| 
De avonturen
Stung Treng - Don Det, 6 april 2006
Om 09.00 uur verlieten we onze hotelkamer om bepakt en bezakt richting de waterkant te lopen om daar te ontbijten en vervolgens op één van de talloze bootjes te stappen richting de grens met Laos. Tijdens het ontbijt vernamen we echter dat er geen sprake meer was van ‘talloze’ bootjes; ook hier heeft het wegvervoer de voorkeur boven het transport per boot gekregen. Maarrrrrr we hadden geluk, er zou vandaag nog wel een bootje vertrekken echter pas om 12.00 uur… het wordt bijna een gewoonte om drie uur te wachten. Tja, we wilden toch wel erg graag een stuk van de Mekong River bevaren hebben en dus kochten we ons kaartje en gingen we maar weer wat relaxen. We raakten aan de praat met wat andere bootpassagiers en twee reizigers uit Australië. Ondertussen hebben we ook onze vliegtickets naar Phuket geregeld en hebben we nog wat extra muggenspray ingeslagen; we zijn d’r helemaal klaar voor! Oja, even ter info: op 19 april vliegen we naar Phuket in het zuiden van Thailand om daar ons meest favoriete schoonzusje Iske te gaan ontmoeten en gelijk wat bij te bruinen. Onze plannen zijn dus weer ietsje gewijzigd! Uiteindelijk vertrok de boot pas om 13.00 uur omdat we nog moesten wachten op een Franse dame en al die tijd zaten wij wat te keuvelen met de andere passagiers: Sebastiaan (een Fransman die vier jaar in Nederland heeft gewerkt en dus ook nog aardig Nederlands spreekt) en met Catriona, een Ierse die in haar eentje door Azië aan het rondreizen is. De boot waarin we onze reis zouden voortzetten was trouwens een longtailboot, oftewel heel erg smal, heel krap en met een uit de kluiten gegroeide slagroomklopper als motor. We moesten ons erg opvouwen om te kunnen zitten, maar ach het zou maar voor een uurtje zijn… Na een paar minuten varen ging de bestuurder echter al wat zorgelijk kijken, schakelde een tandje lager en even later zette hij de boot aan de kant: tijd voor het wisselen van de schroefas. Wij gingen zitten wachten in de schaduw en al met al duurde het wisselen bijna een uur en nog keek de goede man wat bedenkelijk. We waren dan ook niet verbaasd dat hij na tien minuten varen de boot weer aan de kant legde, ditmaal bij een paar hutjes waar een hele berg nieuwsgierige kindjes bij de boot kwamen kijken naar die gekke blanken. Van een andere boot kregen we wat onderdelen overhandigd om onze as te maken en zo vertrokken we weer richting de grenspost. Nog eenmaal werd de boot aan de kant gezet – de man was kennelijk erg bang z’n schroefas te verliezen – en nadat we allemaal geprobeerd hebben wat te helpen voeren we eindelijk richting de grens. Het was inmiddels al 16.00 uur geworden, dat werd nog haasten want de grens sluit al om 17.00 uur. Snel liepen we naar de Cambodjaanse grenspost waar we onze paspoorten afgaven. Vervolgens werden we om de beurt binnen geroepen en werden we gevraagd om een kleine handlingfee. Hoewel Catriona hier niet mee akkoord ging hadden wij zoiets van snel betalen (US$ 1 p.p.) zodat we snel door zouden kunnen naar de Laotiaanse grenspost. Het zat echter tegen bij Sebastiaan: hij was twee dagen te lang in Cambodja gebleven, hetgeen normaal gesproken voor een bedrag van US$ 5 per dag afgekocht kan worden. Deze heren wilden echter US$ 40 zien, te gek voor woorden en helemaal onacceptabel voor Sebastiaan omdat hij nog maar US$ 50 op zak heeft. Na een hevige discussie besloot hij maar gewoon weg te lopen richting Laos, dan maar zonder exit-stempel het land in proberen te komen. Nu sloegen de grenswachten om als een blad aan de boom: ze hadden nét hun baas gesproken en voor deze keer was US$ 10 ook wel goed… mooi he? Inmiddels was het al over vijven dus we zagen ons al stranden tussen de beide landen in, maar dat viel gelukkig mee. De grenspost was al verlaten maar een beambte in blote bast en korte broek werd tevoorschijn gehaald en voor een overwerk-bijdrage van US$ 2 zouden we door mogen. De Franse dame begon echter zoveel stennis te maken hierover dat na enige tijd de beambte de post weer verliet… stonden we dan. Gelukkig was Bianca nog alert en riep direct dat wij wel door wilden en hiervoor de bijdrage wilden doen (stond trouwens ook keurig vermeld in de reisgids) en uiteindelijk koos ook de Franse dame eieren voor haar geld. Tja, soms moet je wel eens buigen… We stapten in de pick-up truck die al geruime tijd stond te wachten en deze reed ons naar een dorpje verderop. Hier werden we weer in een bootje gehesen en in zo’n vijftien minuten voeren we naar Don Det, een van de vele eilandjes in de Mekong River. Hier zijn twee backpackers ‘getto’s‘: sunsrise-boulevard en sunset-strip. Wij hadden een guesthouse op het oog op de sunset-strip, zodat we in ieder geval niet ‘s morgens vroeg ons hutje uitdrijven van de hitte. In het donker liepen we met z’n vieren (de Franse dame haakte -gelukkig- af) over een smal paadje en toen we op een gegeven moment hutjes aan het water zagen staan besloten we hier maar neer te strijken: Tena Guesthouse. De bungalows zijn eenvoudige hutjes van bamboe met een bed, klamboe en veranda plus hangmat, that’s it. Gemeenschappelijke douche en wc, maar de prijs is er dan ook naar: US$ 2 per nacht, dat is toch niet te geloven voor zo’n leuke locatie aan het water? Morgen als het licht is zien we wel of we hier gaan blijven of dat we op zoek moeten naar wat anders. ‘s Avonds hebben we met z’n vieren lekker gegeten bij het guesthouse en leuk reiservaringen uitgewisseld. Welkom in Laos…
Don Det, 7 april 2006
Ondanks dat we niet aan de sunrise-kant lagen werden we evengoed vroeg wakker. Om 06.00 uur startte iemand de motor van een bootje, de hanen waren al uren aan het kraaien, mensen begonnen luid te praten… kortom Don Det was al vroeg wakker. Wij zijn toch nog blijven liggen tot een uur of half negen, waarna we bij het ontbijt Sebastiaan en Catriona weer troffen. Sebastiaan was om 07.00 uur al een rondje wezen joggen… pfff waar haalt ie de fut vandaan. De rest van de ochtend hebben we op onze veranda gezeten c.q. gehangen in de hangmat en toen het tijd werd om te lunchen zijn we naar een restaurantje aan de sunrise-kant gelopen. We kozen voor één met geweldig uitzicht over de Mekong. Het eten was echter niet geweldig: de baquettes waren oud en ‘garlic bread’ nemen ze hier wel heel letterlijk… brood met kleine plakjes knoflook! Niet lekker dus, maar wel goed tegen de muggen ;-). Geheel volgens de gebruiken van Don Det zijn we na de lunch verder gegaan met veranda-hangen. Alles gaat hier ff een tandje lager. De LP omschrijft het als: “there must be some rule in Laos that says the further south you go the more relaxed it becomes, because just when you thought your blood pressure couldn’t drop any more, you arrive in Si Phan Don” oftewel de four thousands islands groep waar ook Don Det toe behoort. Het is echt zo… je wordt er extreem relaxed en de tijd vliegt voorbij. Het was dan ook alweer snel tijd voor het avondeten. Daar zagen we Catriona weer en maakten we ook kennis met Kurt uit Canada die zijn reis in India en Nepal begonnen is. We hebben de rest van de avond gezellig met hen stoere reisverhalen uitgewisseld.
