden! Bij de ingang van het tempelcomplex zitten twee monniken die om een kleine bijdrage vragen, maar als wij zeggen dat we eerst gaan kijken en dan terugkomen voor de donatie is dat ook goed: lachend kijken ze ons na. De eerste aanblik van Beng Mealea is zeer indrukwekkend: de jungle heeft duidelijk de boel overgenomen, wat een natuurgeweld! Om binnen te komen kunnen we via een houten loopbrug over de muur stappen (ooit achtergebleven na filmopnames) maar daarna is het één groot klauter- en klimavontuur, heerlijk. Ondanks dat het vandaag wederom wat bewolkt is krijgen we evengoed snel een natte rug van dat beetje inspanning. Ondanks dat grote delen van het complex ingestort zijn, waaronder de centrale toren, zijn er toch ook nog wel her en der grote stukken beeldhouwwerk onaangeroerd gebleven, erg indrukwekkend en mysterieus tegelijk. Al met al hebben we zo'n twee uur rondgebanjerd op deze locatie, al die tijd nagenoeg alleen. Pas als wij klaar zijn komen er wat meer toeristen aankakken, hoogste tijd voor ons om te vertrekken dus. Echter, niet direct want net nu komt de zon een beetje door, hetgeen de tempel weer een heel andere aanblik gaf... nog maar wat plaatjes schieten dus. Eindelijk bij de monniken aangekomen gooiden we wat geld in de alm, waarna de monniken een soort mini-ceremonie gaven: de alm wordt boven het hoofd geheven en men prevelde een gebed; dit hadden we niet verwacht! Lucky stond alweer klaar bij de tuktuk en nadat wij wat blikjes drinken gekocht hadden zijn we de lange tocht terug gaan aanvaarden. Deze tempel ligt vrij ver weg van de hoofdweg en overal waar we rijden worden we nagekeken alsof wij de attractie zijn; kindertjes zwaaien, auto's toeteren, het kan niet op. In Dom Dek aangekomen, op een uur van Siem Reap, bracht Lucky ons naar zijn huis om kennis te maken met zijn vrouw en kind (negen maanden oud). Het was flink hobbelen over een lange zandweg om er te komen en aangezien in deze uithoek toeristen helemaal niets te zoeken hebben waren we opnieuw een bezienswaardigheid; uit alle gaten en hoeken kwamen kinderen aangelopen om ons te bekijken, je wordt er bijna verlegen van! We kregen hun trouwfoto's te zien waarbij bleek dat dit er heel anders aan toe gaat dan bij ons in Nederland, zo duurt de trouwdag o.a. al twee dagen en draagt men verschillende pakken. Verder woont Lucky met zijn gezin in het huis van z'n schoonouders (gezellig...) wat vrij groot is maar waar binnen alleen maar twee bedden staan. Omdat het werkdomein van Lucky vrij ver weg ligt, komt hij slechts één keer per week thuis; de rest slaapt hij in z'n tuktuk in Siem Reap. Nou ja, kan je geen ruzie krijgen ook moet je maar denken. Na wat gedronken te hebben gingen we na en half uurtje weer door naar de volgende bestemming: de tempels van de Roluos groep, gelegen op zo'n 30 minuten rijden van Siem Reap. Eerst hebben we Lolei bezocht, een kleine tempel in zeer slechte staat maar met nog wel aardige Sanscriptische teksten in de deurposten. Deze tempel dateert uit 889 - 910 en is gebouwd door koning Yasovarman I en opgedragen aan zijn ouders en grootouers op 12 juli 893. Het is maar dat jullie het weten! Vervolgens zijn we aan de andere kant van de snelweg een bezoek gaan brengen aan Preah Ko, ook gebouwd in de 9e eeuw en opgedragen aan Hindu god Shiva. Deze tempel wordt momenteel gerestaureerd door een Duits team en is vooral bekend om zijn goed bewaarde pleisterwerk. Voordat we onze laatste tempel van vandaag (en voor morgen, en voor overmorgen) gingen bezoeken, zijn we eerst maar gaan lunchen; de magen begonnen weer te knorren. Omdat hier weinig toeristen komen was de kaart zeer beperkt, maar evengoed hebben we lekkere noodles gegeten. Tijdens het eten kwam er nog een rouwstoet voorbij, waarbij onze gedachten even teruggingen naar vorige week. Brrrr. De Bakong tempel is