Don Det, 8 april 2006
Hoogste tijd om weer eens wat actiefs te doen en dus gingen we na het ontbijt aan de wandel richting Don Khone, een eilandje ten zuiden van Don Det. Om daar te komen zijn we de Sunrise Boulevard helemaal afgelopen, waarna we na zo’n twee uur aankwamen bij een boogbrug. Deze boogbrug - ooit door de Fransen gebouwd - verbindt Don Det met Don Khone en was voor ons een mooi punt om even te rusten en water te drinken. Op Don Khone bevinden zich een paar watervallen, waarvan je er één lopend kunt bereiken. Toen we daar aankwamen waren we enigzins verrast doordat we drie busjes vol met Japanse toeristen zagen en warempel souvenirshops! Dit hadden we niet verwacht, maar gelukkig waren de Japannners net bezig met weggaan, dus we hadden de waterval bijna voor onszelf. Het waseen beetje mini-Foz do Iguacu, eigenlijk best wel leuk. Daarna zijn we weer teruggelopen naar de brug met onderweg nog een kleine d-tour naar een oude trein welke daar is achtergelaten door de Fransen. We waren toen wel toe aan een lekker fris drankje en wat eten. We streken neer in een leuk restaurantje aan de rivier naast de brug waar Bianca weer de garlic bread heeft geprobeerd. Helaas werd het weer een broodje met schijfjes knoflook: dit was de laatste keer! Daarna zijn we de barre tocht terug begonnen, maar nu via een andere route, dwars over Don Det. Mooi langs uitgestrekte landerijen (het moet hier prachtig zijn in de regenperiode wanneer alles vol staat met rijst) en hier en daar een waterbuffel. Mark kreeg door al dat moois onderweg grote aandrang om te poepen dus kroop even achter een boom, hopend maar dat hij niet op een nog niet ontploft projectiel zou stappen, waarvan er hier nog heel erg veel schijnen te liggen. Al met al bleek deze route de helft korter dan de heenweg, dus met een uurtje waren we weer terug bij het guesthouse. Daar hebben we meteen onze zwemspullen aangetrokken en zijn we naar een mini-strandje gelopen voor een dip in de Mekong. Heerlijk verkoelend! Direct daarna onder de douche en tja.. weer relaxen tot aan het avondeten. Voor het avondeten zijn we een restaurantje op gaan zoeken aan de Sunrise Boulevard waar het helaas bijna een uur duurde voodat ons eten (schaaltje loempia’s) op tafel kwam. Ondanks dat we zwaar in de relax-mode zitten was dit toch wel erg lang wachten. In een bar verderop kwamen we wat bekenden tegen die we ook al in Stung Treng hadden ontmoet. Zij stelden zich voor als Andrew en Colleen (geen koppeltje, bij toeval ontmoet tijdens het reizen) en zij waren ook weer bekenden van Sebastiaan en Catriona en inmiddels het Kurt zich ook bij hen aangesloten, dus één brok ons kent ons. Het was een gezellige avond, maar we hebben het niet laat gemaakt.
Don Det, 9 april 2006
Goh, wat zullen we vandaag eens doen? Mmmmmm… verandahangen? Yep! We zijn alleen van onze veranda af geweest om te lunchen aan de Sunset Strip, waar het weer een eeuwigheid duurde voordat ons eten kwam. We hadden een restaurantje uitgekozen vanwaar we meteen een duik in de Mekong konden nemen, wat we dan ook deden toen we na anderhalf uur eindelijk klaar waren. Toen wij uit het water gingen kregen we gezelschap van een paar waterbuffels die ook verkoeling zochten en even later op weg naar ons guesthouse zagen we een wel heel vreemde soort waterbuffels scharrelen: roze!? Echt een gek gezicht, maar aan de andere kant ook wel weer schattig. Terug bij het guesthouse was het weer tijd voor een douche en een date met de hangmat. We hadden niet zoveel zin om wéér ;-) helemaal naar de Sunrise Boulevard te lopen voor ons avondeten dus we hebben weer lekker in het restaurant van ons guesthouse gegeten, samen met Catriona. Kurt riep even later dat ‘iedereen’ in de nabijgelegen Sunset-Bar zat, dus na het eten zijn we daarheen gelopen. Daar troffen we een redelijk jolige boel aan, compleet met Pinaconlao’s (gemaakt van het lokale drankje laolao), Mojita’s en grote zakken weed en nadat hij van dit alles genoten had vond Sebastiaan het hoog tijd voor wat gitaarspel. Hij heeft z’n eigen gitaar bij zich tijdens deze reis en eerlijk is eerlijk, hij kan aardig pingelen… als ie nuchter is ;-).
Don Det - Champasak, 10 april 2006
Gelukkig hebben wij tijdig het feestgedruis verlaten gisteravond, anders hadden we vanochtend vast niet op tijd kunnen opstaan voor de boot. Even voor half negen liepen we namelijk het strand al op voor de boot die ons naar het vaste land moest brengen. Er kwam al een bootje aan en er stonden ook al een paar mensen te wachten, dus dat moest vast onze pick-up zijn. Toen we allemaal zaten en op het punt stonden te vertrekken bleek dat wij met een andere boot mee moesten… oké, wij en onze tassen de boot weer uit. Er werd ons gezegd dat er nog één iemand kwam die ook met de boot mee ging. Wij dachten meteen aan Sebastiaan, want hij had het er over dat hij z’n kaartje moest ophalen op ongeveer dezelfde tijd als onze boot zou vertrekken. Misschien had hij het verkeerd begrepen… hij kwam ook pas net z’n bed uit toen wij weggingen dus hij was al wat laat. Nou ja, wachten maar. Na zo’n twintig minuten werd er gezegd dat degene op wie wij zaten te wachten nog zat te ontbijten. Wij zagen al die tijd wel iemand zien zitten in het restaurant waar wij het kaartje hadden gekocht, maar wij zaten min of meer te wachten op het moment dat Sebastiaan om de hoek zou verschijnen. De persoon in het restaurant zat kennelijk op z’n gemak en nam lekker de tijd… hetgeen bij ons wat irritaties opwekte en we bijna op het punt kwamen hem uit het restaurant te trekken. Onze bus zou om 09.00uur vertrekken en om even voor 09.00 uur kwam de man gehaast uit het restaurant lopen. Wat bleek nou? Hij zou de boot van 09.20 uur hebben en hoorde pas een paar minuten eerder dat hij met ons mee moest. Als hij dat had geweten was hij niet op z’n gemak gaan ontbijten (zei die, maar ‘t was een Duitser dus je weet het nooit). Pfff… zucht… oké, vamos dan maar! Aan de andere kant van het water moesten we nog een stukje lopen naar de bus en aangezien het best wel een pittig eindje was begonnen we al grappen te maken dat we niet wisten dat we moesten lopen naar Champasak. Maar goed, daar stond dan eindelijk de ‘bus’: dit was niet meer dan een pick-up met bankjes aan de zijkanten en een bankje in het midden. En wie stond daar tegen de zijkant van de bus geleund? Sebastiaan! Hij was met een soort privéboot overgebracht en dus nog sneller als wij ook. Men was intussen druk bezig allerlei goederen op de truck te hijsen. Van de meeste zakken en manden wisten we niet precies wat er in zat, maar de lucht sprak voor zich. Er lagen ook nog een paar bossen aan elkaar gebonden kippen en eenden die zonder pardon op het dak werden gesmeten en er stond ook nog een teil met vissen en een volle mand met kippen klaar voor transport. Er kwamen steeds meer mensen aanlopen en uiteindelijk kwam daar zowaar ook Catriona aan. Echt ongelooflijk! Zitten we toch nog allemaal in dezelfde bus terwijl we allemaal op andere tijden zijn weggegaan. Toen wij dachten dat de bus vol was en alle dieren ingeladen waren en we dus wel konden vertrekken, kwam er nog een big mama en een handjevol toeristen aanzetten, die óók nog eens mee moesten! Uiteindelijk werden er 23 mensen in de pick-up gepropt. Verder zaten er ook nog eens vier volwassenen in de cabine, een jongetje die achter de stoelen van de cabine was gepropt, één man op het dak een een vrouw staand achterop, nu was de bus echt vol. We vertrokken pas om 10.15 uur, maar vanaf dat moment ging het eigenlijk heel soepel (doch oncomfortabel). Na ongeveer 2,5 uur rijden werden we er bij de kruising met Ban Lak 30 uitgezet en hebben we afscheid genomen van Sebastiaan. Hij ging door naar Pakse omdat hij nog maar US$ 1,50 op zak had; hoe bedoel je strakke planning? Catriona en haar vriendin (Nathalie) die ook in de bus bleek te zitten, gingen met ons mee naar Champasak. Er kwam al een tuktuk aan, dus dat ging ook soepeltjes. Vanuit onze tuktuk zagen we nog dat de mand met kippen bovenop de ‘bossen’ kippen was gezet… de meeste kippen hadden dus al door het gewicht van de mand het loodje gelegd. Men ziet hier duidelijk de dieren alleen maar als eten, verder nix. De tuktuk reedt ons naar de ferry, welke ferry uit niet meer dan twee houten kano’s en een paar overdwars aangebrachte planken bestond. In korte tijd werden we (droog) naar de overkant gebracht en daar stond tot onze verrassing geen enkele tuktuk te wachten. Dat werd dus wandelen. We waren al enigszins onderweg toen er inene een wel heel erg grappig mannetje uit een restaurantje kwam lopen. De man (Mr. Vong) had een glimlach van oor tot oor en moest om alles wat wij zeiden, maar ook wat ie zelf zei, erg lachen. Hij zei dat hij een redelijk nieuw guesthouse heeft vlak bij het centrum en hij wilde ons wel gratis met zijn eigen tuktuk daar naartoe brengen. Dit aanbod hebben wij maar aangenomen, want het was best wel warm en ook nog wel ff een stukje (bijna 2 km) lopen naar het centrum. Toen we bij het guesthouse aankwamen, bleek dit het Vong Paseud Guesthouse te zijn, welke vrij slecht staat aangeschreven in de LP. Na een blik geworpen te hebben vonden wij het er echter wel prima uitzien. Het is maar US$ 2 en