de meest interessante en grootste uit de Roluos-familie. Zo zit er nog een echte gracht omheen en heeft het vele torens en stupa's. Ook deze tempel is opgedragen aan Shiva en moet een voorstelling geven van Mount Meru, een heilige berg. Het was inderdaad een imposante tempel alleen het barstte er van de schoolkinderen die allemaal wilde weten waar we vandaan kwamen, hoe we heetten, etc. Snel wegwezen dus, zo kunnen we toch geen knappe foto's schieten. Bij terugkomst in ons guesthouse hebben we Lucky als dank voor de moeite toch maar een paar dollar meer gegeven, hij was er erg blij mee en wat is voor ons nou eigenlijk 50 US Dollar voor een privé-chauffeur voor drie dagen? Hij heeft ons nog z'n telefoonnummer gegeven voor als wij nog mensen tegenkomen die een chauffeur zoeken en daarna namen we afscheid. Bianca sprong direct onder de douche om het opgevangen stof af te spoelen en nadat Mark dit ook gedaan had zijn we weer eens wat gaan internetten. Terwijl we dit zaten te doen brak er buiten een hevig noodweer los, binnen een mum van tijd stonden de straten blank met zo'n 20 cm prutwater. Broek oprollen dus om droog over te komen en omdat we het niet zagen zitten in deze toestand de stad in te lopen voor eten, hebben we dus bij de snackbar op de hoek maar een hamburgertje met frietjes en kip-nuggets gegeten. Je moet toch wat...

Siem Reap, 31 maart 2006
Konden we eindelijk weer uitslapen... waren we vroeg wakker! Na het ontbijt zijn we meteen een internetcafé ingedoken waar we de rest van de ochtend hebben doorgebracht. Het organiseren van die onwijze hoeveelheid foto's van de Temples of Angkor kostte erg veel tijd. Na een paar dagen weet je al niet meer welke tempels bij welke foto's horen dus kun je nagaan hoe dat over een paar maanden moet zijn. We hebben daarom zo goed en zo kwaad mogelijk alles gesorteerd op tempel zodat we later nog weten waar wat was. Om nog even in de sfeer van de tempels te blijven zijn we gaan lunchen in de Temple Bar. Daarna zijn we op zoek gegaan naar een pinautomaat. Pas sinds kort zijn er een paar ATM's in Cambodja aanwezig en aangezien er géén ATM is in Laos moeten we alles contant meenemen. De ATM is duidelijk niet uitgerust voor de wat grotere geldbedragen. We konden uit twee naast elkaar staande automaten amper de helft van ons budget bij elkaar sprokkelen. Gelukkig hebben we nog wel een nieuwe kans in Phnom Penh, maar dan houdt het echt ff op. Het was alweer warm geworden dus zijn we even teruggegaan naar de kamer om onder de ventilator af te koelen, waarna we weer naar de overkant van de straat zijn gegaan om verder te gaan met het bijwerken van de site en hebben we daar ook meteen buskaartjes geregeld voor morgen. Voor het avondeten zijn we weer naar de "bar-strip" gelopen en hebben we gegeten bij de Buddha Lounge. De "bar-strip" bleek afgesloten voor tuktuk's en verkopers dus dat was eigenlijk wel een keertje prettig. We konden op deze manier rustig van ons eten genieten. De tuktuk chauffeurs liepen wel rond, op zoek naar klanten en zo zagen we op een gegeven moment ook Lucky lopen. Gelukkig zagen we dat hij heel erg beleefd was tegen de mensen en zeker niet opdringerig. Wij hebben hem leren kennen als een prettig persoon dus we hadden niet anders verwacht, maar het is toch prettig de bevestiging te zien. We maakten een praatje met Lucky en besloten dat hij ons naar het guesthouse terug mocht brengen. Eerst hebben we nog (goedkoop) een boek gekocht over de Temples of Angkor en hebben we wat brood uitgedeeld. Lucky wilde uiteindelijk geen geld voor het korte ritje, maar wij stonden erop hem geld te geven. Uiteindelijk heeft Bianca het geld maar in zijn borstzak gestopt. Hij had nog geen andere klanten gehad en de kans is groot dat hij die ook niet meer zal krijgen dus dan heeft hij in ieder geval nog iets verdiend vanavond.