daarvoor hebben we electriciteit, een fan en een eigen badkamer (met wc-papier). Helemaal prima dus. We hebben eerst maar gegeten en een overheerlijke lemonjuice achterovergeslagen. Daar knapt een mens van op. Tijdens het eten kwam de kok aangelopen met een bak water en liep rechtstreeks op een boom af waar hij in begon te schudden en daarna af en toe wild om zich heen maaide om iets van zichaf te meppen. Wij zaten dit schouwspel hoogst verbaasd aan te kijken. Het bleek dat hij op zoek was naar lekkernijen voor het avondeten: rode mieren van ongeveer een centimeter groot! Je moet er maar trek in hebben. Na het eten hebben we het plaatselijke internetcafé opgezocht. Het heeft wel twee computers en het kost 300 kip per minuut, dat is ongeveer US$ 0,03. Verbazingwekkend goede verbinding met het net… gek is alleen dat er wèl een goede internetverbinding is, maar géén goede telefoonverbinding! Na even snel onze e-mails gecheckt te hebben zijn we richting dorpje gelopen, maar we kwamen al gauw Nathalie en Catriona tegen en zijn we het guesthouse van Mr. Sen (de buurman van Mr. Vong) ingelopen, waar we op de grote veranda, met uitzicht op de Mekong lekker wat hebben gedronken. Even later kwam er ook een Zwitserse jongen (Marcus) binnenlopen die ook in ons guesthouse zit. We vroegen hem bij ons aan te sluiten en wat met ons te drinken. Even later kwam Mr. Sen er ook bij zitten en nodigde ons spontaan uit om vanavond naar het verjaardagsfeestje van zijn zoon te komen die vandaag 21 jaar is geworden. Dit vonden wij wel super gastvrij, dus namen we het aanbod graag aan. Het feest zou om 19.00 uur beginnen en was inclusief eten en drinken. Wij zijn eerst teruggegaan naar het guesthouse om ons op te frissen en om 19.30 uur gingen we met zijn allen (behalve Bianca, die moest helaas verstek laten gaan ivm protesterende darmen) naar het feest. We waren de eersten! We werden hartelijk ontvangen door Mr. Sen en zijn dochter Bobbie en de glazen werden meteen gevuld met koffie-, mango- en bananenlikeur. Het vlees lag al te spetteren op de bbq en dat hebben we ons even later lekker laten smaken. Pas na 21.00 uur werd het echt druk en tegen die tijd vloeide de alcohol rijkelijk. Niet bij te houden zo snel als deze mensen drinken. Binnen een paar minuten tikken ze een literfles Beerlao weg (5%). Ook de Laolao (geschat op minimáál 50%) werd glas na glas naar binnengegoten. Het werd zowaar best gezellig, maar om een uurtje of half tien is Mark afgetaaid. De rest is nog een paar uurtjes doorgegaan voordat ze het ook welletjes vonden.
Champasak, 11 april 2006
Ondanks het feest van gister, waren we allemaal redelijk vroeg uit de veren. We wilden allemaal graag naar Wat Phu. Dit is een tempelruïne welke in 2001 door Unesco op de wereld
erfgoederenlijst is gezet en veel overeenkomst heeft met de ruïnes die bij Angkor in Cambodja te zien zijn. Het schijnt zelfs zo te zijn dat er vroeger een weg van Wat Phu rechtstreeks naar Angkor Wat ging. Na het ontbijt zijn we met zijn allen in een tuktuk gestapt en reden we naar de 10km verderop gelegen Wat Phu. Om 9.00 uur liepen we al op de site. Het was al bloedheet, maar de eerste aanblikken van Wat Phu, die in drie delen tegen Mount Phu Phasak is geflaneerd, doet de hitte gauw vergeten; althans voor even dan... Wij als echte Angkor-kenners ;-) zien direct overeenkomsten. Toch is het allemaal net even een stukje minder als wat we al in Cambodja gezien hebben. Desalniettemin is de lokatie wel uniek en het geeft alles een beetje een mysterieus tintje. Na twee uur hadden we alles wel zo’n beetje gezien en zijn we naar het bijbehorende museum gegaan waar zich allerlei beelden bevinden welke op de site zijn gevonden en op deze manier bewaard zijn gebleven. Er is echter ook een hoop verdwenen door plundering, maar een aantal dorpsbewoners (en overige dieven) hebben sommige zaken teruggegeven. Zo stond er een mega Lingam (fallus-symbool) van “onschatbare waarde“ gewoon in de achtertuin van één van de dorpsbewoners. Om 11.30 uur waren we weer terug in het guesthouse, waar we gerelaxed, gezwommen en wat gegeten hebben. We raakten in gesprek met Jelle, een Hollandse jongen (19) welke ook voor langere tijd op reis is en een mooi project is gestart in Nepal, nl. het bouwen van een schooltje in de bergen vlakbij Pokhara. Hij is daar vier maanden geweest en zal aan het einde van dit jaar weer teruggaan om te kijken wat de vorderingen zijn en volgend jaar wil hij er voor een jaar naartoe om nog meer goeie dingen te doen. Jelle sprak met erg veel passie over Nepal en haar bevolking. Erg interessant om hier naar te luisteren. Hij heeft ook een weblog waar hij zijn avonturen heeft bijgehouden: www.jellewouters.web-log.nl. Tegen het einde van de middag kwamen ook Andrew en Colleen (al eerder ontmoet in Stung Treng en Don Det) aan. Zo was de club weer compleet en inmiddels uitgegroeid tot acht personen. We hebben de rest van de avond met elkaar doorgebracht onder het genot van een hapje en een drankje bij Mr. Sen, die nog duidelijk van slag was na het feestje van gisteravond.
Champasak - Pakse, 12 april 2006
Vandaag zijn we met zijn allen vertrokken naar Pakse, maar we konden het vanochtend eerst rustig aan doen. Andrew, Colleen en Jelle zouden nl. eerst een bezoekje aan Wat Phu brengen en we hebben daarom gister pas voor 13.00 uur een boot geregeld die ons naar Pakse zal brengen. Uiteindelijk bleek Andrew last van zijn darmen te hebben dus zijn Colleen en Jelle met zijn tweetjes gegaan. Wij hebben gerelaxed totdat het tijd werd om weg te gaan. Inmiddels heeft Jelle besloten ook met de groep mee te gaan naar Pakse (hij zou eerst naar Don Det gaan), dus we hoeven vandaag nog geen afscheid van hem te nemen. Mr. Vong bracht ons naar de boot. Echter toen we nog maar net op weg waren stopte de tuktuk ermee... geen benzine meer! Mr. Vong moet altijd om alles lachen, zo ook hierom. Hij lag om zijn eigen stupiditeit helemaal in een deuk en wij ook. Echt geweldig dit. Mr. Vong leende ff een motor van één van de buren en scheurde weg om benzine te halen. Even later kwam hij terug met een liter benzine en een trechter en daarna konden we weer op weg. En maar lachen. De boot bleek gelukkig ruim genoeg voor acht man én bagage. Er waren allemaal matjes op de vloer gelegd waarop we konden zitten. Het was eigenlijk niet eens zo oncomfortabel. Om 13.30 uur vertrokken we in rustig tempo en met een brandende zon boven ons hoofd richting Pakse. Gelukkig verdween de zon af en toe achter de wolken, anders was het wel erg warm in de boot. Tegen vieren kwamen we aan in Pakse, waar bovenaan de weg al een tuktuk stond te wachten. We vroegen hoeveel het kost om ons naar het centrum te brengen, waarop de man eerst zijn ene hand omhoog deed en daarmee 1 aangaf en vervolgens zijn andere hand en daarmee 5 aangaf, wat wij interpreteerden als 1-duizend 5-honderd kip. Wij hadden 2000 kip in ons hoofd, dus nadat wij het nog eens herhaald hadden en het nog steeds 1 en 5 was, zijn we ingestapt. We lieten ons afzetten bij Sabaidy 2 Guesthouse. Toen we wilden afrekenen bleek toch dat we de tuktukchauffeur verkeerd begrepen hadden. Hij wilde meer geld. Wij hebben met zijn allen een hoop stennis gemaakt, want dit vonden wij toch geen manier van zaken doen. Afspraak is afspraak. Uiteindelijk hebben we iemand kunnen vinden die de boel voor ons kon vertalen en wat bleek nu met die 1 en die 5 bedoelde de beste man 1 persoon, 5000 kip! Dit is ongeveer US$ 0,50, dus waar hebben we het eigenlijk nog over... we hebben dus allemaal braaf bijgelapt. De kamer is prima. We hebben weer een eigen badkamer, waar we meteen maar uitgebreid gebruik van hebben gemaakt. Daarna zijn we de stad in gegaan op zoek naar eten en internet. Beiden hebben we gevonden. Hier en daar zagen we mensen van “de groep“ rondlopen. Iedereen was bezig allerlei praktische dingen te regelen. Daar is een stad voor! Om een uur of half negen kwamen we elkaar allemaal weer tegen in een Indiaas restaurantje, waar ook toevallig Sebastiaan zat te wachten op zijn nachtbus naar Vientiane. Toen Sebastiaan eenmaal in de bus zat zijn we teruggelopen naar het guesthouse, waar we met een aantal nog wat hebben gedronken.
Pakse - Tad Lo (Bolaven Plateau), 13 april 2006
Bij het ontbijt hebben we van iedereen afscheid genomen, al zal het misschien maar voor even zijn omdat iedereen van plan is een bezoekje te gaan brengen aan het Bolaven Plateau. Wij gaan daar vandaag al heen in gezelschap van Marcus. Een bezoek aan het Bolaven Plateau is overigens niet geheel zonder gevaar, want als wij de verhalen mogen geloven is er door de Amerikanen tijdens de Indochina-oorlog negen jaar lang iedere acht minuten een vliegtuiglading bommen op Laos en dan specifiek het Bolaven Plateau, gegooid omdat de Noord-Vietnamezen stiekem Laos gebruikten om Zuid-Vietnam aan te vallen. Uiteraard wordt dit door de Amerikanen in alle toonaarden ontkend omdat ze anders het verdrag van Genève aan hun laars gelapt zouden hebben... Desalniettemin liggen er dus nog erg veel onontplofte projectielen!!! Toen de tuktuk ons bij de busterminal (gewoon een grote zanderige parkeerplaats met talloze gekleurde autootjes en marktkraampjes) afzette, bleek dat er nog meer mensen dezelfde kant opgingen: de bus was afgeladen vol met locals. Even zag het ernaar uit dat we twee uur zouden moeten blijven staan, maar toen de bus ging rijden schikten een paar dametjes in en konden wij ieder met één bil op een bankje zitten. Niet reuze comfortabel, maar ach. Tegen enen stapten we uit de bus in Ban Khoua Set, vanwaar het een pittige twee kilometer lopen was naar de strip met guesthouses. Het beoogde guesthouse was helaas al vol, maar twee dametjes stonden ons al op te wachten om onderdak elders aan te bieden. Om het eerlijk te houden betrok Marcus een kamer bij het ene vrouwtje en wij bij de ander, iedereen blij. Nu was het echter eerst hoog tijd om eerst maar eens wat te drinken en te eten, want daar waren we echt aan toe (vergeten water mee te nemen in de bus). Bianca’s maag was nog stees niet oké, want na een paar happen salade had ze alweer genoeg en zelfs het redelijk lekkere garlic breadje ging niet op. Ook Mark is enigszins aan de schijterij, maar kan wel gewoon eten gelukkig. Eigenlijk was iedereen van onze groep wat gammel de laatste paar dagen. Misschien nog naweëen van ons verblijf op Don Det (teveel Mekong-water binnengekregen; ze wassen de groenten etc. waarschijnlijk niet in zuiver water)? Hierna hebben we ons op de ruime veranda van ons hutje genesteld, lekker op z’n Laos: matje op de vloer en relaxen maar. Bianca is druk aan het schrijven gegaan in ons reisdagboek, want dat hebben we de afgelopen veertien dagen een beetje laten versloffen. Internet is hier in Laos ook nog nauwelijks voorhanden, dus dat wordt straks in Thailand flink bijkloppen. Tegen het eind van de middag zijn we even naar de waterval gelopen. Dit zag er best gaaf uit. Je kunt zelfs huisjes huren welke uitkijken over de waterval, heel idyllisch. Na ons bezoekje aan de waterval zijn we bij Tim’s Guesthouse wat gaan drinken en daar ook meteen blijven plakken voor het avondeten. Marcus kwam ook langs. Hij was ook bij de waterval geweest en vertelde dat twee mensen geld wilden hebben van hem omdat hij over een bepaald pad liep en gebruik had gemaakt van een ladder, die blijkbaar eigendom was van één van de mannen. Als je nagaat dat iedereen door iedereens “tuin“ loopt (er staan wel hekjes, maar dat lijkt niemand iets uit te maken, zelfs de her en der loslopende varkens gaan er dwars doorheen) dan zijn het dus gewoon stinkerds. Nou ja, je kunt het altijd proberen, maar ze zetten wel een slecht voorbeeld op deze manier. We zijn meteen na het eten naar het guesthouse teruggegaan, want we waren best wel moe. Waarvan? Zou je denken.. Dat vroegen wij ons ook af. Wij houden het op ruim twee uur balanceren op een heel klein stukje bank en op het heetst van de dag twee kilometer lopen met volle bepakking… We zijn nix meer gewend ;-). We dachten een heerlijk verfrissende douche te pakken, maar er kwam bijna geen straal uit de douchekop. Dan maar op zijn Thai's, gewoon uit een grote pot met een bakkie, water over je heen gooien! En fris was het ;-) brrr kkkoud.