Siem Reap - Phnom Penh, 1 april 2006
We zouden om 6.50 uur opgepikt worden vanochtend, maar om 7.10 uur was er nog niemand. Na even gebeld te hebben bleken ze onderweg te zijn en na tien minuten kwam er inderdaad een minivan aanrijden. Wij dachten dat we opgehaald zouden worden door de bus waarmee we vandaag naar Phnom Penh zullen rijden, maar nee dat was niet het geval. Na vijf minuten rijden werden we alweer uit de auto gezet, maar niet bij het busstation of i.d., nee, dit was het kantoor van onze busmaatschappij, Neak Krohorm, daar hebben we nog zo'n tien minuten gewacht alvorens we weer in een andere bus werden gezet, nu een iets grotere. Verwarring alom onder de overige toeristen: we hadden toch een plaatsnummer gekregen? Is dit wel de bus naar Phnom Penh? Wij hadden al door dat we met deze bus naar of de juiste bus of weer een andere bus gebracht werden, want inderdaad we hadden gewoon zitplaatsen toegewezen gekregen en dat kwam niet overeen met de bus waar we nu inzaten... (al zegt dat eigenlijk ook weer niet zoveel...) dus relax, het komt goed! En ja hoor, we werden netjes bij de bus afgezet. De bagage van alle mensen werd met twee man onder in de bus ingestampt (met handen en voeten en gauw de deur dicht). Er bleken alleen meer kaartjes verkocht dan er zitplaatsen waren dus er moest drie man op een plastic tuinstoeltje in het middenpad zitten. Het was echter wel een betere bus als op de heenreis. Er rammelde niet zoveel en de airco deed het voldoende goed. De bus was echter niet sneller, we deden er net als op de heenreis bijna zes uur over. Bij het uitstappen in Phnom Penh bleken er weer veel touts aanwezig te zijn. Wij hebben dit keer geen reservering gemaakt in een hostel en dus ook geen pick-up geregeld en dus zou het moeilijk zijn om de touts af te schudden. We besloten daarom maar de eerste de beste tout bij zijn lurven te grijpen en daarna pas te gaan onderhandelen. Wij wilden naar de Boddhi Tree gebracht worden, een guesthouse aan de andere kant van de stad dus we verwachten hier wat meer geld voor neer te moeten leggen, maar onze tuktukchauffeur begon bij US$ 4,- en dat is toch echt te veel. Normaal kost een ritje in de stad (maakt niet uit waarheen) ongeveer 1500 Riel en dat is ongeveer € 0,30. Wij wilden niet meer als 6000 Riel voor het ritje betalen... dit was natuurlijk veel te weinig, twee dollar was "a good price" volgens onze tuktukchauffeur  (en ook volgens de anderen, want ze helpen elkaar de prijs hoog te houden). Toen besloten we weg te lopen en een andere tuktuk te zoeken... tja... toen kon het inene wel voor 6000 Riel. Eenmaal bij het guesthouse betaalden we hem en gunde hij ons geen blik meer waardig. Hij was duidelijk niet blij met de onderhandelingen... Onderweg naar de Boddhi Tree zaten wij ons al af te vragen of we wel terecht konden bij het guesthouse. We hadden gister geprobeerd te bellen om een reservering te maken, maar dat was niet gelukt. Toen we binnenkwamen werd er gevraagd of wij Rachel waren... nee dat waren we niet... dan was er geen kamer. Mmmmm jammer. We vroegen of ze misschien een andere plek wisten voor ons en of we wel bij hun konden lunchen. Ja hoor, ze wilden wel wat regelen en we kregen de lunchkaart onder onze neus geschoven. Er werd druk getelefoneerd en even later kregen we te horen dat we wel een kamer konden krijgen. Bianca ging even kijken en het bleek een onwijs gave kamer te zijn, dus die hebben we meteen maar geboekt. Helaas kunnen we er maar twee nachten gebruik van maken, daarna moeten we verhuizen naar een andere kamer. Toen wij zaten te lunchen kwam Rachel eraan... sorry no room... what?!?! O jee, wij hadden Rachels room gekregen. Wellicht omdat wij voor drie nachten bleven en meteen hebben afgerekend (binnen is binnen), maar we voelden ons toch wel een beetje lullig. Echter, het was nu het probleem van de Boddhi Tree. Rachel en gezelschap werd ondergebracht in de dependance van de Boddhi Tree, Del Gusto, dit moet ook erg goed zijn, maar het is natuurlijk niet leuk als je een reservering gemaakt hebt voor het één en je wordt dan in het ander weggestopt. Rachel keek ook niet echt vrolijk. Na de lunch hebben wij genoten van de relaxte sfeer van het guesthouse en "onze" kamer en we zijn voor het avondeten ook niet op pad gegaan, maar lekker in het restaurant van het guesthouse gaan eten.