Tad Lo, 14 april 2006
Als we de illusie hadden een goede nachtrust te krijgen dan kwamen we bedrogen uit. Gisteravond en vannacht is men begonnen met de viering van het Laos nieuwjaar. Vandaag leven we in het jaar 2549. De hele avond en nacht, met wat onderbrekingen omdat de stroom een paar keer uitviel, was het één groot feest... voor de Laotianen, niet voor ons! Uiteindelijk zijn we van narigheid om 8.00 uur maar opgestaan, want het leek er niet op dat de muziek zou stoppen. We zaten al een tijdje op de veranda toen de dame (Pap) die ons “binnengehaald“ heeft aan kwam lopen. We hebben haar wat was gegeven en Bianca heeft een tijdje met haar zitten kletsen. Met veel gebaren en een paar woordjes Engels kun je toch een heel gesprek hebben. Pap vertelde dat ze vier kinderen heeft en dat haar vijfde kind min of meer vermoord is door de vader van het kind. Ze kreeg trappen in haar buik toen ze acht maanden zwanger was. Toen het kindje werd geboren was het dood. De vader van het kindje zit nu ergens in Savannakhet. Verder vertelde ze dat ze 5000 kip krijgt per kamer, per nacht, die ze vol krijgt. Er zijn vijf kamers, dus ze kan hiermee 25.000 kip per dag verdienen. Dat is volgens ons voor Laos-begrippen niet echt slecht, maar ja ze moet er natuurlijk wel vier kinderen van voeden en kleden. Na het gesprekje met Pap zijn we gaan ontbijten bij Tim’s Guesthouse en daar kwamen we Marcus ook weer tegen. Ook hij was moe en had lang geslapen. Na het ontbijt zijn Mark en Marcus een stuk gaan lopen en Bianca is lekker op de veranda blijven hangen. De heren zijn eerst naar de watervallen gelopen waar je zowel van onderaf als via de bovenzijde goed bij kunt komen. Het was al een tijdje bewolkt en even later begon het ook te regenen, waardoor het nog uitkijken werd om via de gladde stenen heelhuids aan de overkant van de waterval te komen. Vervolgens kwamen we via een olifantenpad terecht op een gewone weg die naar een andere waterval leidde. Helaas stond deze nagenoeg droog zodat dit geen spectaculaire beelden opleverde. Wel kwamen we terecht in een klein dorpje, bestaande uit wat bamboehutjes en waar de vrouwen aan het werk waren, maar de mannen met een voorraadje Beerlao kennelijk ook nieuwjaar aan het vieren waren. Toen wij omkeerden om terug te gaan lopen werden we voorbij gereden door een pick-up truck met in de achterbak wat redelijk aangeschoten jongelui. Volgens goed Lao-gebruik gooiden en spoten ze water naar alles wat ze passeerden en dus ook naar ons: lang leve de lol! Iets verderop stopte de auto en gebaarde men naar ons of we wilden meerijden, toevallig ginen zij naar het feest in Tad Lo! Gelukkig kwamen we daar zonder brokken aan, al wilde men wel heel graag de twee “Falang“ natspuiten. Ach voor een stukkie vervoer moet je wat overhebben. Men probeerde ons nog over te halen om deel te nemen aan Lao-dansen en zingen, maar we zeiden dat we eerst maar eens wat moesten eten; daaaaagggg! Inmiddels was er in het hutje naast de onze een Argentijns stel neergestreken, met wie Bianca al had zitten kletsen. Zij zijn al ruim 12 maanden op reis en blijven nog tot november “on the road“! Heerlijk vooruitzicht. In een restaurantje aan het water hebben we vervolgens geluncht, weer eens anders dan Tim’s en zeker zo lekker. Terug op de veranda hebben we verder zitten kletsen met de Argentijnen. Zij zijn o.a. ook in India geweest en zachtjesaan worden wij licht nieuwsgierig naar India. Van steeds meer backpackers horen we geweldige ervaringen, terwijl wij dat land hebben uitgesloten omdat we daar één grote chaos en viezigheid verwachten. Thuis maar eens goed over nadenken... of moeten we er misschien tijdens deze reis al een bezoekje aan brengen...??? Mmmmmm. Samen met de Argentijnen zijn we voor het avondeten weer naar Tim’s gegaan, waar we ook Marcus weer aantroffen; in lichte staat van dronkenschap én in gezelschap van een ladyboy en zijn 16-jarige zusje. De ladyboy had ook al te veel gedronken, maar hij was over één ding wel heel erg serieus: Marcus moest met zijn zusje trouwen! Zijn luidruchtige verwijfde spraak wekte wat lachers op in het restaurant en het werd een vrolijke boel. Marcus dook even later met hen weer het feestgedruis in, terwijl wij teruggingen naar ons hutje. Daar probeerden we in slaap te komen, maar de harde muziek was nog steeds niet opgehouden en zou waarschijnlijk wel de hele nacht weer doorgaan...
Tad Lo, 15 april 2006
Van slapen is dus weinig terechtgekomen vannacht. Het Lao nieuwjaar duurt nog een paar dagen, dus dat wordt nog wat en aangezien we niet weten hoe uitbundig het elders is, blijven we hier (enigszins ongewild) nog maar een dagje plakken. We hadden gehoopt veel rust te vinden in Tad Lo, maar zoals het er nu naar uitziet is juist het grootste feest precies hier!!! De mensen komen uit alle hoeken en gaten om hier feest te vieren. Je kunt duidelijk merken dat een hoop van hen niet gewend zijn om Westerlingen te zien en zeker niet zulke grote als Mark, want we worden met grote ogen en open mond telkens weer nagestaard... Ons ontbijt hebben we dit keer aan de waterkant genoten, waar we kennis maakten met Olaf en Barbara, respectievelijk afkomstig uit Duitsland en Zwitserland. Zij hebben huis en haard verkocht en zijn nu al tien maanden aan het rondreizen en zijn van plan het net zo lang uit te houden als hun geld het toelaat of wanneer de zin op is; het is maar welke van de twee het eerst komt. Wij denken dat dat het geld zal zijn. Als we naar onszelf kijken wordt onze lijst alleen maar langer en terwijl we met ze aan het praten waren werden we toch wel lichtelijk jaloers op de vrijheid die deze twee mensen hebben. Wij hebben er ooit in een grijs verleden ook over nagedacht om het huis te verkopen en gewoon maar weg te gaan, maar we hebben het uiteindelijk niet gedaan... mmmmm misschien doen we het toch nog ooit... Wij hebben Olaf en Barbara in ieder geval heel enthousiast kunnen maken voor Zuid-Amerika. Zij hadden hier al eens over nagedacht, maar omdat ze het liefst alles over land of water willen doen hebben ze het idee min of meer “laten varen“. Het is toch wel een heel eind om vanuit Azië of Australië die grote plas over te steken. Maar goed er zijn ook nog vliegtuigen en ze overwegen nu sterk om toch ook die kant op te gaan. Ze hebben de tijd dus... Wij vonden het super dat wij hun weggeëbte idee weer hebben kunnen herstellen en ze hebben ons dan ook het hemd van ons lijf afgevraagd. Dat was voor ons eigenlijk ook wel leuk want zo beseften wij weer wat voor fantastische dingen wij allemaal in Zuid-Amerika hebben meegemaakt. Pas over twaalven zeiden we gedag en zijn we even een garlic breadje gaan eten bij Tim’s voordat we naar het guesthouse terugliepen. Daar streken we weer eens neer op onze veranda. Inmiddels zijn de Argentijnen vertrokken en zat er een papiertje met hun e-mail adres tussen de deur. Altijd handig voor als we nog eens naar Argentinië gaan! Inmiddels is de hut alweer bewoond door iemand anders. Alle hutjes zitten trouwens vol, dus Pap doet goeie zaken. Mark ging op een gegeven moment even naar het toilet, maar bleef wel heel erg lang weg. Bianca wilde bijna gaan kijken of hij misschien door het squat-toilet was gezakt toen hij aan kwam lopen. Andrew, Colleen, Catriona en Nathalie zijn gearriveerd en ze zitten in de bungalows precies achter ons. Mark had met ze staan kletsen en heeft meteen afgesproken bij Tim’s om wat te drinken. Het was weer een gezellig weerzien! Aan het eind van de middag zijn wij met zijn tweetjes nog een stukje gaan lopen naar de waterval, waarna we weer op onze veranda zijn gaan zitten (moe van het lopen ;-)). Ondanks dat de groep weer compleet was zijn wij niet bij Tim’s Guesthouse gaan eten, maar weer aan het water. Bianca had een super lekkere vis en Mark had het lokale gerecht Laap met kip. Helaas was Bianca al lang en breed klaar met eten toen Mark pas zijn eten kreeg en dan ook nog eens zonder bestek, maar uiteindelijk hebben we wel lekker gegeten, alhoewel Mark al eens een betere Laap heeft geproefd. Na het eten zijn we toch maar even bij Tim’s langsgegaan om wat met de groep te gaan drinken en daarna hebben we afscheid van hen genomen en zijn we teruggegaan naar onze hut. Morgen vertrekken we weer terug naar Pakse, terwijl de rest overmorgen weer terug naar Pakse zal gaan.
Tad Lo - Pakse, 16 april 2006
We besloten voor de eerste de beste bus die uit Tad Lo vertrok te gaan, want we wilden niet het risico lopen nóg een dag in het feestgedruis van Tad Lo vast te zitten. Wonder boven wonder was het vannacht stil, op een thuiskomende buurman na, maar we hebben evengoed niet goed geslapen. De reden: het was kkkoud! Rrrrrr. Dat is dus drie nachten niet slapen, daar wordt een mens niet vrolijk van. Om 6.50 uur liepen wij alweer met de rugzakjes op richting de kruizing waar we op de heenweg ook afgezet zijn. Toen we daar aankwamen stond er nog een stel te wachten. Ze bleken afkomstig te zijn uit Engeland en we hebben een tijdje met hun zitten kletsen over Cambodja en Nieuw Zeeland. Ook hen konden we van veel nuttige informatie voorzien. We worden zo al echt ervaren reizigers ;-). Even later kwamen er nog twee Engelsen aan, welke wij al eerder gezien hadden en compleet uit de toon vallen. Super netjes zien ze eruit en horen eerder thuis in een resort in plaats van in de bergen van Laos! Om even over half acht kwam de bus aanrijden. Het bleek een mooie touringcar te zijn én er was ruim plaats voor ons allemaal. Dit duurde echter maar tien minuten, want om de paar honder meter stopte de bus om weer een lading mensen binnen te laten. De krukjes werden weer uit het laadruim van de bus gehaald en zo zat de bus binnen no time weer stampend vol. En natuurlijk moest na een half uur degene die achteraan op een krukje zat uit de bus! Dat werd klimmen over de mensen om naar buiten te kunnen, want denk maar niet dat er iemand opstaat. Tegen tienen stopten we voor ons gevoel aan de rand van Pakse. Het werd een lange stop zagen we, want de chauffeur en degene die helpt met de bagage etc. gingen uitgebreid eten. Wij snapten het niet helemaal, want waarschijnlijk komen we over tien minuten aan bij de busterminal en daar dachten wij dat de grote stop zou zijn. We zaten al een tijdje te wachten toen er iemand vroeg: “where you go?