Phnom Penh, 2 april 2006
Pal tegenover ons guesthouse bevindt zich één van de meest gruwelijke plaatsen uit de historie van Cambodja: Tuol Sleng, oftewel security Office 21, waar gedurende de hoogtijdagen van het RK-regime (1975 - 1979) maarliefst 17.000 mannen, vrouwen en kinderen gevangen zaten om vervolgens gemarteld te worden tijdens kruisverhoren. Als ze niet al doodgingen van hun martelingen, werden ze vervolgens in vrachtwagens vol naar Choeung Ek (the Killing Fields) gereden om daar geëxecuteerd te worden. Niet met kogels, want dat was te duur, nee doodgeknuppeld met bamboestokken. Dit stukje narigheid hoort bij de historie van Cambodja en dus zijn wij vanochtend naar de overkant van de straat gelopen om in het museum rond te kijken. Het is onvoorstelbaar dat op deze locatie, wat eens een schooltje was in een woonwijk, zoveel gruweldaden hebben plaatsgevonden. Als eerste liepen we langs en door een aantal martelkamers waar foto's hingen van de lichamen zoals ze daar waren aangetroffen toen de Vietnamezen de stad hadden overgenomen en S-21 verder was verlaten. In totaal waren er nog veertien mensen (waar onder één vrouw) aanwezig in het kamp, echter hun lichamen waren al in verre staat van ontbinding toen de Vietnamezen uiteindelijk bij S-21 aankwamen. De lichamen zijn begraven in een naastgelegen plantsoentje. Het zijn echt verschrikkelijke foto's die in de martelkamers hangen. Je kunt op één van de foto's goed zien dat het gezicht van die persoon helemaal aan gruzelementen is geslagen. Het vermoedelijke wapen lag nog in de kamer... Daarna zijn we langs rijen en rijen van foto's gelopen van mensen die ooit in het kamp waren. De Rode Khmer ging er prat op om een goede administratie bij te houden; zo werden er foto's gemaakt van iedereen die binnenkwam, ze kregen allemaal een nummer en men moest hun eigen biografie schrijven. Deze biografie werd gebruikt om nog meer mensen die volgens de Rode Khmer niet deugden op te sporen om vervolgens ook naar S-21 gebracht te worden. Het volgende gebouw wat we bezochten bestond uit drie verdiepingen waar allemaal cellen waren gemaakt. Het gebouw was afgezet met prikkeldraad om te voorkomen dat niemand zou ontsnappen en ook dat niemand van drie hoog zou springen om zichzelf van het leven te beroven. De eerste verdieping bestond uit snel in elkaar gemetselde cellen geschikt voor één persoon. Hier schenen de mannen te zitten. Er zaten geen deuren in dus de mannen werden aan kettingen gelegd om niet te kunnen ontsnappen. De volgende verdieping bestond uit allemaal houten cellen, deze konden wel afgesloten worden en hier zaten de vrouwen (en hun babies) in. De derde verdieping bestond uit een paar grote ruimten. Hier werden hele groepen vastgehouden. Ze zaten allemaal vast aan stangen en lagen naast en tegenover elkaar op de grond. Het laatste gebouw bestond uit nog meer foto's van slachtoffers alsmede schilderijen die gemaakt waren door iemand die ooit in S-21 aanwezig is geweest en het allemaal nog kon herinneren hoe het was. Er waren zelfs nog martelwerktuigen aanwezig en de schilderijen verduidelijkten hoe deze toentertijd gebruikt werden. Als laatste zijn we gaan kijken bij een foto-expositie van een aantal mensen die in S-21 hebben gewerkt als bewaker c.q. martelaar. Deze mensen hebben het lef gehad naar voren te stappen en te zeggen: "ik heb het gedaan, ik ben fout geweest". Al deze mensen zijn onder dwang in S-21 terechtgekomen, waar hen allemaal hetzelfde lot wachtte als de gevangenen als ze niet zouden doen wat hen gezegd werd. Wij kunnen ons niet voorstellen hoe dat geweest moet zijn voor die mensen. Wij zeggen nu: "ik had het nooit gedaan!". Maar zeg je dat ook als je op dat moment in hun schoenen had gestaan? Ze geven in ieder geval wel allemaal stuk voor stuk aan