“. Toen wij zeiden Pakse, bleken we al in Pakse zelf te zijn en niet te stoppen bij de busterminal. Oké, uit de bus dus. Toevallig kwam er een tuktuk aanrijden die ons meteen benaderde. Hij rook blijkbaar handel met zesman toerist die de bus uitstapt. Hij vroeg meteen of we naar Sabaidy 2 wilden. Ja, dat wilden we wel en hij wilde dat wel doen voor 5000 kip. Dat was goedkoper als op de heenweg dus we zeiden meteen ja. Helaas voor de tuktukchauffeur gingen alleen wij twee die kant op, maar evengoed een lekkere verdienste want de locals betalen hier ongeveer 1000 kip per ritje. Bij Sabaidy 2 hadden ze nog een leuke kamer voor ons en daar kwamen we direct in een soort feest terecht waar ook Marcus en Jelle aan deelnamen. Wij wilde echter ergens rustig ons ontbijt nuttigen dus zijn we op zoek gegaan naar een restaurantje. Niets bleek open, maar op de hoek van de straat vonden we een dame die heerlijke baquettes had met smeerkaas en nog wat gezond spul. Dit hebben we op een trappetje op zitten eten en daarna zijn we even een internetcafé ingedoken. Terug in het guesthouse hebben we wat gerelaxed en even later is Mark in zijn eentje weer het internetcafé ingedoken om te proberen onze achterstand in onze reisverhalen enigszins in te halen. Bianca bleef in het guesthouse, want na het niet slapen en al die drukte om haar heen heeft ervoor gezorgd dat ze nu al bijna drie dagen hoofdpijn heeft. Mark kwam pas na 16.00 uur weer terug in het guesthouse; helemaal zeiknat en zijn nek en haren onder met witte talkpoeder. Zoals al eerder gezegd is het in Laos gebruikelijk om elkaar met water nat te maken tijdens de nieuwjaarsviering en hier in Pakse zijn ze wel heel erg fanatiek. Hele emmers water worden er hier naar je toegegooid. Echt niet normaal meer. Het kind in Mark kwam ook los en hij heeft zijn steentje aan het waterspektakel erg goed bijgedragen, maar helaas is het hem niet gelukt om zelf droog over te komen ;-). Eerst maar eens een warme douche dan maar! Bianca voelde zich nog steeds niet top en denkt erover om vanavond voor het slapen gaan dan toch maar een paracetamolletje te nemen. Een nachtje goed slapen zal vast helpen. ’s Avonds was de keuken van het guesthouse weer open dus konden we daar eten. De Argentijnen zijn we ook weer tegen het lijf gelopen dus daar hebben we lekker mee zitten kletsen. Even later kwam ook Marcus in wederom beschonken toestand aanlopen. Ook helemaal zeiknat. Hij kwam langs om even zijn rugzak te halen en dan naar het Indiaase restaurantje te lopen, vanwaar zijn bus naar Vientiane zou vertrekken. Dit ging niet helemaal soepeltjes, want hij kon bijna niet meer op zijn benen staan en uiteindelijk is hij maar door iemand van het guesthouse met de auto naar de bus gebracht... Wij zijn al vroeg naar de kamer gegaan, waar we allebei na wat gelezen en gerommeld te hebben al vroeg zijn gaan slapen. Hopelijk kunnen we nu een keer een nachtje doorslapen zonder herrie en zonder kou!
Pakse, 17 april 2006
Nou, dat viel nog niet mee. We hebben niet heel erg lekker geslapen. We hebben lang wakker gelegen en in het begin was het heel warm, maar later moesten we de ventilator weer uitdoen omdat het koud werd. Toen hoorden we vervolgens uit de kamer onder ons luid gepraat en gelach, dus lagen we weer een tijd wakker. Bianca haar hoofdpijn is dan ook niet helemaal weg... Nou ja, vandaag maar rustig aan doen dan. We wilden vandaag ons ontbijt nuttigen bij het Delta Café, welk café bekend staat om haar goede koffie en pizza's. De vorige keer dat we in Pakse waren was het café gesloten en zou op de 17e weer opengaan. Helaas voor ons nemen ze de 17e waarschijnlijk erg ruim, want de deuren waren nog gesloten. We zijn daarom een naastgelegen supermarktje (wat ze "Mini Mark" hebben genoemd) ingelopen om wat yoghurtjes in te slaan. Daarna zijn we naar het internetcafé gegaan om daar de volgende vier uur niet meer uit te komen. We hebben heel wat dagen in te kloppen en we moesten ook nog wat foto's organiseren en cd's branden, dus dit hield ons wel even zoet. Om een uur of één hebben we geluncht in ons guesthouse en daarna hebben we wat gerelaxed op de kamer om even later weer een tuktuk in te springen op weg naar een busstation voor kaartjes naar Ubon Ratachani, Thailand. Vanaf daar vliegen we naar Phuket om Iske te ontmoeten. Onderweg naar het busstation kregen we in het kader van de nieuwjaarviering een emmer water in onze tuktuk gegooid. De chauffeur wilde het nog ontwijken, maar er was geen ontkomen aan. Hij kreeg de volle laag, maar wij bleven ook zeker niet bespaard. Met natte kleren kwamen we dan ook aan op de plaats van bestemming. Het busstation bleek dit keer een écht busstation, met een heus loket en wachtruimte. De bus die wij morgen moeten hebben stond er toevallig en deze zag er goed uit. Als het goed is wordt het dus niet afzien... De tuktuk bleef netjes op ons wachten en een paar minuten later zette hij ons af bij een restaurantje waar we wat hebben gedronken (en wat op hebben zitten drogen) en een bordje patatjes hebben gegeten. Daarna zijn we bij de buren naar binnengegaan om wat telefoontjes naar het thuisfront te plegen. Ze hebben niet alleen een telefoonservice, maar ook internet dus vroegen we of ze toevallig Frontpage hebben. Niet op de computer, maar ze konden het wel ff installeren. We konden het ook kopen... voor maar US$ 2! Na een paar minuutjes wachten konden we achter de computer om al ons werk van vanochtend in Frontpage te zetten en alle pagina's in orde te maken. Wat een feest dat we dit kunnen afronden. Daarna zijn we weer teruggegaan naar het guesthouse waar we wat gerelaxed en wat gedronken hebben. Inmiddels is de groep (behalve Marcus dan) weer helemaal compleet en zijn we 's avonds uit eten gegaan bij de Indiër (super lekker) en hebben we nu echt definitief afscheid genomen... Althans dat denken we... We weten in ieder geval (bijna) zeker dat we Jelle nog ergens in Bangkok gaan tegenkomen.
|