klaar te zijn om terecht te staan voor de gruweldaden die ze verricht hebben. Wij denken echter dat deze mensen, die nu naar voren zijn gestapt en zich hebben laten interviewen en fotograferen, waarschijnlijk de mensen zijn geweest die nog de minste schade hebben aangericht. De "echte" ploerten zijn nu, bijna 30 jaar later, nog steeds niet berecht! Voor een aantal is het al te laat, want de beruchte Pol Pot is bijvoorbeeld al overleden. Na deze indrukwekkende ochtend waren wij toe aan wat verfrissing en wat eten. We besloten naar Del Gusto (de dependance van de Boddhi Tree) te gaan om daar te lunchen en vandaaruit de stad in te gaan. We hebben echt super gegeten in Café Del Gusto wat was gevestigd in een heel oud houten huis. Er hing een super relaxed sfeertje, echt helemaal goed! Van daaruit zijn we richting het Royal Palace en de Zilveren Pagoda gelopen. Het viel ons op dat we bij het zien van de Grand Palace eigenlijk helemaal niet zo onder de indruk waren. Het ziet er een beetje hetzelfde uit als in Bangkok. Gek eigenlijk dat we wel de ene na de andere tempel ruïne kunnen bekijken in Angkor, maar uitgekeken raken op de recentere architectuur... De feitelijke trekpleister is eigenlijk de zilveren pagoda, zo genoemd omdat er op de grond 5000 zilveren tegels liggen, elk ongeveer een kilo wegend. De zilveren pagoda is ook wel bekend als Wat Preah Keo (Tempel of the Emerald Buddha) en dit heeft weer ernstig veel gelijkenis met de Wat die zich in Bangkok bevindt. Echter, ondanks zijn gelijkenis met de Wat in Bangkok is deze Wat toch wel heel uniek. Binnenin de Wat bevinden zich de meest unieke Buddha's uit de historie van de Khmer. Zo staat er een levensgroot Buddhabeeld welke is belegd met 9584 diamanten, waarvan de grootste 25 karaat is. Verder zijn er nog wat andere zaken en kleinere Buddhabeelden welke tevens zijn belegd met diamanten en het bed waarop de koning is gedragen op "coronation day". Het bed is ontworpen om gedragen te worden door 12 man... het goudwerk op het bed weegt al 23 kg, maar het is eigenlijk maar een heel klein bedje waar de koning op moet hebben gezeten, niet liggen. De hele vloer is overigens bedekt met allemaal kleden dus er is weinig te zien van de zilveren tegels. Het zou eigenlijk veel beter zijn als ze het hadden gelaten zoals het vroeger was. De zilveren tegels en het altaar met de Emerald Buddha, verder niets, dat zou pas een indrukwekkend gezicht geweest zijn. Na ons uitstapje aan het paleis waren we er eigenlijk wel weer even klaar mee voor vandaag. We zijn nog even naar de Mekong gelopen om daar voor het eerst sinds we in Cambodja zijn een blik op te werpen, waarna we wat zijn gaan drinken in een cafeetje. We zagen naast het cafeetje een internetcafé dus daar zijn we ook even ingedoken om onze mail te beantwoorden. Mark was op een gegeven moment klaar, maar Bianca wilde nog even doorgaan dus besloot Mark alvast naar buiten te gaan en wat rond te lopen. Zo kwam hij in gesprek met een jonge jongen die een "moto" had en ons graag terug naar het guesthouse wilde brengen. Hij wilde ons ook wel morgen voor US$4,- naar de Killing Fields brengen. Mark zei dat hij dat een beetje gevaarlijk vond zo met zijn drietjes op een scooter en zonder helm. De jongen verzekerde hem echter dat hij hééél veilig reedt. Mark zei dat ie het eerst met "the Boss" moest bespreken en toen ook Bianca weer tevoorschijn kwam werd er vragend naar haar gekeken... En? Kan het? Ja hoor, Bianca wilde wel op de "moto" en zo gingen we met zijn tweetjes achterop (dat is nog nix, want er kunnen minimaal vijf mensen en een varken op een scooter vervoerd worden) terug naar het guesthouse. We hebben meteen met Sue een afspraak gemaakt voor morgen om ons naar de Killing Fields te brengen. Hij komt ons morgen om 7.30 uur oppikken.

Phnom Penh, 3 april 2006
En zo vertrokken we vanochtend om 7.30 uur met zijn drietjes op de moto richting The Killing Fields of Choeung Ek, waar we na 40 minuutjes rijden aankwamen. We waren de eersten. We wilden speciaal al vroeg heengaan omdat het licht dan ook mooi is, voor extra dramatisch effect zeg maar, maar het was eigenlijk redelijk bewolkt, dus dat viel een beetje tegen. Nog een voordeel van "vroeg" is dat het dan nog niet zo warm is en er weinig mensen zijn. We hadden nagenoeg het rijk alleen, dus we konden op ons gemak overal rondwandelen en foto's maken. Als je dan zo rondwandelt langs de massagraven en overal stukjes kleding en botfragmenten ziet liggen dan krijg je toch wel kippenvel. Het is gewoon bijna niet te bevatten dat er zo'n 17.000 mensen vanuit Tuol Sleng (S-21) hier heen zijn gebracht en op brute wijze zijn vermoord. Wat moeten die mensen bang geweest zijn. Er staat een boom welke de "Magic Tree" genoemd werd. Hierin werd ten tijde van de executies een microfoon gehangen wat het geluid opving van de boom (bewegende bladeren, kraken van de stam etc.). Dit werd heel hard aangezet om het geluid van de kermende mensen te kunnen overstemmen... brrrr... ongelooflijk toch? Er zijn inmiddels 8985 overblijfselen van overledenen opgegraven, maar er zijn nog 43 graven die onaangeroerd zijn. In een grote stupa, welke ter nagedachtenis van de overledenen is gebouwd, liggen ongeveer 8000 schedels, gerangschikt op geslacht en leeftijd. Dit is een heel indrukwekkend gezicht. We probeerden ons in te leven in wat hier nog niet zo heel lang geleden allemaal is gebeurd, maar dat werd ons moeilijk gemaakt door een groep kinderen die de hele tijd riepen: picture, give me one dollar, look here mass grave, en wat niet al meer. We snappen die kinderen best, maar wij wilden de sfeer echt goed in ons opnemen. Het was voor ons een serieuze aangelegenheid en dan zit je niet op dit soort dingen te wachten. We zijn in ieder geval wel dankbaar dat wij The Killing Fields hebben mogen zien terwijl alles nog redelijk onaangeroerd was. Over tien jaar staan waarschijnlijk overal hekken omheen en kun je nergens meer bijkomen. Dat is aan de ene kant goed omdat het wel behouden moet blijven, maar aan de andere kant... om die verschrikkelijke dingen helemaal in je op te kunnen nemen en werkelijk te beseffen wat er allemaal gebeurd is (dat lukt je toch niet helemaal) is het rondlopen langs de massagraven zoals het is ontdekt, inclusief kleding- en botfragmenten toch wel een stuk indrukwekkender. Na zo'n anderhalf uur zijn we weer op de moto gesprongen richting ons guesthouse. Daar hebben we ontbeten met koffie en appeltaart. Heerlijk! Daarna zijn we weer even een internetcafeetje ingedoken om vervolgens weer heerlijk te lunchen in ons guesthouse. De rest van de middag hebben we lekker geluierd op de veranda. Om 18.30 uur viel plotseling de stroom uit! Dan wordt het toch wel warm zonder ventilator of airco... maar gelukkig ging anderhalf uur later alles weer aan. Pfieuwww... weer lekker verkoeling. We hebben ook maar weer ons avondeten genuttigd in het guesthouse. Lekker makkelijk en het eten is er gewoon geweldig goed. Daarna hebben we op de kamer nog wat gerelaxed voordat we gingen slapen.

Phnom Penh - Kampong Cham, 4 april 2006
Vanochtend werden we om 10.00 uur opgepikt door Sem, de broer van Suo die in het bezit is van een tuktuk. Zodra we ons hoofd buiten de deur van ons guesthouse staken werden we direct weer benaderd door twee bedelaars die we gisteren allebei een kleine bijdrage hadden gegeven. Één van hen is zeer ernstig verbrand en de ander mist een been en ze hebben nu een vast stekkie gevonden bij het Tuol Sleng museum om geld te bedelen bij toeristen. Voor hen is het erop of eronder, je moet toch wat om aan eten te komen. Ditmaal gaven we niets en dat vonden ze geen probleem, ze bleven zelfs even staan praten en wuifden vrolijk tot ziens. Bij het busstation aangekomen hadden we een kleine tegenvaller: de bus van 11.30 uur zat al vol en de volgende bus ging pas om 02.00 uur, drie uur wachten dus. Eerst hebben we maar een bakkie gedaan in een Chinese Foodcourt en daarna zijn we een internetcafé gaan opzoeken. Daar konden we zowaar de site bijwerken dus zo konden we onze tijd toch nog nuttig doorbrengen. Evengoed ging de tijd toch al weer snel en nadat we wat boodschappen gedaan hadden zijn we snel de bus ingesprongen. Ook dit keer was de bus weer ‘uitverkocht’ en moesten er mensen op plastic krukjes plaatsnemen in het middenpad. Kennelijk komt dit vaak voor, want de mensen protesteerden totaal niet en gingen lekker met elkaar zitten keuvelen. In tegenstelling tot onze vorige busritten ging het nu een stuk langzamer. Over het stuk naar ‘Spiderville’ (Skuon) deden we nu maar liefst twee uur, terwijl we er vorige keer maar één uur over deden. Gelukkig ging het tweede deel naar Kampong Cham wel volgens planning en zo kwamen we rond vijf uur aan in deze stad aan de Mekong River. Er hingen een paar touts rond die ons graag naar een guesthouse wilden brengen, maar achterop een moto met onze rugzakken vonden we geen prettig vooruitzicht, dan maar de “volle“ 800 meter lopen. We liepen iets verkeerd waardoor we niet bij het door ons uitgekozen guesthouse uitkwamen, maar bij een andere die mooi uitzicht bood op de Spean Kazuna brug, tevens eerste brug, over de Mekong. Slechts US$ 4, maar dan krijg je ook nix ;-). Oké, de kamer is ruim en de bedden zijn wel groot, maar de badkamer is behoorlijk shebby met een simpel peertje aan een stukje elektra-draad. Ach, ‘t is maar voor een nachtje… onze plannen zijn namelijk weer eens gewijzigd. Eigenlijk wilden we vanaf Kampong Cham per boot doorreizen naar Kratie, maar we kregen hier de trieste boodschap te horen dat er geen passagiersboten meer zijn die de Mekong bevaren: de wegen worden in rap tempo in goede staat gebracht waardoor het reizen per boot simpelweg te duur wordt. Wij moeten dus per bus verder en aangezien er ook vanaf Kratie geen boten meer gaan richting grens, hebben we besloten dan maar in één ruk door te gaan naar Stung Treng, vlakbij de grens met Laos. Er werd ons aangeraden om maar direct buskaartjes te kopen, daar we anders misschien in aanmerking zouden komen voor een plastic krukje op het middenpad… dat zien we niet zitten voor de rit van zes uur. Gelukkig waren we op tijd, nu maar morgen afwachten of we echt op stoelen kunnen zitten. Kampong Cham heeft verder niet zoveel te bieden, ware het niet dat er in de buurt een klein eilandje ligt waarvan de bewoners ieder jaar in het droge seizoen een bamboe-brug naar het vaste land aanleggen. Leuk voor de foto en aangezien het nu ook nog eens bijna zonsondergang is zijn we achterop de moto naar de brug toegereden. Vijf minuutjes plaatjes schieten, stukje over de brug lopen en klaar zijn we met Kampong Cham, toerisme op z’n Japans! Nu hadden we eindelijk tijd om even te rusten en na een verfrissende douche hebben we even wat liggen luieren. Daarna even tijd voor wat vieze arbeid; bij het verlaten van de bus waren we erachter gekomen dat Bianca’s rugzak in de vis had gelegen, wat een vreselijke lucht! Dat moesten we er maar gauw uit zien te krijgen voordat alle katten achter ons aan komen! Helaas lukte het slechs gedeeltelijk, we moeten dus met grovere middelen aan de slag van de week. Voor het avondeten zijn we naar Mekong Crossing gelopen, een klein tentje om de hoek met een aardig aanbod. Helaas was er net voor ons een grote groep neergestreken, zoat we wat lang op ons eten moesten wachten maar dat maakt weinig uit, we hebben nog steeds de tijd…

Kampong Cham - Stung Treng, 5 april 2006
Het was vanochtend even zoeken naar ontbijt. Mekong Crossing was nog gesloten en verder zagen we weinig, totdat ons oog op een lokaal tentje op de hoek viel. Op tafel stond al thee en wat broodjes en toen we aanschoven kregen we allebei een gepeperde bapao voorgeschoteld, lekker zo op de vroege morgen. Even kregen we nog gezelschap van de jongen die ons gisteren naar de bamboe-brug had gebracht; hij wilde ons graag nog naar een lotuskwekerij brengen en nog wat andere bezienswaardigheden en we konden hem maar moeilijk wijs maken dat onze bus toch echt over een uurtje vertrok: kon makkelijk volgens hem. Ja daaaaaaaaaag geen gehaast voor ons! Om 09.20 uur zijn we naar de bus gaan lopen die uiteindelijk om 10.10 uur kwam. Afgeladen, maar wel keurig met onze twee stoelen vrijgehouden. Waarschijnlijk hebben wij daarvoor wel de prijs moeten betalen voor het gehele traject dat de bus al heeft afgelegd. De weg was tot aan Kratie in goede staat (wonder boven wonder) en ook daarna, het stuk wat ook wel de highway of hell wordt genoemd, bleef het redelijk. Met steun van de Chinese overheid wordt dit traject in rap tempo verbeterd en overal zagen we vele mensen druk bezig met wegwerkzaamheden. Alleen het laatste stuk was flink voorzien van potholes, maar nog in redelijke conditie reden we tegen vijf uur Stung Treng binnen. We lieten de bus stoppen toen we een bord zagen van ons hotel en nadat we het stof van onze rugzakken hadden afgeklopt (weer eens wat anders dan vis) liepen we hier vlot naar toe. We hadden geluk, men had nog één kamer vrij waar snel het beddengoed van werd verwisseld en een ventilator naar binnen werd gereden: klaar! Deze kamer kost US$ 6 en biedt inderdaad iets meer dan de kamer gisteren. Overigens blijft het sanitair wat merkwaardig aangelegd: de afvoer van de wasbak verdwijnt meestal keurig in de muur, om er vervolgens aan de onderkant weer uit te komen om het afvoerwater op de badkamervloer te lozen. Niet erg als je je tanden hebt gepoetst, maar als je een avondje bent wezen stappen kun je beter boven de wc gaan hangen ;-). ‘s Avonds zijn we het centrumpje ingelopen op zoek naar eten. Veel keus is er niet, maar in één tentje konden we roergebakken groenten bestellen dus dat deden we dan maar. Aan een andere tafel zaten wat knulletjes stoer aan het bier te lurken en de stoerste (of meest dronken?) van hen vond zichzelf zo dapper om drie keer aan ons te komen vragen hoe bepaalde groenten in onze taal heten. Ach… In het pikkedonker liepen we terug naar het hotel, waarbij we af en toe wat boos geblaf en gegrom hoorden. Hopelijk gaat het spreekwoord ook hier op…

 

Heeft u opmerkingen over de inhoud van deze site? Stuur uw opmerkingen per email naar In Mundus Veritas!

Laatste update: 28 augustus 2006